Banner

Marguerite Yourcenar

Het hermetisch zwart

Andreas Delanoye - 16 februari 2011

Met Het hermetisch zwart (L’Oeuvre au Noir) krijgt de Perpetua-reeks van Uitgeverij Athenaeum er een van de belangrijkste historische romans van de twintigste eeuw bij. Yourcenars heel gedocumenteerd relaas over het 16de-eeuwse Europa is niet alleen interessant in informatief opzicht, maar ook heel existentieel te lezen. Dit alles in een overstijgende stijl en met een sombere geladenheid die doet denken aan Dürers Melencolia.

Marguerite Yourcenar was het pseudoniem van Marguerite Cleenewerck de Crayencour (1903-1987), een Brusselse van adellijke geboorte die vanaf haar vroege jeugd doordrongen was van de Franse cultuur. Ze werd internationaal bekend met haar eerste grote historische roman, Herinneringen van Hadrianus (Mémoires d’Hadrien), die verscheen in 1951. Hierin reconstrueert Yourcenar de verloren gegane autobiografie van de Romeinse keizer Hadrianus, opgesteld als een lange brief aan Marcus Aurelius. Dit boek geldt als een standaard voor de gefictionaliseerde reconstructie van de Oudheid.

Tussen de Herinneringen van Hadrianus en Het hermetisch zwart bestaan belangrijke parallellen qua ontstaansgeschiedenis. De kiem voor beide werken ligt in de jeugd van de schrijfster en was al voor 1926 aanwezig. De stof bleef echter een tijd liggen, hoewel Yourcenar geen afstand van de personages (respectievelijk Hadrianus en Zeno) kon nemen. Zo verdiepte zich in het materiaal door blijvend contact met de personages gedurende haar eigen leven. Er rijpte dus langzaam een roman die later als geheel werd opgetekend. Concreet was Zeno al eens opgedoken in een verhaal (D’après Dürer) van La mort conduit l’attelage uit 1934. De heropname voor Het hermetisch zwart begon in 1955 en het boek werd uiteindelijk gepubliceerd in 1968.

In tegenstelling tot Hadrianus is Zeno een fictief "historisch" personage, gevangen tussen middeleeuwen en moderniteit. We bevinden ons in de vroege renaissance, een chaotische periode met sterke industriële en economische impulsen, naast hernieuwde interesse voor de wetenschap, maar afgeremd door religieuze repressiemaatregelen, gewapende machtsstrijden en de zwarte dood. Zeno is een einzelgänger die wil opboksen tegen onwetendheid, vechten tegen dogmatiek en daarom als ketter geboekstaafd staat bij de inquisitie.

We zien Zeno als jongeling zijn geboorteland verlaten en de wereld rondreizen in een verzengende zucht naar kennis die hem vrij moet maken van wat individuen en gebeurtenissen hem willen opleggen. Tegelijk met hem vertrekt Henri-Maximilien Ligre, en met deze bankierszoon is in een wereldlijke tegenmelodie van het geestelijk avontuur van Zeno voorzien. Ze zullen elkaar; veel wijzer geworden en door de wereld toegetakeld, halverwege het boek terug ontmoeten. Ze komen beide tot de conclusie dat de bekrompenheid van de mens niet alleen in hun geboorteland Vlaanderen welig tiert.

We volgen dus de gedachten en wederwaardigheden van een homo universalis (arts-natuurkundige-filosoof) in zijn tijd. Er zitten dan ook veel feitelijkheden in het boek verwerkt, zowel wat betreft plaatsen, gebeurtenissen (rebellie van Munster!) als personages. In het nawoord legt de schrijfster een grote nadruk op de bronnen die ze hierbij raadpleegde. Het is een tijdsportret, maar tegelijk overstijgt de roman dit door veel te bieden als existentieel relevant ego-document. Ook de stijl, die een grote geladenheid bezit en perfect aansluit bij de inhoudelijke dreiging en het obscurantisme, tilt het boek naar een hoger niveau. Het is niet voor niets dat Marguerite Yourcenar als eerste vrouw werd opgenomen in het "college van onsterfelijken", de Académie francaise.

De titel van het boek verwijst naar de alchemie, meer bepaald naar een van de initiële stappen om van een minder metaal goud te maken of de steen der wijzen. De mysterieuze uitreksels hierover maken de new-age van de tweede helft van de jaren zestig waarin het boek ontstond voelbaar, en dat is toch wel spijtig. Zeno’s meditaties "in de afgrond" moeten zijn fascinatie voor de Oosterse wereld tonen, maar de boeddhistische connotaties zijn hier toch wat ongeloofwaardig. De alchemistische facetten zijn dus de minder interessante van Zeno’s karakter, maar storen niet in die mate dat ze de roman als geheel overschaduwen.

Naast de roman zijn ook de "Verzamelde notities" opgenomen, die Yourcenar van plan was te laten verschijnen, en een "Noot van de schrijfster". Beiden laten zien hoe moeilijk het voor Yourcenar was haar personages los te laten: ze kon er maar geen genoeg van krijgen en lijkt er soms net iets te veel mee te dwepen. Soms verliest Yourcenar zich rechtuit in enerzijds sentimentele en anderzijds pedante bespiegelingen. Op andere momenten haalt ze er andere literatuur bij, wordt ze meer analytisch met betrekking tot de geschiedenis of haar schrijverschap en gunt ze ons een kijk in haar atelier. De meerwaarde van deze aanvullingen voor de roman lijkt me dubbelzinnig, maar dat ze opgenomen zijn is zeker te rechtvaardigen.

Niets dan lof ten slotte voor de meesterlijke vertaling van Jenny Tuin, die niet alleen deze roman, maar een groot deel van het oeuvre van Yourcenar vertaalde. Het maakt dat elk liefhebber van de historische roman deze moderne klassieker optimaal kan savoureren.

E-mailadres Afdrukken