Banner

Willem van Zadelhoff

Ga niet weg

Hildegart Maertens - 04 februari 2011

De nieuwste roman van de “Vlaamse” Nederlander Willem van Zadelhoff heeft de prangende titel Ga niet weg meegekregen. Het werd de magistrale bekroning van een reeds in vele vakbladen bejubelde trilogie waarin modernistische architectuur, historische Bauhaus-figuren en de vervreemding van de mens op de voorgrond staan. Voor wie niet gelooft dat dergelijke uiteenlopende onderwerpen in een bondige, krachtige roman kunnen gegoten worden, is er slechts een credo: lezen, dit boek!

Het eerste deel van de naamloze trilogie heette Een stoel (2003) en gaat over de “achterpootloze buisstoel” van de familie Kats. Dat is het soort stoel dat deze keer op de cover prijkt van het stijlvol uitgegeven slotdeel van de trilogie. Aan Ga niet weg leverde uitgeverij Meulenhoff / Manteau immers ook een belangrijke bijdrage. De grote typografie en de aantrekkelijke, open bladspiegel geven deze roman een uiterlijke lichtheid. Die wordt ruimschoots gecompenseerd door een innerlijke zwaarte: Ga niet weg is immers zo’n boek waar belezen mensen meer uit kunnen halen. Van Zadelhoff hanteert niet alleen architecturale termen en beelden, maar refereert dikwijls meer algemeen aan de kunstgeschiedenis. Dit is eindelijk nog eens een boek dat de lezer niet onderschat: in Ga niet weg moet de lezer zelf het nodige werk doen, wat voor enthousiastelingen zijn vruchten ruimschoots afwerpt.

Het vervolg op Een stoel was Holle haven (2006), een boek waarmee van Zadelhoff een vrij uitgebreid publiek bereikte. Daarin behandelde de auteur onder meer de moderne architectuur van na de grote oorlogen, een thema waar ook in Ga niet weg rijkelijk uit geput wordt. Deze nieuwe roman laat zich echter perfect afzonderlijk lezen: de trilogie heeft geen epische continuïteit, maar meer een sluimerend thematische. Het is dus ook perfect mogelijk om na Ga niet weg de voorgaande delen uit te pluizen en te genieten van ’s mans rijke fantasie.

Een van de vragen die zich stelt bij het lezen van een intelligent boek over kunst, waar een suspenseverhaal doorheen loopt, is waar van Zadelhoff het lef en de kennis vandaan haalde om een diepgaand boek te schrijven waarin ook moord en doodslag bloedserieus lijken genomen te worden. Het antwoord dient zich misschien aan onder de vorm van het feit dat de auteur recensent Duitse literatuur is voor De Standaard. Een schrijver die zelf veel leest, kent wellicht de valkuilen van het vak, en weet wat er precies moet gedaan worden om niet hautain of belerend te klinken. Qua toon zit van Zadelhoffs nieuwste roman dan ook zeer goed: de stijl is natuurlijk en vloeiend, de vlotte leesbaarheid wordt nergens geremd, hoewel van Zadelhoff toch mooie, beeldrijke zinnen schrijft waarin duidelijk een bepaalde zin voor kernachtigheid schuil gaat. Ga niet weg, een boek over van alles en nog wat, telt bijgevolg slechts 201 bladzijden. Hoewel de lezer achteraf een gewaarwording krijgt alsof de informatiestroom minstens dubbel zo lijvig is geweest.

Inhoudelijk is de architectuur van de roman vrij duidelijk: er zijn vijf grote delen waarin afwisselend Robert Kats en Karoline Kwatta aan het woord zijn. In het eerste deel vertelt protagonist Kats over zijn partner Hester en de aankoop van een moderne villa in de Colenbranderhof, een plaats die herinneringen oproept aan zijn jeugd. “Een villa met licht en lucht”, schrijft van Zadelhoff heel poëtisch, ”om in zomer en winter te kunnen ademen”. Robert koopt ook een speciale fiets en ontfermt zich over een moslimmeisje van de school waar hij lesgeeft. Tot een aanslag op zijn leven plaatsvindt, waarbij Kats zwaargewond raakt en de figuurlijke bal uiteraard aan het rollen gaat.

In het tweede deel spreekt historica Karoline Kwatta, die een boek geschreven heeft over Jan Bouman (een Nederlands architect die vooral werkzaam was in Duitsland) en die onderzoek doet naar de Hollandse wijk in Potsdam (Berlijn) en naar de “achterpootloze buisstoel” van de grootvader en vader van Robert Kats -- waarmee meteen de link naar het eerste deel van de trilogie gelegd is. Haar verhaal en dat van Robert Kats raken vervolgens verweven, terwijl ook het thrilleraspect steeds groter proporties aanneemt. De magnifieke apotheose grijpt plaats tegen de achtergrond van het domein Sanssouci in Potsdam, waarmee van Zadelhoff een zoveelste architecturaal statement uit zijn mouw schudt. De roman is echter zoveel meer dan een gedurfde combinatie van genres: in de filosofische uitwijdingen doorheen het derde deel stelt de auteur bijvoorbeeld interessante vragen over de flexibiliteit van de menselijke geest, naast andere humaan-filosofische uitwijdingen. Hij doet dat echter constant tegen de schitterende mysterieuze achtergrond van belagers, achtervolgers en geheimzinnige verwikkelingen.

Ga niet weg laat zich eigenlijk het best omschrijven als een intellectuele, schizofrene roman. Meesterlijke verhaallijnen met uiterst fascinerende historische en cultureel herkenbare gegevens, gekoppeld aan een thrillerachtig verhaal met een spannende, maar niet te zwaarwichtige climax. Licht verteerbare, maar heel dankbare Literatuur met de grote L.

E-mailadres Afdrukken