Banner

Hans Christian Andersen

Sprookjes en verhalen

Frida Dewitte - 15 juli 2011

Wie kent ze niet, de sprookjes van Hans Christian Andersen? Het mag een uitzondering heten als men als kind nooit in contact zou zijn gekomen met de prachtige verhalen van deze Deen, van wie verkeerdelijk wordt aangenomen dat hij uitsluitend circulerende verhalen optekende.

In haar voorwoord ontkracht vertaalster Annelies van Hees meteen de misvatting dat Andersen voornamelijk een kopiist was en slechts in tweede instantie een fantast en kunstenaar pur sang. Het is wel degelijk zo dat de man de spreektaal overnam in zijn verhalen, alsook bepaalde constanten uit de verhalende, mondelinge traditie, maar daar blijft het dan ook bij. De neergepende verhalen ontsproten inhoudelijk immers grotendeels aan zijn eigen brein. Meer nog: wie alleen vertrouwd is met de grote Andersen-clichés, merkt dankzij deze uitzonderlijk lijvige uitgave dat de man eerder de status van professioneel dichter verdient, in plaats van afgeschilderd te worden als notoir ’kindervriend’ — een etiket dat hem tegenwoordig, nogal geringschattend misschien, achtervolgt. Uit deze editie blijkt dat Andersen, weliswaar in de voor hem zo kenmerkende vorm, ook odes schreef aan onder meer het adres van ’de poëzie’ en het doet deugd vast te kunnen stellen dat bepaalde verzen het niveau van schoolkinderen ver overstijgen. Op die manier biedt Sprookjes en verhalen zowel voer voor volwassenen als voor kinderen; hetgeen vertaalster Annelies van Hees verder in de verf heeft gezet.

Deze publicatie in de Perpetua-reeks betreft een heruitgave van een vertaling uit 1992, die het volledige oeuvre van Andersen omvatte. Een waar huzarenstuk dat vertaalster van Hees met verve overleeft, wat in de eerste plaats opmerkelijk is omdat ze erin slaagt een uniforme stijl doorheen de hele bundel te hanteren. Dat ze zich de vrijheid permitteerde om de moeilijke interpunctie van Andersen ten bate van de vlotte leesbaarheid naar believen aan te passen, is een keuze die zich absoluut niet wreekt. Meer nog: dat ze zo eerlijk is haar ingrepen aan de lezer mee te delen, strekt nog meer tot eer. Wel spijtig is dat van Hees een vocabularium hanteert dat niet gevrijwaard gaat van anachronismen. De kinderlijke betutteling (qua woordgebruik) waar Andersen in talrijke uitgaven aan wordt blootgesteld, vindt in deze editie dus een zeer interessante tegenhanger, maar als voorleesboek is deze Sprookjes en verhalen bijgevolg geen optimale aanschaf. Dat hoeft natuurlijk ook niet, maar de vraag blijft op welk publiek van Hees mikt, als niet op het gemiddelde jonge gezin met literaire aspiraties.

Los van de vraag naar de identiteit van het doelpubliek, heeft deze bundel voor iedereen wel iets moois in petto. Zoals gezegd wisselen meer diepgaande, literaire stukken de eerder laagdrempelige met sprekend gemak af. Het is schitterend om lezen hoe Andersen de inmiddels stereotiep geworden verhaalelementen van ’het sprookje’ als genre beduidend eenvoudig naar zijn hand wist te zetten. In vergelijking met de ideeënschaarste die men als kind soms via Disney over zich heen kreeg, is Andersen een echt kunstenaar, die zijn verhalen daarenboven doorspekte met eigen ervaringen en met een opmerkelijke zin voor sfeerschepping hele universa voor de ogen van de lezer of toehoorder oproept. Bovenal verraadt zich echter de hand van de meester in de variatie die net geen 1100 bladzijden hoogtij viert. Dat niet alle verhalen daarbij van een even hoge kwaliteit zijn, is zeker geen erg meer eenmaal men ontdekt dat het talent van Andersen veel verder reikt dan louter de kinderverhalen. Eveneens verbazingwekkend is dat veel meer verhalen van Andersen tot het collectief geheugen behoren dan men op het eerste zicht zou denken. Men valt werkelijk van het ene gekende sprookje in het volgende en kan, zo stelt Manon Uphoff in het nawoord, in feite de eigen jeugd herbeleven aan de hand van deze verhalen.

Sprookjes en verhalen loont dus absoluut de moeite, alleen al om te ontdekken dat Andersen zo ontzaglijk veel meer is dan enkele onveranderlijke verhaaltechnieken. De vlotte vertaling heeft de lezer overigens niet willen onderschatten en bouwt mee aan het literair genoegen, hoewel het kinderpubliek daarbij gedeeltelijk uit de boot lijkt te vallen.

E-mailadres Afdrukken