Banner

Michael Parenti

God en zijn demonen

John Cossement - 15 april 2011

God en zijn demonen demonstreert dat religie door de eeuwen heen altijd samenhing met geweld, onverdraagzaamheid, politieke macht, geld, seksuele exploitatie en, met als kers op de taart, tomeloze hypocrisie. De Amerikaan Michael Parenti viseert niet zozeer God zelf: hij heeft vooral geen hoge pet op van diens fans.

De ons vorig jaar ontvallen Rudy Kousbroek had al een pesthekel aan de helpers van God, en ook bezig baasje Parenti -- hij is politicoloog, historicus, activist en auteur van een twintigtal boeken -- beschouwt velen onder hen als gevaarlijk en ronduit gestoord. In tegenstelling tot de werken van strijdbare atheïsten als Richard Dawkins, Christopher Hitchens of Sam Harris vormt God niet de hoofdmoot in het boek, maar niettemin wordt ook Hij in de aanzet van God en zijn demonen duchtig de mantel uitgeveegd: Hij is een megalomane massamoordenaar en sadist die buitenproportioneel voor wissewasjes straft.

Ook Zijn Zoon Jezus komt er bekaaid vanaf. Parenti hangt het beeld op van een prietpraat uitkramende, verwaande en egocentrische vlerk zonder enige vorm van elementaire beleefdheid die allerminst sociaal bevlogen was; de Messias bestendigde eerder de ongelijke en patriarchale maatschappij. Parenti is niet bijster origineel met dergelijke psychologische profielen: op dat vlak lieten ooit al Karel van het Reve (De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen), Erik van Ree (De Mensenhater) en Maarten ’t Hart (Wie God verlaat heeft niets te vrezen en De bril van God) zich in ons taalgebied niet onbetuigd.

Gelovigen menen volgens de auteur vaak dat ze van God carte blanche krijgen om wreedheden te begaan en ook PR-mensen van Christus zoals Paulus, Augustinus of Thomas van Aquino waren verbeten jodenhaters die onrechtstreeks voor de meest onwaarschijnlijke gruweldaden tijdens pogroms en de Holocaust verantwoordelijk zijn. Enkele andere heilige huisjes moeten het daarbij ontgelden: er is het ontluisterende portret van de Albanese non Moeder Theresa -- heel wat info is ook terug te vinden in Christopher Hitchens’ De Missionarispositie -– en Parenti noemt haar met haar reactionaire standpunten, bijna onbestaande medische kennis, onstilbare geldhonger en onkritische houding tegenover sociaal onrecht en onfrisse machthebbers een chagrijnig viswijf, dat blijkens haar dagboekfragmenten zelfs worstelde met gevoelens van atheïsme. Padre Pio bestempelt hij onomwonden als een “schoft” die door Johannes Paulus II werd gecanoniseerd. Diezelfde Johannes Paulus II en zijn toenmalige bloedhond Ratzinger nekten in Latijns-Amerika de bevrijdingstheologie en de progressieve clerus, dit in samenspraak met doodseskaders en hun Amerikaanse broodheren. Een sociaal bewogen man als de vermoorde aartsbisschop Romero werd echter door het Vaticaan uitgespuwd.

“Jullie kunnen niet God dienen én de Mammon”, de evangelist Matteüs tekende het op in het Nieuwe Testament, maar volgens Parenti viert materiële hebzucht hoogtij in geestelijke kringen: de paus en allerhande andere goeroes zijn onschatbaar rijk en ook in zijn eigen land laten inhalige, rechtschristelijke televangelisten en republikeinen van zich spreken. Daarbij treden ze hun eigen rigide seksuele moraal flagrant met de voeten, investeren ze in de bewapenings-, olie- en banksector en springen ze in de bres voor doorgeslagen patriottisme en antisociale maatregelen zoals de verdere verbrokkeling van openbare diensten, uitbuiting van gastarbeiders, een welwillende houding tegenover VS-corporaties, belastingverlagingen voor ultrarijken en de groei van het defensiebudget. De natte droom van elke neocon dus. Sommige christelijke bewegingen en godsdienstdwepers in de VS hebben een heel duidelijke agenda: ze wensen in een christelijke theocratie hun eigen versie van de sharia ten koste van democratie en secularisatie te installeren, een voornemen dat economisch gemotiveerd is en waarbij ze ook de kunsten, media, het onderwijs en de wetenschap in handen willen krijgen.

De selectieve perceptie van Gods volgelingen, de kracht van gebeden of het creationisme, Parenti, eind de zeventig ondertussen, laat het allemaal uiterst bevattelijk aan bod komen. Met een behoorlijke scheut humor schrijft hij over Gods broddelwerk, zijnde de Schepping, en sporadisch last hij verrassende invalshoeken in om zijn stelling uit te bouwen. Occasioneel is er een eye opener maar hij vertelt ook hier vaak weinig nieuws. Vele feiten (b.v. hoe orthodoxe moslims tegen het Westen te keer gaan) zijn alom bekend.

Hij toont fijntjes aan dat Richard Gere en anderen met te veel geld en te veel vrije tijd best met de nodige reserves voor de Dalai Lama zouden supporteren: voor de Chinese inval (Parenti schetst wel geen zwart-wit beeld en is niet blind voor zowel de repressie als de positieve verwezenlijkingen van de Chinezen) was Tibet een feodale theocratie waar godsdienstconflicten, tirannie, slavernij, extreme armoede, foltering en seksueel misbruik schering en inslag waren en dus allerminst het paradijselijke Shangri-La waarvan westerse boeddhistische bekeerlingen de wereld trachten te overtuigen.

Parenti beschouwt zich niet als een militant atheïst die gelovigen hun troost wil afpakken, en er bestaan ook progressieven voor wie religie een inspiratiebron en een streven naar sociale rechtvaardigheid en vrede inhoudt, maar deze religieuze strekking ontbeert het kapitaal en de netwerken die reactionair rechts toebehoren. Parenti is net als Noam Chomsky een luis in de pels van conservatief Amerika en maakt zich, in het zog van de Founding Fathers, terecht zorgen over het christelijke fundamentalisme in zijn land. Hij duikelt de geschiedenis van de theocratie op maar is ook (iets te) optimistisch: volgens hem zijn er positieve en progressieve ontwikkelingen in de christelijke en islamitische wereld en delven godsdienstfanatici langzamerhand het onderspit. Deze observatie staaft hij echter onvoldoende in de heel summiere slotbladzijden. Ook beweert Parenti dat paus Benedictus XVI en de Conferentie van Katholieke Bisschoppen opkomen voor het milieu, maar hij vergeet dat wie, zoals de katholieke Kerk, tegen geboortebeperking is, ook tegen wereldvrede en milieubescherming is.

God en zijn demonen is een bijwijlen furieus boek met momenten van bijtende spot. In zijn opsommingen en opeenstapeling van -– hoe schandalig ze ook zijn –- feiten (op den duur is het wel duidelijk wat voor uitvaagsel Amerikaanse bijbelfanaten zijn), heeft Parenti soms iets drammerigs en hij had nog diepgaander de mechanismen van zijn stelling (al eeuwenlang werken burgerlijke en geestelijke autoriteiten samen om hun geprivilegieerde posities in de sociale orde nog meer op te vijzelen) kunnen blootleggen en onderbouwen.

E-mailadres Afdrukken