Banner

A. F. Th. van der Heijden

Tonio, Een requiemroman

Hildegart Maertens - 23 september 2011

Tonio is niet A. F. Th. van der Heijdens eerste requiemroman. Hij schreef er al voor twee jeugdliefdes en een neef en hij goot ook reeds klaagliederen voor zijn ouders en een doodgebeten kat in boekvorm. Deze lijken na de tragische dood van zijn zoon Tonio echter slechts een vingeroefening voor wat A. F. Th. van der Heijdens magnum opus geworden is: een even pijnlijk als briljant afscheid van een oneindig geliefde zoon.

{image}Precies een jaar nadat de auteur en zijn vrouw het tragische bericht kregen dat hun zoon Tonio was aangereden, legde de schrijver de laatste hand aan zijn ‘verwerkingsroman’ die de naam van zijn overleden zoon draagt. Met zijn ruim 600 bladzijden betreft het echter een lijvig boek dat niet in één-twee-drie tot stand kan zijn gekomen. Tonio voelt aan als een minutieus gecomponeerde tragedie, zij het in verrassende gedaante. Waar de schrijver namelijk op inzoomt, is het gebeuren na de eigenlijke gruweldaad. Hoe kunnen ouders verder leven als ze hun meest dierbare hebben verloren? En kunnen ze überhaupt nog met elkaar om, na een zo gruwelijk onrecht?

A. F. Th. van der Heijden laat zich niet dicteren wat wel en wat niet in zijn boek kan of mag. Structureel biedt het boek onderdak aan tal van herinneringen aan de overledene, alsook reflecties in het heden. Het enorme verdriet dat ten grondslag ligt aan de roman en die de innerlijke drijfveer vormt voor de schrijver om zijn verhaal te vertellen, wordt ontzettend voelbaar gemaakt. Het is vreemd hoe vanuit een dergelijk leed de structuurloosheid als een geweven net gaat aanvoelen, alsof geen woord er toevallig staat en geen klacht zomaar in het ijle wordt gegooid. Het is een enorme paradox dat juist in een boek over onzinnig verlies en leed, geen onzinnig woord te vinden is. Er ontwikkelt zich echter geen boosaardige logica in A. F. Th. van der Heijdens brein: zijn reflecties blijven puur en er sluimert geen anekdotisch sentiment in door dat irrelevant zou kunnen zijn voor de lezer.

Tonio overlijdt na een tragisch verkeersongeval met zijn fiets vroeg in de Pinksterochtend van 23 mei 2010, op de leeftijd van slechts 21. De auteur kan en zal na een dergelijke ingreep in zijn leven niet meer dezelfde zijn, verklaart hij zelf. Maar als Tonio als boek iets toont, dan wel dat A. F. Th. van der Heijden zijn stijl (misschien voor het laatst?) in een briljant afgietsel heeft kunnen onderbrengen.

Wie was Tonio eigenlijk? Gaandeweg leert de lezer hem kennen als een zachtaardige, heel geliefde, zoekende jongeman, aan de hand van vele nota’s die van der Heijden maakte in het jaar na zijn dood. Het is ontroerend hoe van der Heijden graaft in het verleden en telkens weer de laatste dagen en uren van het fatale ongeval wil ophalen, omdat hij niet begrijpt waarom dit ongeval moest gebeuren. Tegelijk laat hij niet na zichzelf te bekritiseren en confronteert hij de lezer met zijn eigen falen. Er komt geen enkel woord van verwijt of haat ten overstaan van de bestuurder van de auto die Tonio aanreed, noch een beschuldiging aan het adres van Tonio als roekeloze fietser. De vernietigende zelfhaat overheerst en dat maakt het voor de lezer extra pijnlijk.

Ondanks die negativiteit dient het boek een deugdelijk doel: het levendig houden van Tonio. De auteur ziet het als de opgave van hem en zijn vrouw om Tonio tussen hen in te houden en om niet te bezwijken aan het onmenselijke verdriet dat zijn overlijden teweeg bracht.

Heel natuurlijk gaat A. F. Th. van der Heijden binnen het bestek van ruim 600 bladzijden over van herinneringen aan en vreugdevolle momenten in Tonio’s leven, naar de intense en diepmenselijke pijn van de leegte na Pinksteren 2010. In zijn vlotheid is het een gruwelijk mooie leeservaring, die tot tranens toe beweegt.

E-mailadres Afdrukken