Banner

Mordecai Richler

De bekentenissen van Barney

Jurgen Boel - 04 mei 2011

Getalenteerde jongelingen hebben altijd de neiging elkaars gezelschap op te zoeken, of het nu Berlijn, New York of Zwevezele is, ze vinden elkaar als vliegen op een koeienvlaai. Het wordt evenwel pas echt interessant wanneer men decennia later terugblikt op hoe het vergaan is en welke dromen gerealiseerd zijn.

Die eenvoudige stelling vat De bekentenissen van Barney treffend samen. Hoofdpersonage Barney Panofsky is een succesvolle producent van pulp-tv wiens memoires na zijn dood gepubliceerd werden door een van zijn zonen. Panofsky heeft een boeiend leven geleid waarbij niet alleen zijn drie huwelijken centraal staan maar ook en vooral zijn vriend- en vijandschap met enkele belangrijke kunstenaars en schrijvers, waarvan de twee belangrijkste zijn eerste vrouw Clara en de Canadese literaire held Terry McIver wiens eigen memoires Barney tot schrijven aangezet hebben, zijn.

Hoewel Richler/Barney een zekere chronologie tracht aan te houden, netjes verdeeld over de drie vrouwen in zijn leven, spring hij doorheen het verhaal geregeld van het verleden naar het heden en terug. In die optiek heeft Richler de teneur van memoires perfect weten te vatten. Door er daarenboven terzijdes en intermezzo’s mee in te bouwen, krijgen de fictieve bespiegelingen een extra scheut realiteit mee die het leesplezier alleen maar vergroten. Maar het zorgt ook dat het even duurt voor de lezer mee is met Barney/Richler en alles binnen een context weet te plaatsen.

Zo is er al snel sprake van de moord waarvoor Barney vrijgesproken is, maar komt de hele toedracht (of althans Barneys versie) pas laat in het verhaal naar voor. Ook Barneys laatste vrouw, Miriam, duikt te pas en te onpas op en overschaduwt daardoor de eerste twee vrouwen. Maar Miriam is dan ook de grote liefde van Barney en de moeder van diens kinderen. Het is zij die er mee voor zorgt dat de veeleer flierefluitende Barney de sympathieke underdog blijft. En terwijl Miriam aan Barney zijn menselijkheid verleent, zorgen zijn “kunstenaarsvrienden” ervoor dat de schaamteloos commerciële inborst van Barney nooit antipathiek wordt.

Richler schildert het gros van de meer artistiek aangelegde leden van de bende dan ook met de nodige ironie als een bende narcistische idioten die zichzelf als pure genieën zien die Barney vooral lijken te dulden om onduidelijke redenen. Echt sympathiek komen Clara en McIver bijvoorbeeld niet over; de eerste is een zielig meisje dat wanhopig om aandacht schreeuwt terwijl de tweede een pedante kwast is die graag de mythe van het onaantastbaar genie in ere wenst te houden en de eigen geschiedenis (on)bewust herinterpreteert.

Het is met een duidelijk diabolisch genoegen dat Richler hen in hun hemd zet en -- en passant -- ook bepaald politiek correcte denkbeelden rond “minderheidsgroepen” een spiegel voorhoudt. Zo valt het moeilijk om niet te grijnzen wanneer Richler verhaalt hoe een in het leven geroepen beurs voor vrouwen leidt tot een doelbewust misbruik maken van fondsen waarbij elke kritiek gepareerd wordt als zou het behoren tot een typisch mannelijk en blank dominant discours. Barney mag dan wel een charlatan zijn, hij erkent het tenminste van zichzelf in tegenstelling tot een hoop andere personages.

De bekentenissen van Barney denderen met een rotvaart verder waarbij het steeds moeilijker wordt om geen sympathie op te vatten voor de schelm Barney wiens hart ondanks alles wel degelijk op de goede plaats zit. Een te volgen voorbeeld is Barney allesbehalve, maar in een wereld vol pretentieuze blaaskaken is zijn “de keizer draagt geen kleren”-attitude hoogst verfrissend. Dat Richler zich met dit werk grandioos geamuseerd heeft, kan niet betwijfeld worden. Het mooie eraan is dat ook de lezer gegund wordt mee te gniffelen.

E-mailadres Afdrukken