Banner

Paul Claes

De tuin van de Franse poëzie – Een canon in 100 gedichten

Frida Dewitte - 11 maart 2011

Het vervullen van de opdracht kan geen sinecure geweest zijn: het maken van een representatief naslagwerk rond de Franse poëzie in slechts 100 gedichten. Als essayist, schrijver en dichter, maar bovenal als vertaler, was Paul Claes echter de ideale figuur om deze bloemlezing samen te stellen. Hij kweet zich met verve van zijn schier onmogelijke opdracht en slaagde erin een coherente, meeslepende selectie te maken uit meer dan tien eeuwen Franse dichtkunst.

Grote verassingen hoeft men van De tuin van de Franse poëzie niet te verwachten. De bloemlezer hanteert een chronologische samenstelling en in tegenstelling tot wat Claes’ collega’s Koen Stassijns en Ivo van Strijtem doen in hun onlangs verschenen herdruk van De mooiste van de hele wereld-bloemlezing (namelijk bekende en minder bekende dichters tegen elkaar afwegen door interessante contrasten op te zoeken), houdt Claes het beknopte overzicht van de poëtische canon vrij sec. Hij heeft uit de overvloed aan dichters enkel de meest cruciale gekozen en wat overblijft is dan ook een verzameling met uitsluitend belangrijke figuren. Dat klinkt misschien saai voor wie reeds voeling heeft met de grote namen uit de Franse dichtkunst, maar vooral tussen de dichters van voor de 19e eeuw kan ook dat publiek heel wat half in de vergetelheid geraakte figuren (her)ontdekken.

Effectbejag is Claes overigens volstrekt vreemd. Nooit kiest hij overdreven hermetische gedichten en ook vormelijk is dit boek zeer klassiek opgevat. Met de korte duiding bij de gekozen fragmenten (Claes noemt het “commentaar”) wordt de beginnende poëzieverkenner overigens goed op weg geholpen in hoe men een gedicht moet lezen en wat er van de context waarin het gedicht tot stand kwam doorschemert in het schrijfsel zelf. De telkens aanwezige “inleiding” (met een biografische en bibliografische schets rond de dichter), “nawerking” (waarin Claes nog extra informatie meegeeft) en “uitgave(n)” zijn cruciaal voor de volledigheid en getuigen van de studie die aan dit boek vooraf moet gegaan zijn. Soms krijgt de lezer dan ook het gevoel dat De tuin van de Franse poëzie een soort “handboek tot de Franse canon” is, dat zich beperkt tot essenties en eventuele studenten letterkunde op weg kan helpen om vertrouwdheid te krijgen met enkele basisstromingen of grammaticale principes van de poëzie. Claes schrijft echter niet als een academicus en de sporadische keren dat de materie toch wat complexer wordt, houdt hij beide voeten op de grond. Dit naslagwerk heeft absoluut niet de bedoeling om de eigen eruditie te verkopen, noch wil het een “ultieme” bloemlezing zijn of pretendeert het alle kennis te bundelen die over deze zaken bestaat. Veeleer is dit een warme introductie voor wie zich interesseert voor Franse poëzie, zonder andere doeleinden voor ogen te houden.

Met de term “naslagwerk” is overigens een belangrijk woord gevallen: men kan het boek gewoon doorlezen, maar het leent zich (via een register) ook gemakkelijk tot het snel opzoeken van details omtrent dichter of gedicht. Een gebrek aan volledigheid zou wat dat betreft een kritiek op deze uitgave kunnen zijn, maar Claes heeft, zoals reeds gezegd, zeker geen absolute encyclopedie voor ogen gehad. De beknoptheid siert een boek als dit juist, en eigenlijk werden zo goed als uitsluitend goeie keuzes gemaakt. Elk dichter krijgt bijvoorbeeld maximum een bladzijde duiding en voor kunstenaars met een bewogen biografie of een grote significantie voor latere generaties is dat uiteraard niet genoeg. Belangrijk is dan dat de lezer gewezen wordt op deze elementen en dat de geïnteresseerde gestimuleerd wordt om zelf meer op te zoeken over de figuur in kwestie. Beide zaken ziet men dankzij Paul Claes in vervulling gaan: hij maakte een uiterst evenwichtige selectie van gedichten en informatie en deze haast perfecte balans speelt de toegankelijkheid van dit boek extra in de hand.

Tot slot nog enkele lovende woorden voor Claes’ schitterende vertalingen, die met hun mix van getrouwheid aan de oorspronkelijke tekst en “dichterlijke” vrijheid de sfeer en de beelden van de gedichten haast perfect weet te vatten. Wie oorspronkelijke tekst (die gelukkig telkens werd opgenomen en zo een extra meerwaarde van dit overzichtswerk vormt) en vertaling naast elkaar legt, moet beamen dat Claes de werken stuk voor stuk als dichter heeft benaderd, uiteraard met respect voor de authenticiteit van de originele maker. Naast Peter Verstegen is Paul Claes kortom een van de belangrijkste pleitbezorgers van goede poëzievertalingen binnen ons taalgebied. Wie nog geïntroduceerd moet in de Franse dichtkunst: laat dit boek en deze vertaler uw gids zijn.

E-mailadres Afdrukken