Banner

Haruki Murakami

1q84 (Boek drie)

Jurgen Boel - 18 maart 2011

De waarschuwing die opgeld maakte voor het tweede boek, geldt ook hier. Want bij de bespreking van dit derde deel zullen noodgedwongen enkele plotontwikkelingen uit de eerste twee delen aan bod komen. Wie bij voorkeur wachtte tot de drie delen verschenen waren om het met lezen aan te vangen, stopt beter nu.

Stellen dat de verwachtingen voor het derde en afsluitende boek van de 1q84-trilogie hooggespannen waren, is de waarheid geweld aandoen. Nadat de eerste twee delen gelijktijdig verschenen waren, bleef het reikhalzend uitkijken naar het afsluitende boek dat niet alleen het verhaal maar ook het jaar 1984/1q84 afsluiten zou. Murakami had de spanningsboog in de twee eerste delen zozeer weten op te bouwen dat een zinderende finale niet langer kon uitblijven. Dat Murakami er desondanks toch in geslaagd is om een deprimerend zwak boek af te leveren, is dan ook niet minder dan een koude douche.

Nochtans waren alle elementen voor een geslaagd einde aanwezig: met de moord op de sekteleider van de Voorhoede en de eerste -- zij het van op een afstand en eenzijdige -- ontmoeting tussen de twee hoofdpersonages/verliefden Aomame en Tengo werden nieuwe beloftes gecreëerd. Bovendien kwam uit het tweede boek duidelijk naar voor dat ook The Little People zich niet zomaar bij de feiten zouden neerleggen. Zelfs Tengo’s vader, die in een onherroepelijk coma verzonken leek, hield enkele sleutels in zijn handen terwijl hij verder verzorgd werd in wat Tengo “het kattenstadje” doopte.

Met niets van dat alles wordt echter veel aangevangen, op de onvermijdelijke ontmoeting tussen Tengo en Aomame na (zie de titel van het laatste hoofdstuk) blijft Murakami meer raadsels en dwaalsporen rondstrooien dan hij er oplost. De nochtans knap gevonden toevoeging van de morsige en dubieuze advocaat Ushikawa als derde verteller weet het verhaal nauwelijks in een stroomversnelling te brengen. Weliswaar schenkt vooral Ushikawa licht over het verleden van Tengo en komt de lezer via hem wat meer te weten over de Voorhoede. Toch blijft ook hij opvallend op de vlakte en verwijst Murakami via hem slechts zijdelings naar verbanden tussen de verschillende hoofd- en nevenpersonages.

Het magisch-realisme van Murakami heeft nooit een eenduidig antwoord gekend en dat is ook nergens voor nodig maar de manier waarop hij er zich in 1q84 van af maakt, zal meerdere lezers tegen de borst stuiten. Het lijkt er sterk naar dat Murakami zelf niet goed wist hoe hij dit verhaal moest afronden en er dan maar voor gekozen heeft om er vrijelijk op los te associëren en daarbij enkele pseudodiepzinnige wijsheden (vooral van Jung) ertussen te gooien om zo het werk toch nog een aura van mystiek te bezorgen.

Sommige lezers hebben al eerder opgemerkt dat de vertalingen van Murakami vaak te Nederlands zijn en/of dat hij ondanks zijn kunnen als verteller nooit die grote literator geweest is. In de meeste van zijn werken stoort dit echter niet of nauwelijks omdat het verhaal zelf zo meeslepend is, bij dit derde boek worden de beperkingen van Murakami echter schaamteloos in de verf gezet. 1q84 (Boek drie) zou als een soort intermezzo tussen twee delen nog enige waarde hebben, maar als sluitstuk van een trilogie die beloftevol begon, is het een zwaktebod. Zo 1q84 na het tweede boek geëindigd was, had Murakami opnieuw een hoogvlieger uitgebracht, nu heeft hij in de eerste plaats nergens de beloftes ingevuld en dat is doodjammer.

E-mailadres Afdrukken