Banner

Jan Stevens en Tim Dirven

Terug naar Grozny

Hildegart Maertens - 15 april 2011

Een suggestieve titel heeft Terug naar Grozny niet echt. Zoals verwacht vertelt het boek het verhaal van de terugkeer van Oumar en Fatima naar hun thuisland (Grozny), waar ze na tien jaar vrienden en familie opnieuw willen bezoeken. Het koppel wordt begeleid door de voormalige netmanager van Canvas (Jan Stevens), die instaat voor het verhalende deel van het boek, en door Tim Dirven, fotograaf. De weerslag van die reis is een emotioneel relaas geworden over verlies, heimwee en de zoektocht naar geluk.

Oumar Chagaev en Fatima Davdieva waren in betere tijden acteurs, maar inmiddels zijn ze allebei een stuk in de vijftig en leven ze al tien jaar op Belgische bodem. Ze kwamen in 2000 naar Brussel met hun drie zonen, vluchtend voor de oorlog in Tsjetsjenië. Eenmaal in Europa verbaasde het koppel zich over de onverschilligheid in het westen: de oorlog leek de kapitalistische landen niet te bedreigen en liet hen bijgevolg volledig koud. Na een bittere periode van eenzaamheid en hulpeloosheid krijgen ze politiek asiel. Inmiddels is Oumar chauffeur en werkt Fatima in de keuken van een rusthuis, terwijl de drie kinderen hier naar school gaan en zich volledig “geïntegreerd” hebben in de Belgische cultuur.

Een beetje beschamend is dat Grozny tegenwoordig amper bekendheid geniet. Het gaat echter om de hoofdstad van Tsjetsjenië, een regio waar de voorbije decennia gestaag een toenemende haat jegens het Russische regime is gegroeid. De indeling in autonome of niet-autonome oblasten (een equivalent voor provincies) is al ruim 90 jaar aan de gang en wie geen moderne geschiedenis heeft gestudeerd, kan moeilijk klaar zien in de hele kwestie. De klemtoon van het boek ligt echter vooral bij het menselijke en bijgevolg hoeft men de recente ontwikkelingen in Rusland niet op de voet te volgen om gegrepen te kunnen worden door het verhaal. De reis die Oumar en Fatima ondernemen, valt op een abstracter niveau immers te herleiden tot de zoektocht naar een verloren identiteit. Dat heeft Jan Stevens goed begrepen, wat zijn trefzekere, maar zelden zwaarwichtige stijl mooi onderstreept.

Het concrete uitgangspunt voor de reis van Oumar en Fatima is de vraag of ze terug willen naar het land waar ze eigenlijk nooit hadden willen vertrekken. Door middel van bezoeken aan achtergebleven familieleden en aan theatervrienden in Grozny tracht men te achterhalen of het leven alweer menswaardig zou kunnen verlopen in Grozny. Dat de vaststellingen ter plekke ontluisterend zijn, blijkt niet alleen uit de dikwijls erg kille toon van de tekst, maar ook uit de foto’s, die de lezer in hun ijskoude realiteitszin vaak met verstomming slaan.

Mooi aan dit boek is dat Jan Stevens zich niet opstelt als prozaïsch verteller van het aangrijpende verhaal, maar vooral vanuit zijn eigen waarnemingen meegeeft hoe hij denkt dat het leven voor het koppel moet geweest zijn. Zijn weergaves zijn er des te harder door en de geest van de lezer wordt tevens geprikkeld door de interessante vorm van het boek, waarin een externe verteller (als het ware als lezer, waarnemer) infiltreert. Subtiel integreerde Stevens bovendien politieke informatie in een ander lettertype, waardoor een extra (journalistieke) koude toets doorheen de roman trekt. Dit alles vormt een prachtig contrast met het menselijke verhaal uit het boek, dat door zijn mooie vormgeving en zijn expressieve foto’s snel wordt rondgedeeld bij vrienden en kennissen.

Terug naar Grozny is dus een geslaagde “documentaire”, hoewel de verhalen van minderjarige vluchtelingen opgetekend door Erwin Mortier en gefotografeerd door Lieve Blancquaert (Niemand weet dat ik een mens ben) toch nog iets ontroerender was, vanwege de weerloosheid van de kinderen, omwille van Mortiers schitterende stijl en Blancquaerts subtielere foto’s.

E-mailadres Afdrukken