Banner

Ivan Wolffers

Gezond

Hildegart Maertens - 07 oktober 2011

Ivan Wolffers is arts, hoogleraar gezondheidszorg en antropoloog. In 1973 studeerde hij af als huisarts en van meet af aan begon hij te schrijven over zijn beroep. Met zijn vrouw, psychologe en Nederlands schrijfster Marion Bloem, startte hij de eerste gezondheidswinkel in Utrecht. Dat hij nu meegeniet van de hype rond gezondheidsboeken door de publicatie van zijn eigen ’"naslagwerk’" Gezond, is geen garantie dat de boekhandel een interessant boek rijker is.

{image}Iets over de zestig is Ivan Wolffers als arts inmiddels fin de carrière. Daardoor kwam er extra tijd vrij voor het schrijven, waardoor Gezond, fraai uitgegeven bij Nieuw Amsterdam, een lijvig boek is geworden over een heel aantal facetten van gezondheid. Wolffers’ sterkte is dat hij breder kijkt dan alleen het fysieke en bijvoorbeeld ook psychologische en sociale aspecten op het begrip ’"gezondheid’" betrekt. De lezer krijgt daardoor heel diverse materie voorgeschoteld: van puur medische beschrijvingen naar reflecties over het belang van relaties, partnerkeuzes en het gezin binnen de context van een gezond leven. Ook de samenleving in zijn geheel neemt Wolffers onder de loep, door nader te bekijken hoe de hedendaagse denkbeelden rond cultuur, macht en seks onze gezondheid beïnvloeden. In plaats van met grote ideeën op de proppen te komen, haalt Wolffers zijn voorbeelden op anekdotisch niveau. Wanneer hij stelt dat een kankerpatiënt die gehuwd is meer kans heeft op herstel dan iemand die midden in een scheiding zit, voelt de lezer dat Wolffers qua niveau de lat niet altijd hoog heeft gelegd. Dat laat de auteur toe te vervallen in algemeenheden en pasklare voorbeelden, die het voor de lezer een aangenaam boek maken.

Wolffers speelt bovendien graag in op waar het maatschappelijk debat tegenwoordig sterk de nadruk op legt. Meer bepaald komen voeding en logischerwijs ook het toenemende probleem van obesitas uitgebreid aan bod. De auteur permitteert zich daarbij de vrijheid om te stellen dat uitsluitend anders eten en meer bewegen niet noodzakelijk tot het gewenste resultaat leidt. Uit zijn ervaring zegt hij dat mensen ook moeten werken aan de druk van te grote stress en we hebben allen te weinig slaap. Als we het obesitas-probleem dus oorzakelijk willen aanpakken, moeten we zorgen dat die maatschappelijke factoren aan belang verliezen. In de zorg om de kinderen legt Wolffers dan weer de nadruk op voldoende slaap, creatief spelen, gevaar voor internetverslaving, gehoorschade, eten voor de televisie en het belang van de relatie van het kind met de vader.

Een volgend stokpaardje van Wolffers is dat gezondheid ook een probleem van de maatschappij is, in die zin dat de zorg niet altijd nauw genoeg aansluit bij de noden. Dat is voor de auteur de trigger om het te hebben over gezondheidszorg, evenals preventie van risico’s. Dat deze materie niet iedereen zal boeien staat als een paal boven water, maar het siert Wolffers dat hij ook aan dit belangrijke luik van de geneeskunde belang hecht.

Als boek kan Gezond alleen plezieren als Wolffers intellectueel genoeg over bepaalde thema’s durft na te denken. Te vaak heeft hij echter het grote publiek voor ogen en op die momenten dreigt de roman oppervlakkig te worden. Niettemin is de eenvoudige stijl aangenaam om lezen en het traject dat Wolffers aflegt is transparant en leerzaam: vanuit de definitie van gezondheid komen tot de vraag wat we echt nodig hebben om gezond te leven en ons zo te voelen. Het resultaat is een bij momenten zeer leerrijk boek.

E-mailadres Afdrukken