Banner

Paul Willems

De nevelkathedraal en andere verhalen

Hildegart Maertens - 26 november 2010

Pas bij het verschijnen van de vijfde Belgica was het even de wenkbrauwen fronsen. Zéér beroemd is de Franstalige toneelschrijver en romancier Paul Willems immers niet. Hij stierf zo’n dertien jaar geleden en liet in zijn rijk gevulde leven een mooi oeuvre na waarin hij zijn Vlaamse afkomst nooit zou verloochenen.

Vele jaren was Willems directeur van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, en die financieel verantwoordelijke job compenseerde hij door artistieke essays en verhalen te schrijven. Zijn werk heeft een magische inslag, want in bijna al zijn werk zit wel een fantastisch element. Dikwijls ontstaat midden in het alledaagse leven van een stad een bevreemding afkomstig van het enigszins andere. Dat Willems niet onbelangrijk is, bewijst zijn werk dat in 1968 werd verfilmd. De film heet Il pleut dans ma maison en is een bewerking van Willems’ boek uit 1958. ’s Mans meest geslaagde roman heet La chronique du cigne en dateert uit 1949, pal in Willems’ meest vruchtbare periode.

Toch zijn het de latere, korte verhalen, zoals Cathedrale de brume uit 1983, die Willems op het einde van zijn leven schreef, die het hoogtepunt vormen van zijn omvangrijke productie. Dit kleine boekje bevat vijf kortverhalen waar de werkelijkheid en de droom subtiel verweven worden, of juist heel expliciet samenvloeien. De suggestieve aard van deze verhalen wordt bovendien prachtig gebroken door het zeer persoonlijke nawoord van Hans Van Pinxteren. Hij heeft Paul Willems persoonlijk gekend en is geregeld op Missembourg, het landgoed van de familie, geweest. Daardoor krijgt zijn nabeschouwing een sensitieve toets, wat een aangename afwisseling is met de dikwijls zeer moeilijke of hoogdravende nawoorden uit andere boeken.

In Requiem voor het brood lezen we over de dood van een nichtje. Een aartsbisschoppelijke reis laat ons kennismaken met Finland, haar gewoonten, haar stilte en haar barre klimaat. Via prachtige metaforen sleept Willems de lezer gemakkelijk mee en schept hij de meest onvergetelijke beelden. De nevelkathedraal, het titelverhaal , vertaald door Hans van Pinxteren zelf, omschrijft de bouw van een kathedraal zonder zuilen , zonder beton. In het bos van Houthulst is enkel nevel en een visioen. Een bizar, maar verrassend en aangrijpend uitgangspunt. Het meest ontroerende kortverhaal is echter Tzjiripizj over twee mensen die op stap gaan en filosoferen over leven en dood. Tenslotte is er In het oog van het paard, over de kracht van het woord en het verlies van een kind.

Inhoudelijk zijn deze vijf kortverhalen dus zeer divers, maar Willems’ filmische stijl is een aangename rode draad. Zonder hoogdravend te zijn, legt Willems zijn eruditie en zijn talent in de korte stukjes, die zeer gemakkelijk weglezen en toch een grote diepte hebben. Misschien wel de beste Belgica tot nog toe, en dat net van een van de minder gekende namen.

E-mailadres Afdrukken