Banner

Alain de Botton

Religie voor atheïsten

John Cossement - 03 augustus 2011

“Van God los, laat nu toch die god los, er is niets of niemand in de kosmos, ’t is zonde van de tijd”, zong Stijn Meuris ooit bij Monza. Klopt, beweert ook Alain de Botton, uiteraard is er geen opperwezen dat uw leven of het heelal bestiert, maar laten we het kind niet overijld met het badwater wegkieperen. Als een volleerd pikkediefje ontvreemdt de Zwitsers-Britse bestsellerfilosoof enkele nuttige onderdelen van religie om het leven van broodnodige troost te voorzien.

Van meet af aan rijdt de Botton er de strijdbare atheïsten genre Dawkins-Hitchens af: religies mogen dan wel een belediging voor het verstand zijn, bewijzen dat God niet bestaat is niet meer dan een spielerei. Het blijft uiteraard aan het begin van deze nieuwe eeuw een nobel doel om op de grenzeloze infantiliteit en de talloze vunzige eigenschappen van religie te wijzen maar de Botton heeft een andere bedoeling. De Franse positivistische denker Auguste Comte deed het hem in de 19de eeuw al voor toen hij voorstelde de heilige tradities niet onbehouwen van tafel te vegen maar gebruik te maken van de relevante en rationele aspecten ervan. Hij faalde: zo hadden termen als réligion universelle en kerken voor de mensheid voor vele ontkerkelijkten een vieze bijklank en ook de Botton, zelf volstrekt atheïstisch, wil geen nieuwe seculiere religie oprichten.

In een geïndividualiseerde maatschappij die zich afkeert van geestelijke oefeningen, bezinning, rituelen of het begrip ‘deugdzaamheid’ en in tijden van afgunst, vervreemding, kilheid en eenzaamheid is Religie voor atheïsten een weergaloze denkoefening. We leven in een samenleving waarin we materiële afgoden aanbidden, verdwaasd in shopping malls rondzwalken en waarin de media grotendeels ons beeld van de anderen en de werkelijkheid bepalen, een meritocratie met professioneel succes als maatstaf waarbij een mislukking ons het etiket loser oplevert. Het gemeenschapsgevoel smelt als sneeuw voor de zon en de onbeholpenheid door het gebrek aan een moreel kader na de libertaire ideologie loert om de hoek. We zijn dolgedraaid door vrijheid en een ontzaglijke hoeveelheid aan keuzes en komen niet los van de menselijke neiging tot agressie, racisme, schuldgevoel, angst, narcisme, hoogmoed en egoïsme.

Met de dood van God hebben we de neiging in het psychologische middelpunt post te vatten maar het zijn vaak religies die ons erop wijzen dat we onvolkomen, hulpeloze, door de dood gedefinieerde wezens zijn, gespeend van bestendig geluk, gekweld door seksuele verlangens en status en vatbaar voor het noodlot. Op het gevaar af zowel gelovigen als atheïsten voor het hoofd te stoten, slaat de Botton spijkers met koppen en vuurt met zijn onberispelijke pen en een uitzonderlijk inzicht in de menselijke psyche bijzonder concrete en stevig onderbouwde voorstellen op de lezer af. Naar aloude gewoonte is zijn werk rijkelijk geïllustreerd met foto’s en van commentaar voorzien: aanschouwelijkheid hamert de les er nog beter in, iets waar ook religies zich terdege van bewust waren.

Uitermate boeiend zijn de overpeinzingen over het hedendaagse onderwijs en de kunst, instituten die de levenskunst veronachtzamen en geen zier geven om de verwarde innerlijke wereld van de mens. Vooral moderne kunst en musea zouden Rilkes befaamde versregel ‘du musst dein Leben ändern’ moeten promoten. Niet alle suggesties, zoals een pleidooi voor een Narrenfeest (festum fatuorum) waarbij het geoorloofd zou zijn om wartaal uit te kramen, wollen penissen voor te binden, te feesten en te copuleren met willekeurige medemensen, zullen makkelijk liggen, maar: count us in.

De nieuwe de Botton is guitig en charmant maar tegelijk serieus en lichtjes provocerend. Niet elke gedachte is even vernieuwend of kwam al aan bod in vroeger werk, maar leerzame ideeën kunnen, wat religies ook al door hadden, niet genoeg herhaald worden. Gespeeld luchtig en toegankelijk maar toch diepgaand, wederom haalt de innemende denker zijn stokpaardjes van stal en strooit goedgeefs anekdotes en waardevolle adviezen rond of gaat in op eigen ervaringen met spirituele oefeningen in een boeddhistisch retraiteoord.

Het boek is dus zeker geen apologie voor godsdienst en de Bottons filosofie van het mededogen is niet naïef-utopisch, quite the contrary: de levenskunstfilosoof beschouwt optimisme als de grootste tekortkoming van deze wereld en verwerpt à la Barbara Ehrenreich en haar strijd tegen het positieve denken, ons messiaanse geloof in wetenschap, technologie en handel. Bij de Botton blijft het niet bij woorden alleen: in 2008 stichtte hij de Londense School of Life, wat perfect aansluit bij zijn betoog voor instituten om de praktische filosofie te verspreiden. Lezingen worden er sermons genoemd en er zijn plannen om een School of Life-keten uit te bouwen.

Il faut le faire, een boek schrijven dat het ongelovige denken bijstelt en de weerzin van atheïsten tegenover religie ombuigt in waardering voor de godsdienstige aspecten die helend in een mensenleven kunnen zijn. Al is het geloof klinkklare onzin, zelfs rabiate religiehaters kunnen aan dit boek hun hart ophalen en wie zich -- gelovig, agnost of atheïst -- in zijn wiek geschoten voelt, heeft het boek simpelweg niet of niet goed genoeg gelezen. Academische filosofen mogen hem dan wel uitspugen, aan het woord is een man die met bescheiden ingrepen van de wereld een troostrijker oord wenst te maken. Religie voor atheïsten is een prachtboek.

E-mailadres Afdrukken