Banner

Erwin Mortier & Lieve Blancquaert

Niemand weet dat ik een mens ben – Minderjarige vluchtelingen e

Hildegart Maertens - 20 december 2010

Erwin Mortier is sedert zijn briljante roman Godenslaap niet meer weg te denken uit de Nederlandstalige letteren. Het laatste jaar is veel van de man verschenen, waaronder enkele kleinere projecten. Een ambitieuze roman is allicht op komst, maar in de tussentijd kan men zich getroosten met hartverwarmende projecten als deze. Fotografe Lieve Blancquaert is dan weer vooral gekend om haar sociaal geëngageerde fotografie. Ze kwam onder meer in de media met foto’s van mindervaliden en kwam daarom bijna even prominent in beeld als bijvoorbeeld topfotografen als Stefan Vanfleteren. Haar fotografie is echter nog laagdrempeliger dan die van haar beroemde landgenoot, zij het verre van even ambitieus als de foto’s van Carl De Keyzer.

{image}Dat beide zielen elkaar nu vonden voor een project rond minderjarige vluchtelingen en hun levensverhaal, komt eigenlijk vrij onverwacht. Mortier en Blancquaert stellen duidelijk de kleine mens centraal: voor Blancquaert is dat het uitgangspunt van haar oeuvre, voor Mortier veel minder, maar niet helemaal ongebruikelijk. Hij heeft zich echter met overgave aan de klus gewijd: stilistisch hebben de verhalen duidelijk een literaire inslag en zij vormen zonder twijfel de emotionele kern van dit prachtige boek. Mortier zoekt hier en daar zelfs de dichterlijke vorm op om de tragische vertelsels gestalte te geven: een gedurfde kunstgreep, maar een met buitengewoon meespelend effect.

De foto’s van Lieve Blancquaert zijn in die optiek eerder een aanvulling, hoewel ze ook op zichzelf zouden kunnen geëtaleerd worden. Uiteraard wilden de vluchtelingen zoveel mogelijk anoniem blijven, en daarom heeft Blancquaert hen zodanig op beeld gezet dat ze onherkenbaar blijven voor de buitenwereld. Dat is een fotografisch trucje dat deze artieste al eerder heeft toegepast, het werkt bijzonder goed en haar oog voor detail is gewoon subliem.

Het initiatief voor dit project kwam overigens van Opvang, een dienst die op zoek gaat naar nieuwe pleeggezinnen voor ingeweken minderjarigen, en van Minor-Ndako, een opvang- en begeleidingscentrum voor buitenlandse minderjarigen. Beide zijn het organisaties die zich het lot van vluchtelingen aantrekken en Niemand weet dat ik een mens ben is dan ook een poging om potentiële pleeggezinnen over de streep te trekken. Een tweede doel van het boekje (dat overigens een mooie, rechthoekige vorm heeft en zo – ondanks zijn bescheiden afmetingen – toch opvalt) is de bewustmaking van de huidige problematiek rond pleeggezinnen: er is een grote nood aan gespecialiseerde opvang. Jaarlijks komen immers meer den 2000 minderjarigen ons land binnen, soms zelfs helemaal alleen en volledig aan hun lot overgelaten.

De verhalen van de jonge mensen, vaak nog kinderen, zijn ronduit schrijnend. Ze verlaten hun vaderland, met of zonder hun ouders, omdat ze vluchten voor het regime of omwille van oorlog. Ze weten niet waar ze zullen terechtkomen en die angst voor het onbekende spreekt heel sterk uit de bundel. De minderjarigen ervaren allemaal ook eenzaamheid, maar tegelijk zijn ze hoopvol op een beter leven. Wanneer ze aan het woord komen, hebben ze veel meegemaakt, maar eenmaal ze in handen komen van Opvang begrijpen ze dat er een lichtpunt is. Ze willen hier blijven en willen een beter leven voor hun nageslacht. De opvangcentra ervaren ze met gemengde gevoelens, een gegeven waarin Mortier heel eerlijk is en een extra kwaliteit van dit boek. Bovenal getuigen de verhalen echter van doorzettingsvermogen en optimisme, ondanks alles. In tijden waarin Vlaanderen en Wallonië zoveel ruziën, is een dergelijke boodschap meer dan welkom.

E-mailadres Afdrukken