Banner

Joost de Vries

Clausewitz

Wim Huyghebaert - 08 december 2010

Joost de Vries onttroont Harry Mulisch met zijn debuutroman. Deze onvervaarde mening van de Nederlandse recensente Elsbeth Etty siert het omslag, de ambitieuze toon is meteen gezet. de Vries rekent in Clausewitz af met de culturele traditie van de voorbije eeuw. "Waarheden zijn onmogelijk, hooguit ga ik ervan uit dat alle onwaarheden in kaart kunnen worden gebracht."

De jonge promovendus Tim Modderman krijgt de opdracht om een boek te schrijven over de verdwenen cultschrijver Ferdynand Lefebvre. Niet om de hiaten in diens definitieve biografie op te vullen, maar om ze groter te maken, en zo het mysterie te verdiepen. De Vries introduceert een elitair clubje dat Lefebvre in zijn Amsterdamse jaren rond zich schaarde. Onder hen de pijprokende Henk Koetsier, een van de Nederlandse Grote Drie, in wie u terecht Harry Mulisch ontwaart. En de Vries houdt het niet bij Mulisch.

"This is going to be a horror story. But it won’t appear to be, for the simple reason that I am the teller.", zo citeert de Vries de Chileense schrijver Roberto Bolaño. Met zijn pet op van redacteur van de Groene Amsterdammer recenseerde, of beter adoreerde hij 2666 van Bolaño. En laat nu net de zoektocht naar een verdwenen mysterieuze schrijver één van de verhaallijnen zijn van die roman.

Dirk Leyman van De Morgen vindt dat de Vries met de vele verwijzingen naar schrijvers zijn erudiete pen al te nadrukkelijk f&ecircteert. Hij is inderdaad zeer gul in het delen van zijn kennis. Naarmate het boek vordert doseert hij beter en verweeft hij deze knipogen subtiel in de context. de Vries zadelt de lezer niet op met een literaire kater.

Het duurt even vooraleer het besef komt dat Lefebvre een fictieve schrijver is, de Vries toont zich uitermate bedreven in de enscenering van Lefebvres leven en werk. Net zo doeltreffend haalt hij de lezer uit die waan. "Heeft u wel eens overwogen dat Ferdynand Lefebvre…nooit heeft bestaan?" de vries hanteert hierbij een heldere taal, de vele metaforen illustreren zijn talent. "Zijn grijze jasje viel om zijn schouders als de omhelzing van een oude vriend."

De Vries werkt een aantal thema’s uit, die, als we de achterflaptekst mogen geloven, de roman doen wervelen. Zo is er de relatie van Modderman met Judith, aanvankelijk niet onbelangrijk in het verhaal. Naar het einde toe vernemen we hier echter niets meer over. Net als een aantal andere plotlijnen dooft deze relatie uit, waarna de Vries de zoektocht naar LeFebvre verderzet. Het is niet duidelijk waar de Vries naar toe wil met deze wegebbende verhaallijnen. Hij weet de goed opgebouwde spanning niet vast te houden. De samenhang van het verhaal is zoek, de vaart er uit.

De Nederlandse Grote Drie naar de kroon te steken, laat staan evenaren vereist een omvangrijk en hoogstaand oeuvre. Het heeft weinig zin om hem nu al een prominente plaats in de literaire geschiedenis toe te dichten. de Vries verdient het om op applaus onthaald te worden. Als debutant legt hij de lat hoog, voor zichzelf en voor een hele generatie van auteurs. We vinden zijn naam vast en zeker terug in een van de vele literaire lijstjes.

E-mailadres Afdrukken