Banner

J.-K. Huysmans

Tegen de keer

Frida Dewitte - 18 februari 2011

Sommigen noemen het onleesbaar, anderen, waaronder de Vlaamse schrijver Christophe Vekeman, dwepen er al mee sinds het einde van hun tienerjaren. Een waar cultboek dat generaties schrijvers heeft beïnvloed en bij zijn verschijnen een stortvloed aan kritiek over zich heen kreeg: Tegen de keer laat niemand onberoerd.

Wat de plot betreft, kan je over de belangrijkste roman van J.-K. Huysmans kort zijn: een echt verhaal valt er niet in te bespeuren. Het hoofdpersonage, ene rijke Des Esseintes, zondert zich af van het wereldlijke leven en vestigt zich ver buiten de bewoonde wereld. Hij leeft ’s nachts, omdat de geest in die absolute stilte niet verstoord wordt, denkt na over in welke kleur zijn kamer zou moeten geschilderd worden en analyseert de waarde van de literatuur, de beeldende kunsten, parfums en meer van zulks. Af en toe is er ook een concrete handeling, maar die is nergens spannend of gericht op het opbouwen van een climax: de intrinsieke lijn zit veel meer in het personage van Des Esseintes zelf, die langzaam maar zeker bezwijkt onder de eenzaamheid en de afzondering.

Wie denkt dat Tegen de keer een soort 19e eeuws Into the Wild is, kan er moeilijk meer naast zitten. Met ellenlange beschrijvingen van Latijnse auteurs, obscure schilders en samenstellingen van geuren stelt het boek het geduld van de hedendaagse lezer op de proef. Wie een bredere kijk heeft dan literatuur alleen, kan voortdurend verwijzingen gaan opzoeken en krijgt op die manier inzicht in het referentiekader van waaruit J.-K. Huysmans vertrok. Of die gigantische hoeveelheid artistieke input als verrijkend wordt ervaren, hangt uiteraard van de lezer af, die ofwel de tanden zal stukbijten op deze taaie roman, ofwel volledig zal meegesleept worden door het negativisme dat van het boek afstraalt. Des Esseintes is doordrongen van een Sartriaanse walging voor de dingen om hem heen en zwelgt -- bij wijze van passief verzet -- in de eigen rijkdom. De menselijke verbeeldingskracht wordt als hoogste goed op de voorgrond geplaatst, want welke tastbare heerlijkheden overstijgen de geestelijke? Geen, aldus Des Esseintes, hoewel de rationele argumenten voor een dergelijke stelling grotendeels uitblijven. Toch is Tegen de keer een interessante denkoefening en bovendien goot Huysmans de menselijke aftakeling van de protagonist in een fijngevoelige stijl waarin extra diepte terug te vinden is.

Zijn plaats binnen de Ulysses klassieken-reeks van De Bezige Bij heeft Tegen de keer dus dubbel en dik verdiend. Het publiek dat met dit boek in de wolken zal zijn, is wellicht niet bepaald groot, maar het is belangrijk dat boeken als deze in druk verkrijgbaar blijven. Wie de roman immers volledig uit heeft, kan zich niet gemakkelijk ontdoen van de zwaarmoedige ideeën waarmee Huysmans de lezer opzadelt. Begin 20e eeuw zei iemand: “Na zo’n boek rest de auteur slechts de keus tussen de vuurmond van een pistool en de voeten van het Kruis. ” In een beschouwing die Huysmans achteraf optekende en die vooraan in deze editie werd opgenomen, schrijft de auteur dat die keuze gemaakt is: hoewel Tegen de keer getuigt van een soort afkeer jegens het katholieke, zou de auteur zich in zijn latere romans steeds meer tot de godsdienst aangetrokken voelen. Daarom is deze roman zowat de kiem van alle latere werken van Huysmans; reden te meer overigens waarom je van deze auteur bovenal dit boek zou moeten lezen.

Over de houdbaarheid kan gediscussieerd worden, maar voor wie een zekere voeling heeft met de literaire canon, zal Huysmans zeker geen groot struikelblok vormen. Integendeel: wetende dat Tegen de keer de ondergang inluidde van het Franse naturalisme, is het een boek dat vanuit historisch oogpunt van binnen en van buiten zou moeten gekend zijn. Hoewel je dat ook weer niet te letterlijk moet opvatten…

E-mailadres Afdrukken