Banner

Meir Shalev

Het zat zo

Hildegart Maertens  - 19 januari 2011

Meir Shalev is één van de meest veelbelovende auteurs van Israël. Hij schrijft dikwijls over familiebanden, ondanks de Israëlische traditie om het over politieke kwesties te hebben. Dat slaat internationaal echter goed aan, want zijn boeken worden in meer dan twintig gebieden vertaald en uitgegeven. Het zat zo is een waar gebeurd en fantasierijk boek, met een verhaallijn zo absurd dat ze quasi niet laat geloven valt.

Het hoofdpersonage in deze autobiografische roman is de grootmoeder van Shalev. Het is echter zo dat haar stofzuiger een even prominente rol speelt in het verhaal als haar eigenlijke figuur. Zij vertelt veel verhalen, die steevast beginnen met de woorden ”Het zat zo…”. Verhalen vooral over familie maar dat de stofzuiger hierin een zeer belangrijke rol speelt, is een uitzonderlijk gegeven dat deze roman zeker een schitterende dimensie geeft.

In essentie gaat Het zat zo over de poetsmanie van Shalves grootmoeder aan moederszijde, oma Tonja. De auteur schrijft met bijzonder veel humor en plezier over haar en haar schoonmaakziekte. Van haar zwager, die naar het kapitalistische Amerika is geëmigreerd, krijgt ze een heuse stofzuiger (“svieper”) toegestuurd, een apparaat waar ze nog nooit van gehoord heeft. Na een eerste kennismaking en nadat ze beseft dat het vuil opgevangen wordt in de “svieper”, zet ze het toestel achter slot en grendel. Het toestel is immers een echt gevaar voor haar schone huis: alle vuil en stof wordt er in opgeslagen. Dat betekent, volgens oma Tonja, dat het toestel alle vuil terug in het huis zou kunnen verspreiden. Daarom is het, volgens haar, een duivels toestel.

Het verhaal speelt zich af in Nahalal, waar het huis van oma Tonja staat. De grootouders van de auteur kwamen in 1923 uit Oekraïne, vestigden zich in Palestina en werkten op het land. Oma Tonja zwaaide in dat huis echter met de scepter en iedereen had een beleefd ontzag voor haar. Shalev schetst een totaalbeeld van zijn oma Tonja, met inbegrip van haar goede kanten, maar hij verbloemt ook haar slechte kanten niet, integendeel , met ironisch genoegen dikt hij ze nog wat aan. Haar schoonmaakwoede is niet normaal, in die zin dat alles zuiver en rein moet zijn en niemand het huis in mag, kwestie van nieuwe vuiligheid te vermijden. Anderzijds is ze bijzonder ruimdenkend en vrijzinnig, want ze moedigt Shalev aan regelmatig met een ander vriendinnetje te komen logeren. Het sociale leven van Tonja met haar broers, kinderen en kleinkinderen, vormt echter een wrang contrast met het luxe-leven in het verre Amerika.

Uit het verhaal komt een diep respect naar voor van de auteur voor zijn familie, ondanks de vele onschuldige ruzies. Het is vooral ontzag dat Shalev voelt voor zijn grootmoeder en hij verdedigt zich dan ook met de woorden “ze is niet gek, maar wel anders”. Het familiale karakter wordt nog versterkt dankzij de oude foto’s die in het boek zijn opgenomen, met vooral kiekjes van oma Tonja. In die optiek ligt tegelijk de sterkte en de zwakte van het boek: de modale lezer kan slechts gedeeltelijk meegaan in de grieven van de Shalevs. Goed geschreven, vlot verhalend en dikwijls grappig, maar geen boek dat men moet lezen.

E-mailadres Afdrukken