Banner

Edgar Hilsenrath

Het sprookje van de laatste gedachte

Jurgen Boel - 31 januari 2011

Op korte tijd is de Duits-Joodse schrijver Edgar Hilsenrath aan een nieuwe opmars in ons taalgebied begonnen. De ondertussen hoogbejaarde Hilsenrath (°1924) die sinds zijn debuut Nacht (1964) in totaal tien boeken schreef, werd de voorbije twee jaar met niet minder dan vier vertalingen in het Nederlands geëerd.

Nadat in 2008 het pikzwarte Nacht(1964) en de satire De nazi en de kapper (1977) verschenen, volgde in 2009 het dromerige De thuiskomst van Jossel Wasserman (1993). Het sprookje van de laatste gedachte (1989) werd al een eerste maal -- en toen als enige -- vertaald in 1991 maar wist niet de interesse op te wekken die Hilsenrath ditmaal wel te beurt valt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat dit verhaal nergens de kracht of impact haalt van de andere vertaalde werken. Nochtans is de thematiek, de Armeense genocide/kwestie, Hilsenrath op het lijf geschreven.

Eerder al toonde hij aan dat wat hijzelf als “de andere Holocaust” bestempelt, literair treffend wist te vatten. Aanvankelijk vatte hij het plan op om dit verhaal net als Nacht binnen een realistisch en beschrijvend kader te vatten, maar na zich steeds meer verdiept te hebben in de Armeense cultuur en zijn rijke sprookjes- en verhaaltraditie rijpte het plan om het boek volgens dat stramien op te bouwen. En bij de start, werkt dat ook wonderwel.

Op zijn sterfbed krijgt Thovma Khatisian bezoek van medda, de sprookjesverteller in zijn hoofd, die hem belooft het sprookje van de laatste gedachte te vertellen. Dat sprookje zal samen met de laatste angstkreet van Thomva naar Hayastan zweven, het heilig land van de Armeniërs aan de voet van de berg Ararat, aldus medda die als gids voor Khatisian en dus ook de lezer optreedt. Maar de gids maakt van bij het begin ook duidelijk dat hij niet alle feiten kent, maar een sprookje vertelt dat de waarheid benadert.

Centraal in het verhaal staan daarna Thomva’s ouders, die hij nooit gekend heeft, en dan vooral het levensverhaal van zijn vader. Bij de start van het eerste deel zit die laatste in een Turkse cel op beschuldiging van hoogverraad. Ondanks de absurditeit van de aanklacht -- Wartan Khatisian zou achter de aanslag op aartshertog Franz-Ferdinand zitten -- en zijn Amerikaans paspoort weigert voorlopig iemand in te grijpen. De Duitse bondgenoten van Turkije opperen weliswaar hun bezwaren, maar houden zich anderzijds ver van wat ze als een interne gelegenheid aanzien. Bij het besef dat een bloedbad en genocide op handen is, wassen ze hun handen in onschuld.

In het derde deel zal Hilsenrath de draad weer oppikken en verhalen hoe het Thomva’s ouders vergaan is, maar eerst moet het levensverhaal van vader Wartan -- het eigenlijke hoofdpersonage -- voort verteld worden. Meer nog dan in het vorige deel weet Hilsenrath hierbij perfect een verloren gegane wereld op te roepen waar bijgeloof, misogynie, racisme het leven bepalen. Het kleine dorpje zucht onder het juk van de Turken en de Koerden, die beide als officiële overheid enerzijds en dievenbende anderzijds opereren, terwijl oeroude tradities het rurale leven van alledag richting geven.

Het literaire talent van Hilsenrath staat ook bij dit boek buiten kijf, alleen weet hij het ditmaal niet in een coherent en boeiend verhaal te gieten. Dat de tradities en gewoontes die het tweede deel beheersen voor een moderne lezer als achterlijk overkomen, is niet de schuld van de auteur -- per slot van rekening baseert hij zich op overgeleverde bronnen -- maar dat hij er geen goede roman uit weet te puren, is wel volledig op zijn conto te schrijven. Het grote struikelblok van Het sprookje van de laatste gedachte is immers zijn structuur: zowat het hele boek is opgebouwd uit een dialoogvorm die snel vermoeiend overkomt vanwege de vele herhalingen en stroeve stijl.

De thematiek van Het sprookje van de laatste gedachte is op dit moment nog even relevant en prangend als bij het verschijnen van het boek. Een rasverteller als Hilsenrath is bovendien perfect geplaatst om deze schandvlek uit de geschiedenis een literaire stem te geven. Dat hij hier niet in slaagt, is zonder meer zonde.

E-mailadres Afdrukken