Banner

Tim Davys

Amberville

Jurgen Boel - 10 juni 2011

Om deze dagen op te vallen met een roman is naast een portie geluk en talent ook enige zin voor mysterie en mythecreatie mooi meegenomen. In het geval van Amberville wordt daarbij mooi op twee paarden gewed: niet alleen weet niemand wie achter het pseudoniem Tim Davys schuilt, bovendien vertrekt zijn (of haar) debuut Amberville vanuit een ongewone premisse.

Davys, van wie dit jaar twee nieuwe boeken verschijnen, heeft namelijk voor de wereld van knuffeldieren gekozen. De keuze voor deze ongewone protagonisten leidt echter niet tot wollige verhalen of knusse vertelsels maar biedt een opmerkelijke nieuwe invalshoek voor een detectiveroman met thrillerelementen. Amberville baadt namelijk in een noir-sfeertje waarbij het hoofdpersonage tegen zijn wil betrokken raakt bij smerige zaakjes en zich gedwongen ziet voor louche onderwereldfiguren vuile klusjes op te knappen.

Erik Beer, een teddybeer zoals de naam al laat vermoeden, heeft het voor elkaar. Als hoge pief bij een reclamebureau met een knappe vrouw aan zijn zijde, Emma Konijn, lacht het leven hem toe. Tot op een dag zijn deur wordt ingebeukt en maffiabaas Nicholas Duif een dienst komt vragen. Duif heeft immers vernomen dat hij op de mythische Dodenlijst zou staan, een lijst die de namen bevat van alle knuffeldieren die dat jaar meegenomen zullen worden. Nu is het aan Erik om niet alleen te weten te komen of een dergelijke lijst al dan niet bestaat, maar ook om zo nodig Duifs naam van de lijst te (laten) schrappen.

Om deze klus te klaren besluit Beer zijn vroegere handlangers opnieuw op te zoeken. Naast de gruwelijk sterke maar ook wat simpele Tom-Tom Kraai, maken ook de homoseksuele, drugsverslaafde Sam Gazelle en de sluwe cultuurambtenaar annex mislukte schrijver Slang Marek deel uit van zijn gezelschap, waarbij elk van hen zo zijn eigen redenen heeft om deel uit te maken van Beers team. Tijdens hun speurtocht ontrafelen Beer en zijn kompanen steeds meer van de mysteries rond de beruchte lijst en zijn ontstaan, al heeft niets Beer voorbereid op wat hem te wachten staat eens hij de waarheid onder ogen krijgt.

Hoewel het verhaal rond de dodenlijst weliswaar wat vergezocht overkomt en sommige plotwendingen iets te veel voor de hand liggen, heeft Davys wel een indrukwekkende roman aangeleverd. De belangrijkste reden hiervoor is dat hij de wereld waarin Beer en de zijnen leven intern coherent en uitgekiend is. Zo zijn de knuffeldieren zo goed als onsterfelijk, ook al worden ze ouder en vertonen ze slijtage, maar kunnen ze net zo goed even snel verdwijnen als ze verschijnen -- meer bepaald is het zo dat er op gezette tijdstippen nieuwe knuffeldieren geleverd worden en dat gezinnen zich kunnen inschrijven voor de adoptie van nieuwe dieren.

Daarnaast is Amberville opgebouwd uit meerdere stadsdelen, het ene al fraaier dan het andere, en bestaat er naast een regering ook een religieuze orde waar Beer en zijn familie (die hoog op de maatschappelijke ladder staan) goed bevriend zijn met enkele van zijn belangrijkste leden. Door naast deze beschrijvingen van Amberville het hoofdverhaal occasioneel te onderbreken om enkele andere personages voor te stellen die in het verhaal een rol zullen spelen, weet Davys er bovendien de vaart in te houden en het geheel lezenswaardig en spannend te houden.

De premisse van knuffeldieren is tegelijk de sterkte en zwakte van het boek, maar Davys weet in dit eerste verhaal de vaart er vlot genoeg in te houden zodat de aard van zijn hoofdpersonages er al snel niet meer toe doet. Grootse literatuur is Amberville niet, maar als vlot verpakte noir-thriller weet het zijn mannetje te staan. Of Davys ook met zijn volgende boeken weet te beklijven, zal nog dit jaar duidelijk worden, maar zijn debuut is alvast beloftevol.

E-mailadres Afdrukken