Banner

De mooiste van de hele wereld

De moderne wereldpoëzie in 333 gedichten

Frida Dewitte - 02 maart 2011

Met hun thematische ordening van de allermooiste wereldpoëzie boorden dichters Koen Stassijns en Ivo van Strijtem in 1996 een ware succesformule aan. Na hun selectie met 300 schitterende gedichten volgden tal van hulden specifiek gericht aan bekende en minder bekende dichters. Ook andere bloemlezingen, zoals het geroemde ‘123 wereldgedichten om uit het hoofd te kennen’, werden samengesteld door beide bloemlezers. Dat ze nu hun initiële naslagwerk herzagen en hebben uitgebreid, kan dus uitsluitend goed nieuws betekenen.

De nogal saaie volgorde volgens jaartal of alfabet wilden beide samenstellers al in 1996 niet in overweging nemen. In plaats daarvan kozen ze voor een rangschikking volgens thema. Daarmee plakken ze meteen een gevaarlijk label op elk gedicht, maar beide samenstellers zijn intelligent genoeg om in het voorwoord te wijzen op het feit dat een dergelijke etikettering niet absoluut is. Bovendien zijn er slechts een aantal bijdragen waarin de plaatsing ook elders had kunnen gebeuren. Over het algemeen zijn de onderwerpen namelijk vrij goed omlijnd en is er amper discussie over het etiket. Waar dat wel het geval is, moet de lezer zelf de reflex hebben om breder te kijken dan het thema alleen.

Een tweede punt van originaliteit is de sobere, maar heel doeltreffende en esthetische vormgeving. Ook in andere bloemlezingen van Stassijns en van Strijtem valt op dat er aandacht werd besteed aan de lay-out en die gunstige tendens wordt hier op de spits gedreven. Zo loopt over de binnenzijde van het boek een lange dichtregel van de Noorse dichter Olav Håkonson Hauge en wordt ieder nieuw thema voorafgegaan door een strakke grijze pagina met een centraal stuk poëzie erop. Dat idee heeft vormgever Kris Demey misschien overgenomen van Gert Dooreman, die bij de creatie van Tom Lanoye’s toneelwerk bij Prometheus Uitgeverij van een soortgelijke aanpak uitging. Interessant is overigens dat beide samenstellers telkens hun thema introduceren met een gedicht van iemand die vooral vóór 1900 actief was, waarna quasi uitsluitend 20e-eeuwse poëzie aan bod komt. Met William Wordsworth, Aleksandr Poesjkin, Giacomo Leopardi, Arthur Rimbaud, Victor Hugo, Heinrich Heine, Charles Baudelaire, Johann Wolfgang von Goethe en enkele anderen is de poëtische traditie op die manier goed vertegenwoordigd. Wat Stassijns en van Strijtem vooral wilden aantonen aan de hand van deze belangrijke figuren, is dat de moderne poëzie niet uit het niets ontsproten is. De kiemen voor allerhande experimenten, zowel vormelijk, stilistisch, inhoudelijk als puur semantisch, waren al veel vroeger aanwezig; een vaststelling die allicht niemand zal verbazen, maar waaraan men inderdaad nog enige keren mag herinnerd worden. De grote canon is dus compact vertegenwoordigd en hoewel niet alle “kiemen” in amper één gedicht gebald kunnen zitten, heeft het duo toch merkbaar naar passende voorbeelden gezocht. Die vormen het ideale opstapje naar een exploratie van de op til zijnde veranderingen gedurende het fin de siècle en later, die men aan de hand van zowel gevestigde waarden als van minder bekende goden kan ontdekken.

Daarin schuilt overigens de grootste verdienste van deze De mooiste van de hele wereld -- De moderne werelpoëzie in 333 gedichten. In plaats van gemakkelijk grote oplages te halen met enkele klinkende namen, hebben Stassijns en van Strijtem ook voor de doorwinterde poëzieliefhebber een maal bereid waar men lang nieuwe smaken in kan ontdekken. Er staan bij een eerste lezing zelfs beangstigend veel onbekende dichters in, maar in vele gevallen hebben hun creaties ook werkelijk een specifieke waarde. Uiteraard blijft het meesterschap van de grootste namen onbetwistbaar en aan hen gaat het duo gelukkig niet voorbij. De meeste namen die er moesten in komen, staan er kortom ook in. De uitstapjes naar intrigerende onbekende zielen en eerder prozaïsche gedichten (dikwijls ook van bekendere kunstenaars) laten zich in het verlengde daarvan lezen als extreem boeiende uitbreidingen.

Dat Koen Stassijns en Ivo van Strijtem opnieuw tijd en moeite gestoken hebben in hun misschien wel meest omvangrijke project, werpt dus ontegensprekelijk zijn vruchten af. Met een frisse vormgeving, een aantal nieuwe aanwinsten en een betaalbaar prijskaartje, zullen zowel geïnteresseerde leken als liefhebbers van de betere poëzie zich hieraan kunnen laven. Geen commerciële knieval voor het grote publiek, maar een oprechte bundel die heel breed mikt… en scoort.

E-mailadres Afdrukken