Banner

Leo Pleysier

Dieperik

Sarah Verhasselt - 10 december 2010

Leo Pleysier is vooral bekend van zijn intussen klassiek geworden Wit is altijd schoon uit 1989. Met Dieperik keert Pleysier terug naar zijn roots: net als Dimitri Verhulst met De helaasheid der dingen en Koen Peeters met De bloemen roept hij een schijnbaar zorgeloze kindertijd in een Vlaams dorp op en schetst hij een intiem familieportret.

Centraal staat Michel, een jongen die al fietsend beschouwingen maakt over de relatie tussen zijn ouders en zijn oom Wies, naar wie hij enorm opkijkt. Nonkel Wies heeft namelijk alles waarvan een jongen als Michel alleen nog maar kan dromen: een atletisch lichaam, aandacht van de meisjes en een motor -- hoewel die eigenlijk van Michels vader is -- waarmee hij het land doorkruist. Samen gaan ze vaak zwemmen in de kleiputten van de steenfabriek Belmans. Op een keer komt het zelfs zo ver dat oom Wies Michel moet redden van de verdrinkingsdood (zoals de titel al deed vermoeden). Het is een ervaring die Michel nooit helemaal zal kunnen vergeten.

Maar wie denkt dat de roman niet veel meer heeft te bieden dan wat provincialistische jeugdherinneringen, heeft het mis. Op de achtergrond is namelijk de nasleep van de Tweede Wereldoorlog als een stille getuige nog sterk aanwezig. Nonkel Wies heeft de gevolgen van de oorlog in Duitsland waargenomen tijdens zijn militaire dienst en zijn conclusie is dan ook zeer eenvoudig: “Er ligt in Duitsland nog altijd veel omver”. We krijgen daardoor een heel goed beeld van het leven na de oorlog in de jaren vijftig. Het hoofdpersonage Michel is bovendien -- zeer symbolisch -- geboren in de maand van de bevrijding. Zijn moeder kijkt er nog steeds niet onbewogen op terug: “Want zoveel dat er gebeurd was toen, in die meimaand! Duitsland had zich overgegeven, ons paard had geveulend, we hadden kuikens, jonge eendjes, lammeren, biggetjes -- en dan ook nog een nieuw kindje daarbij”. Op die manier belichaamt Michel als het ware de naoorlogse periode.

Aan het einde van de roman is Michel een volwassen man. Het leven is in een snel tempo geëvolueerd en gemoderniseerd. De poëtische stijl van de eerste helft van de roman blijft behouden, maar wordt geïntegreerd in een gigantische opsomming waarin het verloop van Michels volwassen leven wordt beschreven: “mijn eindwerk indienen, meisjes versieren, afstuderen, mijn legerdienst vervullen, met slaande deuren het ouderlijk nest verlaten, met mijn lief trouwen”. Deze stilistische ingreep geeft perfect weer hoe de tijdsbeleving van de jaren vijftig tot nu veranderd is: van een trage, rustige cadans naar een drukke opsomming. Of illustreert dit taalgebruik veeleer de overgang van de kindertijd naar het volwassen leven?

Dieperik is een dunne, maar krachtige roman die je niet meteen loslaat. De taal is sterk en de personages hebben ieder hun specifieke afwijkingen, soms zelfs op het groteske af, zoals de strenge lerares Frans die haar beide benen verloren heeft door een tramongeval. Het zorgt ervoor dat Dieperik ook na het lezen nog een tijdje zal nazinderen bij de lezer.

E-mailadres Afdrukken