Banner

Robert Van Yper

Rock it!!! Een race met de duivel

Matthieu Van Steenkiste - 17 februari 2003

The story of rock and roll begint niet met Elvis, beste jongens en meisjes. Integendeel: dat was het einde van het verhaal, daarna kwam er niets nieuws meer. Dat is alvast de controversiële stelling van Robert Van Yper’s Rock It!!! Een race met de duivel. Niettemin is het een erg leerrijk boek voor wie wil weten waar het allemaal vandaan komt.

Niets komt van niets, en zo kwam ook Elvis Presley niet zomaar uit de lucht gevallen. Het was stomtoevallig de juiste stem die op de juiste manier een brug sloeg tussen blanke en zwarte muziek op het juiste moment. Het was het resultaat van bijna een eeuw gescheiden ontwikkeling van beide muzikale leefwerelden, die ontwikkeling verhaalt Robert Van Yper in Rock It!!!

Van Mississippi Delta Blues over Gospel en Boogie-Woogie evolueert de slavenmuziek tot de zelfbewuste Urban Blues en de swingende Rhytm and Blues. De muziek van de witte Amerikanen is het verhaal van de godvrezende Hillbilly die langzaamaan stouter en stouter wordt en via de Bluegrass en de Western Swing in de Honky Tonk van Hank Williams eindigt. Waarna een blanke truckchauffeur met croonerambities tijdens een pauze in de studio wat onnozel begint te doen en de rock and roll wordt geboren.

Van Yper schetst het verhaal van al deze genres aan de hand van enkele sleutelfiguren en een uitvoerige muzikale benadering. Het is een boeiende geschiedenisles, met oog voor sociale en andere context. Hij beschrijft de levens van blinde blueszangers, jazzdiva’s en anderen met veel sympathie voor de underdogs, de zwarten, die hij steevast tegenover het blanke establishment en de platenfirma’s zet, die deze ‘negermuziek’ niet willen erkennen. En de blanke markt steevast van een flauw afkooksel van het zwarte origineel voorzien.

Voor Van Yper eindigt het verhaal daar: stagediven deden de gospelvoorgangers al, Prince stal eigenlijk alles van Little Richard, en zo verder. Daarna kwam niets nieuws meer, een spijtig standpunt voor iemand die in zijn boek net aantoont dat alles mekaar voortdurend wederzijds beïnvloedt en dat er geen duidelijk begin of einde is, maar enkel vele kleine stroompjes die samen komen om steeds andere rivieren te gaan vormen.

Met Elvis liep het verhaal van de rock and roll niet af. Hij is hoogstens de persoon op de wip tussen het voorafgaande verhaal en wat daarop volgt: het verhaal van de rockmuziek. Dat is het verhaal van een geglobaliseerde, industriële wereld waarin de hele wereld artiesten op hetzelfde moment leert kennen. Een wereld die naderhand evengoed meer en meer terug in subculturen uiteenvalt, zoals in Gert Keunens Pop wordt beschreven.

Rock It!!! is het verhaal van een rurale wereld, waar muziekstromingen zich per vallei onafhankelijk kunnen ontwikkelen. Maar dat maatschappijbeeld is na de tweede wereldoorlog voorbijgestreefd en de transformatie van rockabilly tot rock and roll is slechts de soundtrack bij een steeds verder globaliserende maatschappij. Rock It!!! begint dan ook met het verhaal van de onderdrukte slaven en eindigt met het ontstaan van de jeugdcultuur. Want dat is dan ook de constante: blues of rock and roll, het is emancipatorische muziek. Het is de trots van wie niet serieus genomen wordt, het predikt de opstand tegen wie onderdrukt.

Het boek van Van Yper is leerrijk als overzichtsbeeld van de Amerikaanse muziek tussen de burgeroorlog en de jaren 1950. Maar hij zit verkeerd als hij na Elvis het einde van de geschiedenis afkondigt, want past ook wat volgt immers niet in de traditie van gitaargedreven muziek? The The maakte een Hank Williams-coverplaat, Neil Young een country-cd. En was het experiment van The Velvet Underground niet een poging tot grootstadblues, net als toen de oude blueszangers met een flessenhals op de snaren gingen strijken, op zoek naar een authentiek geluid dat hun verhaal paste? Hoever staan singer-songwriters als Andrew Dorff of Tom McRae muzikaal af van de oude folkzangers of de slaven op hun velden?

Misschien — hoogstwaarschijnlijk zelfs — schrijft iemand ooit een boek waarin de cesuur wordt gelegd bij de opkomst van de elektronische instrumenten. Maar ook dan: is dat de grote cesuur? Elke breuk is immers relatief, er is een voortdurende flux van invloed en beïnvloeding. Maar Van Yper proclameert een groot eindpunt waarna het verval inzet. De duivel genaamd platenbaas neemt de zaken over, en maakt een product van wat ooit authentieke passie was.

En daar heeft hij een punt: die recuperatie is er telkens weer. Maar hij vergeet één ding: recuperatie loopt altijd achter. Hoe hard een bekrompen middenklasse ook probeert, altijd zullen er nieuwe rebellen opstaan die hun zielenleven uitschreeuwen met de taal van shockerende muziek. Rock and roll will never die. Neen, maar hij wordt sneller en sneller ingekapseld. Het duurde even voor er Elvis-clonen op de markt kwamen, bij punk duurde het nauwelijks een jaar voor elke major er wel een paar van die groepen had, bij de grunge ging het om maanden. Zo je nu-metal in die traditie mag stellen, kun je bijna zeggen dat de businessplans daar al klaarlagen voor het genre groot werd. Maar de muziek blijft komen, want wat de duivel ook probeert: rock and roll blijft hem steeds één stap voor.

E-mailadres Afdrukken