Banner

Arjen van Veelen

Over rusteloosheid

Jurgen Boel - 21 januari 2011

Er was een tijd dat eenieder die lezen kon en enige scholing de naam waardig kreeg, zijn "klassiekers" kende. De klassiekers zijn dan uiteraard de schrijvers uit de antieke oudheid, meerbepaald de Griekse en Romeinse filosofen wiens geschriften als bakens van universele wijsheid gelden, maar naar hedendaagse normen eigenlijk niet zoveel meer dan columnisten waren.

Het is met andere woorden niet zo vreemd dat classicus Arjen van Veelen voor zijn columns over hedendaagse fenomenen geregeld teruggrijpt naar zijn eeuwenoude collega’s, en zelfs bij hen ten rade gaat om nieuwe hypes te duiden. Van Veelen steunt echter niet op deze geschriften in een poging zijn cultuurpessimisme een schijn van auctoritas te geven zoals zo vaak gebeurt, maar net om de universele geplogenheden en denkbeelden bloot te leggen die nu toevallig van een nieuw medium gebruik maken. Het internet heeft ons denken niet fundamenteel veranderd, integendeel.

Het mooiste voorbeeld daarvan vormt de sociale netwerksite Facebook die prachtig gereduceerd wordt tot zijn essentie in het artikel "Een fantastisch facebookleven", al kan de link tussen de stoïcijnse filosoof-keizer Marcus Aurelieus en zuivelproducten in de koelkast evenmin versmaad worden. Het is een milde blik, gekruid met een voorzichtige ironie die van Veelen hanteert waarbij de verwijzingen naar de oudheid (naast de Grieken en Romeinen, durft ook de Bijbelse koning David op te duiken) nooit pedant laat klinken maar veeleer achteloos ertussen gooit opdat je ze bijna niet zou opmerken.

Zelfs wanneer het aanvankelijk onduidelijk is waar van Veelen heen wenst te gaan, krijgt zijn verhaal gaandeweg coherentie en worden enkele hedendaagse fenomenen te kijk gezet, zoals de drang om toch maar iemand te zijn ("Dinges Odysseus"). Intrigerend wordt het pas echt wanneer hij die behoefte om mee te tellen vertaalt naar het leven van Paris Hilton, en zowaar een apologie voor haar schrijft, daarbij zelfs de dichter Vergilius citerend. Achter het fenomeen Hilton schuilt volgens van Veelen niet alleen meer dan bepaalde mensen denken, maar hij weet dit ook treffend te verwoorden.

Jammer genoeg weet van Veelen deze krachttoer niet vol te houden, zijn mild-ironische pen lijkt sterk afhankelijk te zijn van het onderwerp zoals zijn columns over tatoeages ("Suum Cuis") en de classicus ("Classicus"). Het staat uiteraard mooi om ook voor jezelf de roede niet te sparen maar het verschil met andere teksten is te groot. Het gebrek aan coherentie is dan ook de zwakste troef van Over Rusteloosheid. Mijmeringen over Camus ("Steden zonder verleden") en de eigen sportambities ("Boksen zonder hersencellen") hebben weliswaar een melancholische waarde, maar ze contrasteren te sterk met de speldenprikkende reflectie van "Vakantiebeurs" of het haast postmoderne "Autocue voor Sophie" dat zich tussen de lijnen laat lezen.

Over rusteloosheid heeft zijn merites (of moeten we zeggen "kudos") maar blijft wat het is: een verzameling columns die onderling sterk kunnen verschillen van inhoud en stijl. De rode draad die hen verbindt, is van Veelens gevoel voor taal en verhaal. De bundel mag niet in een ruk uitgelezen worden, wil men er ten volle van genieten. Voor een boek als Over rusteloosheid is het werkwoord savoureren uitgevonden. Ongetwijfeld heeft van Veelen ook daar iets over te vertellen.

E-mailadres Afdrukken