Banner

Het Gilgamesj-epos

Hildegart Maertens - 02 september 2011

Zelden gebeurt het dat ruim een derde van een boek besteed wordt aan een voorwoord. Bij Het Gilgamesj-epos is dat echter wel het geval en met de uitgebreide reeks noten inclusief bevat bijna de helft van dit ongeveer honderdvijftig bladzijden tellend boek randinformatie.

{image}Die keuze van vertaler en uitgeverij laat zich gemakkelijk verklaren als men bekijkt hoe groot de tijdspanne is tussen het ontstaan van dit epos en het moment waarop men vandaag het boek leest. Naar schatting meer dan 4000 jaar geleden werden de fundamenten voor dit epos gelegd, waardoor Het Gilgamesj-epos meteen de geschiedenisboeken in mag als een van de alleroudste bewaard gebleven teksten. Bij ons geniet het werk echter niet de status van bijvoorbeeld Homeros’ Illias of Odysseus. Voornaamste reden daarvoor is dat de oude Grieken zowat de oudste beschaving zijn waar de Europeaan zich op kan beroepen. Meer naar het Oosten, meer bepaald in het huidige Midden-Oosten, is er een veel oudere traditie van koningen en gecultiveerde volkeren, waar dit Gilgamesj-epos duidelijk een weerslag van is.

Een inleiding van ongeveer veertig bladzijden is niet overdreven. Briljant vertaler Theo de Feyter geeft uitleg bij de plot, de opgravingswerken, de vorm waarin het werk tot ons is gekomen, zijn vertaling, belangrijke bronteksten en gangbare interpretaties. Een hele boterham, waarvoor men inderdaad algauw een derde van het boek nodig had. Achteraan staat bovendien een filosofisch getint nawoord van Frank Westerman, die met zijn Ararat (een boek over de verhouding van de 21e-eeuwse mens tot God en godsdienst) een soort vervolgverhaal heeft geschreven op Gilgamesj gekende epos. Daarin stelt de schrijver enkele pertinente vragen over wat het betekent om als mens op zoek te zijn naar de eeuwige jeugd of de onsterfelijkheid, een vraag waar Gilgamesj mee worstelt, en waar tegenwoordig een hele wetenschapstak rond bestaat.

Dat Het Gilgamesj-epos nog steeds actuele vragen oproept, is een onwrikbaar feit. Dat neemt niet weg dat men zich kan afvragen of het boek tegenwoordig nog kan gelezen worden. Is het epos niet eerder een historisch document, een artefact uit het verleden dat eerder in musea dan in boekenkasten thuishoort? De enige Nederlandstalige vertaling die aan die van de Feyter vooraf ging, daterend van rond de Tweede Wereldoorlog, lijkt te impliceren dat er ruim vijftig jaar inderdaad amper interesse was voor Gilgamesj. De vertaler merkt echter terecht op dat het hier om een verkeerde ingesteldheid gaat. Met zijn vertaling, die in de eerste plaats vlotte leesbaarheid en een eenvoudig versschema voor ogen had, bewijst de Feyter dat dit boek nog geen spatje verouderd is. Dat is uiteraard een lichte overdrijving, want het verwachtingspatroon van de hedendaagse lezer is grondig gewijzigd. Zoals Westerman opmerkt moet men dit epos daarom eerder aanvatten als een soort poëtische Bijbel (een Koran?), waarin levenslessen door middel van heldere, ontroerende verhalen worden gebracht.

Dat sommigen dit werk te droog, te analytisch of gedateerd zullen vinden, is onvermijdelijk. Nochtans heeft de Feyter alles in het werk gesteld om een bruikbare, leesbare vertaling te maken. Door zijn geringe dikte, is deze nieuwste uitgave in de Perpetua-reeks dan ook geen boek dat tandengeknars vergt zoals de Illias of een Orlando furioso. Onder de oude klassiekers, smaakt Het Gilgamesj-epos immers als een verrassend frisse creatie.

E-mailadres Afdrukken