Banner

Steve Sem-Sandberg

De onzaligen van Lodz

Jurgen Boel - 01 juli 2011

Ondanks twaalf romans en enkele essays duurde het tot 2009 vooraleer de Zweedse Steve Sem-Sandberg ook internationaal echt doorbrak. Zijn monumentale roman over het Poolse getto Lodz is dan ook een indrukwekkend huzarenstuk geworden dat zich ergens tussen Jonathan Littels De welwillenden en Edgar Hilsenraths Nacht situeert.

{image}

Net als Liddel stouwt Sem-Sandberg zijn roman vol met historische details terwijl hij in navolging van Hilsenrath niet de concentratiekampen of Jodenvervolging op zich als uitgangspunt neemt maar wel het overleven in een getto en meerbepaald het beruchte getto van Lodz, dat niet alleen het tweede grootste getto was (na Warschau) maar ook tijdens de oorlogsjaren diende als een tewerkstellingsplaats voor Joden. Onder impuls van Mordechai Chaim Rumkowski, Judenälteste (Hoofd van de Joodse Raad) en met goedkeuring van Amtsleiter Hans Biebow transformeert ?ód? zich tot een belangrijke fabrikant en leverancier van materiaal en goederen voor de Wehrmacht.

De als collaborateur en verrader verguisde maar net zo goed als redder en held opgehemelde Rumkowski was er volgens sommigen van overtuigd dat hij “zijn volk” redden kon door het een economische activiteit in dienst van Duitsland te laten leveren. Dat dit de discriminatie, vervolgingen en onderdrukking nauwelijks tegenhield, was daarbij van secundair belang, net zoals het feit dat de arbeiders met een karig beetje meer voedsel betaald werden. De honger, het leed en wanhoop waren in ?ód? al even aanwezig als in andere getto’s ondanks alle beloftes van Rumkowski.

In De onzaligen van Lodz beschrijft Sem-Sandberg hoe het leven verliep in het getto tussen april 1940 en januari 1945. Hierbij laat hij niet alleen Rumkowski aan bod komen, maar kiest hij voor een veelvoud van personages die allen een nieuw leven trachten uit te bouwen onder de moeilijke omstandigheden en bovenal alles doen om te overleven. Dat er vanuit dramatisch oogpunt desondanks relatief weinig gebeurt, mag niet verbazen, maar zoals Hilsenrath met Nacht treffend aantoonde, kan ook uit een moedeloze situatie een krachtig verhaal gepuurd worden.

Waar Hilsenrath de fictie liet primeren, baseert Sem-Sandberg zich echter op bestaande documenten en opteert hij net als Littel voor een stevig op feiten en documenten geconstrueerde roman. Hierdoor blijft hij net als Littel evenwel te zeer gebonden aan feiten om echt dramatisch uit de hoek te komen, al is zijn keuze om verschillende stemmen en inwoners -- met als belangrijkste uiteraard die van Rumkowski -- aan het woord te laten, een niet oninteressant gegeven. Het wisselende vertelperspectief maakt het bovendien mogelijk om een genuanceerder beeld te schetsen van het leven in Lodz, waarbij ook Rumkowski opnieuw een mens van vlees en bloed wordt in plaats van een karikatuur.

De overvloed aan personages zorgt echter samen met het verlangen om zo volledig en accuraat mogelijk te zijn -- zie ook het veelvuldig gebruik van Jiddische woorden en uitdrukkingen (die achteraan in het boek vertaald worden) -- ook voor een te veel aan informatie dat slechts gedeeltelijk door het toegevoegde personenregister met de belangrijkste spelers opgelost kan worden. Hierdoor schiet Sem-Sandberg zijn doel gedeeltelijk voorbij. Door continu te schipperen tussen een verhalende inslag en een documentaire weergave verliest hij te veel de eenheid uit het oog en krijgt de roman iets vermoeiends over zich.

De onzaligen van Lodz is om meerdere redenen monumentaal te noemen maar vraagt een (enorme) inspanning van de lezer. Niet alleen door de teneur van het verhaal die tenslotte weinig hoopvol is maar ook door de wil om de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen en zijn grillige parcours ligt het boek meermaals zwaar op de hand. Wie Littel en Hilsenraths werken naar waarde wist te schatten, kan hierin een mooie aanvulling vinden. De onzaligen van Lodz is geen eenvoudig werk maar heeft wel op verschillende niveaus zijn merites meer dan verdiend.

E-mailadres Afdrukken