Banner

Fernando Pessoa

Gedichten

Andreas Delanoye - 24 december 2010

Fernando Pessoa is een van de meest fascinerende twintigste-eeuwse dichters en zijn belang voor de Europese poëzie is onomstreden. De sublieme bloemlezing en toelichting van de in 2007 overleden schrijver en vertaler August Willemsen maken dit deel van de Perpetua-reeks tot een ideale kennismaking voor wie niet direct naar de complete werken bij de Arbeiderspers wil grijpen.

Het oeuvre van deze Portugese schrijver werd quasi volledig ontdekt na zijn dood, op zijn kamer in Lissabon in een kist met een enorm aantal volgekrabbelde papieren. Tijdens zijn leven, waarin Pessoa een vaak grijs bestaan leed en pas ’s avonds aan schrijven toekwam, publiceerde hij slechts enkele werken. Hij was arm en eenzaam, maar was dat enkel omdat hij het zelf wilde en het thema van de ontzegging om zijn werk mogelijk te maken is dan ook een frequent wederkerend onderwerp. Andere thematische hoofdlijnen bij Pessoa zijn het verlangen naar vergetelheid in slaap of dood en het ontsnappen aan de kwelling van het denken.

Een van de meest intrigerende aspecten in Pessoa’s oeuvre is de heteronymie. De auteur creëerde namelijk afzonderlijke ‘schrijverspersoonlijkheden’ met elk een eigen biografie, levensbeschouwing en stijl. Hierbij lijken de biografische gegevens meer een hulpmiddel te zijn om het werk van de heteroniemen van elkaar af te bakenen, dan dat Pessoa ooit wou doen geloven dat het om werkelijk bestaande dichters ging. De drie bekendste heteroniemen, waarvan de poëzie in de bundel ook is opgenomen, zijn Alberto Caeiro, Ricardo Reis en Alvaro de Campos. Pessoa schreef niet onder de naam van Caeiro, Reis of Campos, maar in hun persoon. Een heteroniem is een eigen naam voor een ander ik. Daarnaast schreef Pessoa ook in eigen naam, Pessoa-zelf genoemd, wat samengevat wordt onder de orthonieme gedichten.

Het probleem van de hetoroniemen blijft lezers en critici van in en buiten Portugal mateloos intrigeren en meningen en interpretaties blijven dan ook toestromen. In zijn ‘heteroniemenbrief’ schrijft Pessoa zelf: “In Alberto Caeiro heb ik mijn hele vermogen tot dramatische depersonalisering gelegd, in Ricardo Reis mijn hele geestelijke discipline, gehuld in de muziek die hem eigen is, in Alvaro de Campos alle emotie die ik noch mijzelf gun noch het leven.” Laten we kort en vereenvoudigd even op de in deze bundel opgenomen heteroniemen ingaan.

Alberto Caeiro schrijft vrije onregelmatige verzen op een syntactisch eenvoudige manier. Ze gaan over het kijken naar de wereld alsof het de eerste keer is, met een kinderlijke levensvreugde, zonder enige metafysische speculatie. Caeiro’s gebrek aan frustratie staat in schril contrast met Pessoa’s eigen getormenteerde denken. Ricardo Reis is de geleerde Latinist die Caeiro’s intuïtie rationaliseert in een klassieke ideologie en er ook het mythologische apparaat aan koppelt. Zijn intellectuele stoïcisme wordt in strenge Horatiaanse oden gedwongen die niet meer kunnen verschillen van de ‘prozaïsche’ ongekunsteldheid van Caeiro.

Alvaro de Campos tenslotte, Pessoa’s meest geliefde heteroniem, breidt Caeiro’s zien (objectief) uit naar de gewaarwording (subjectief) en wordt zo de pleitbezorger van het sensationisme, “Alles te voelen op alle wijzen”. De versvorm is opnieuw vrij, met een sterke exclamatoire zinsbouw. Campos evolueert echter van een futuristische dichter die de verpersoonlijking is van de moderne tijd tot iemand die de absurditeit van het leven, de onmogelijkheid van de werkelijkheid en de angst voor het mysterie op weergaloze wijze verwoordt. Het is deze Campos van na 1923 die het meest op Pessoa-zelf zou lijken. Maar terwijl Campos zijn onmacht om het leven te leven in ongeremde vrije vorm uitdrukt, hanteert Pessoa-zelf de meer ingetogen vormen van Reis, doortrokken van traditionele Portugese lyriek. De orthonieme poëzie is daarom soms melancholischer en schrijnender dan de sterk veruitwendigende van Campos.

De uitstekende selectie van gedichten werd - zoals eerder aangehaald - gemaakt door vertaler August Willemsen. Hij presenteert een ruime keuze uit de orthonieme en heteronieme poëzie en een beknopt aantal heel verhelderende prozateksten. Deze fragmenten zijn zo gekozen dat de belangrijkste aspecten aan bod komen. We zien Pessoa zichzelf en enkele facetten van zijn heteronymie analyseren en in de andere teksten gaan de heteroniemen met elkaar in dialoog.

In een ruime toelichting probeert August Willemsen een paar van de essentiële vragen over Pessoa’s meervoudige dichterschap te beantwoorden. Dit uitstekend geschreven nawoord vormt een grote meerwaarde voor deze uitgave. Neem daarbij het genie van een van de indringendste dichters van de vorige eeuw en je krijgt een boek dat iedereen in huis moet hebben.

E-mailadres Afdrukken