Banner

Margreet den Buurman

Thomas Mann, schrijverschap tegen de vergankelijkheid

Andreas Delanoye - 26 november 2010

Thomas Mann is zonder twijfel een van de meest besproken auteurs van de twintigste eeuw. Op welke manier zijn persoonlijk leven (1875-1955) verweven is met de turbulente geschiedenis die dit leven omvat en welke weerslag daarvan voelbaar is in zijn literaire productie, wordt op een heldere en boeiende manier beschreven door literatuurwetenschapper Margreet den Buurman.

In 1938, na zijn vlucht uit Europa, sprak Mann de beroemd geworden woorden "Wo ich bin, ist Deutschland". Dit is in eerste instantie een reactie op het naziregime dat het Deutsch-tum van de schrijver wou intrekken en cultuuruitingen zoals van Nietzsche of Wagner annexeerde en er een eenzijdig, oppervlakkig en lelijk gezicht aan gaf. Anderzijds geeft het ook een beeld van Manns zelfperceptie als schrijver en persoon. Hij plaatst zichzelf binnen de traditie van grote namen als Goethe en Schiller; een standsbesef dat niet alleen literair bestond, maar ook op maatschappelijk vlak.

Margreet den Buurman schetst in de eerste hoofdstukken van haar biografie waar Manns aristocratische neiging met zijn hang naar decorum en vormelijkheid vandaan komt. Dit is van belang om een bepaald facet van zijn schrijverschap te begrijpen: deze zin voor het fatsoenlijke en traditionele vinden we ook terug in zijn stijl, in zijn romanconstructies en in de manier waarop hij zijn gehele oeuvre heeft opgebouwd. Zowel in zijn bestaan als in zijn schrijven heeft Mann altijd de orde opgezocht en gestreefd naar eenheid. Manns afkomst is tevens bepalend geweest voor zijn standpunten tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarvan hij later afstand heeft moeten doen.

Dezelfde componenten vinden we terug in de breuk met Thomas’ broer Heinrich. De ergernis over diens losbandige levenswandel (de moeilijkheden met zijn tweede vrouw Nelly Kröger die hij ordinair vond), de afkeuring van Heinrichs schrijfstijl die hij te ruw, te vulgair en chaotisch vond en diens politieke houding tegenover keizer Wilhelm II. De ruimere context waartegen zich het schrijversleven afspeelde, alsook de familiebanden, krijgen voldoende aandacht in dit boek. Uiteraard behoort ook het fascinerende gezin Mann, met zijn vrouw Katia Pringsheim en de zes kinderen, hier ook toe.

Met zijn "Wo ich bin, ist Deutschland" plaatst Mann zich niet alleen binnen een literaire traditie, hij draagt er ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel mee uit. In een tijd waarin Duitsland in de ban was van een tiran, waarbij kritiekloosheid en propaganda hoogtij vierden, wierp hij zich op als drager van cultuur waarin een redding besloten lag. Dankzij de Nobelprijs van 1929 kon hij zich toen al als schrijver onder de groten rekenen. Toch heeft het lang geduurd (de veelbewogen periode tussen 1933 en 1936) vooraleer Mann duidelijk positie innam tegen de nazi’s. Uiteindelijk verhuist hij samen met Katia naar Amerika en ontpopt hij zich in essays, lezingen en radiotoespraken tot belangrijk voorvechter van de democratie. De politieke omwenteling was hier een voldongen feit.

Een biografie mag geen onverdeeld lofschrift zijn, en dat heeft den Buurman heel goed begrepen. De minder rooskleurige aspecten van Mann komen ook in dit werk naar boven. Zijn ijdelheid en het slecht verdragen van kritiek bijvoorbeeld, alsook zijn vaak kleinzielige houding, bijvoorbeeld op financieel gebied, in het conflict met Heinrich maakt hem er geen nobeler mens op. Als hoofd van een groot gezin was hij heel op zichzelf gericht en alles stond in functie van het schrijven. Uit de getuigenissen van zijn kinderen blijkt hij als vader vaak ontoegankelijk te zijn geweest. Het maakt de persoon van Thomas Mann kwetsbaarder, minder onaantastbaar. Een ander, soms onderbelicht gegeven is zijn homoseksualiteit, die hij in een tijd waarin het taboe was deze te beleven, altijd heeft onderdrukt.

Het is de verwevenheid van de persoon en zijn schrijverschap met de geschiedenis waarvan hij een exponent is (het Fin de siècle, de Wereldoorlogen), die Thomas Mann tot zo’n intrigerend figuur maakt. Margreet den Buurman is er in haar biografie in geslaagd om deze verschillende facetten evenwichtig te belichten en ze samen te voegen tot een fascinerend portret. Door op sommige zaken sterk vooruit te lopen, ontstaat soms wel de indruk van wanorde in de chronologie en zitten er iets teveel herhalingen in het boek. Met de nadruk op het schrijversleven worden sommige ingangspoorten tot een meer intellectuele lezing van het werken onbenut, maar dat maakt het boek dan weer laagdrempeliger.

Vlot leesbaar als een boeiend gegeven hoorcollege en voorzien van mooi beeldmateriaal en toepasselijke uitreksels van brieven en romans, is dit zeker een aan te raden boek. Het is dan ook uitkijken naar den Buumans biografie over Heinrich Mann en haar monografie over Thomas Mann in Lübeck, die volgend jaar bij dezelfde uitgeverij verschijnen.

E-mailadres Afdrukken