Banner

Etienne Vermeersch

De ogen van de panda – Een kwarteeuw later

John Cossement - 19 november 2010

"Anyone who believes exponential growth can go on forever in a finite world is either a madman or an economist", schreef econoom Kenneth Boulding ooit, en zonder twijfel gaat Etienne Vermeersch volledig akkoord met deze uitspraak. De ogen van de panda, eerder uitgebracht in 1988, werd inhoudelijk onaangeroerd gelaten maar stilistisch en taalkundig enigszins opgeblonken en heeft anno 2010, voor een planeet met een bevolkingsaantal dat op een schrikbarende 7 miljard afstevent, nog niks van zijn zeggenschap verloren.

Het WWF becijferde kortelings dat de mensheid in 2030 twee aardes zal nodig hebben om op de huidige grote voet te kunnen blijven leven. Daarbij heeft de Belg de vierde grootste ecologische voetafdruk. Haarfijn legt Vermeersch in De ogen van de panda uit dat de ophemeling van het WTK-bestel (wetenschap, techniek en kapitaal) op hol is geslagen en dat de mens in zijn hybris en zijn onbesuisd optimisme als het ware applaudisserend zijn ondergang tegemoet gaat. Hij bespreekt o.a. de nood aan globaliserend denken, de hoofdlijnen van het milieudenken van Lynn White of John Passmore, het begrip ’waarde’ en de relatie tussen christendom en milieuproblematiek en houdt een pleidooi voor een cyclisch productieproces. Opvallend is zijn genuanceerde kijk op het WTK-bestel: Vermeersch is niet blind voor de vele verworvenheden ervan, maar de nadelige aspecten winnen langzamerhand het pleit. Hij verdedigt een daadkrachtige aanpak en een herstructurering van het systeem en wil niet in een soort zweefkezerij in de vorm van naïeve natuurverering of –mystiek vervallen.

"De wereld slibt dicht door al die voortplantingdrift", zong de Amsterdamse rapper Def P ooit bij Osdorp Posse, en ook zijn landgenoot Paul Gerbrands, historicus en voorzitter van De Club van Tien Miljoen, hamert al jaren op een degelijke geboortepolitiek. Het Federaal Planbureau berekende onlangs dat België in 2020 11,5 miljoen inwoners zal tellen en de onvermoeibare David Attenborough maakte de verontrustende BBC-documentaire How Many People Can Live On Planet Earth?. Vermeersch’ stokpaardje en zorgenkindje blijft ook hier de ongebreidelde bevolkingsaanwas. Dat bijna niemand — zelfs links niet — dit wil inzien, maakt Vermeersch wanhopig: politici wachten gezapig de demografische transitie af, maar de ontgoocheling over een gebrek aan inzicht omtrent een doeltreffende bevolkingspolitiek, zowel in de industrie- als in de ontwikkelingslanden, sijpelt door in zijn milieufilosofie.

De huidige milieumaatregelen die vanuit politieke hoek genomen worden, zijn enkel doekjes tegen het bloeden, wat de onwankelbare scepticus in Vermeersch zorgen baart. Voor de politieke kaste is het makkelijker scoren met spaarlampen, rekeningrijden of warmetruiendagen. Politici die zich wel met het probleem van het bevolkingsoverschot zouden inlaten, zouden hun carrière in rook zien opgaan, schreven ooit eerder Theo Kars, Gerrit Komrij en bioloog Midas Dekkers. De eenkindpolitiek van Deng Xiaoping blijft voor Vermeersch tot voorbeeld strekken.

Een verdere veeg uit de pan krijgen politici en economen met hun ridicuul gekraai dat de pensioenen niet meer betaalbaar zullen zijn als er niet dringend meer kinderen geboren worden. De verklaring die hij hier aanreikt, is heel summier en misschien moet Vermeersch een extra boek schrijven dat aantoont dat geen enkele plek waar ook ter wereld baat heeft bij nog meer mensen en hoe de demografische tijdbom effectief te ontmantelen valt. En passant vermeldt hij de totale ontreddering na de aardbevingsramp van januari 2010 in het overbevolkte Haïti waar maanden later, tijdens het schrijven van deze recensie, een cholera-epidemie uitbrak. Over een kloeke geboortepolitiek voor het verpauperde eiland werd tot nu toe nog door geen enkele internationale hulporganisatie met een woord gerept.

De emeritus professor wordt vaak ten onrechte van doemdenkerij en drammerigheid beschuldigd, maar bouwt hier een rechtlijnige uiteenzetting op. Of het nu over het hoofddoekendebat of euthanasie gaat, Vermeersch strijdt altijd met de ratio als zijn degen, is een eerlijk debatteerder en draagt feiten aan daar waar zijn opponenten vaak schermen met emoties, tradities, irrationele ideologieën of van de pot gerukte prietpraat. In een naschrift dient Vermeersch — ook hier met het nodige respect — tegenstanders als de Deense milieuscepticus Bjørn Lomborg van weerwoord en toetst zijn bevindingen uit 1988 aan kritieken en andere publicaties. Ook voegt commentaar die ter zake doet, bij de tekst van 1988, evenals een boeiende tekst over biodiversiteit. Voorts gaat hij dieper in op het gedachtegoed en de verdiensten van denker Hans Achterhuis.

Het betoog van de Gentse moraalfilosoof is vooral stevig onderbouwd: Vermeersch is een meeslepend verteller die zelfs relevante zijsprongen naar bijvoorbeeld Antigone van Sophocles of het pantheïsme van zijn favoriete wijsgeer Spinoza maakt of een anekdote vertelt over het Indische wiskundewonder Ramanujan om zijn visie op de huidige milieumalaise te verduidelijken.

Als ethicus stelt Vermeersch het ethisch-ecologisch dilemma, in de vroegere uitgave het Scylla-Charybdis-principe genoemd, centraal: hoe groter het gedeelte van de wereldbevolking is dat in welstand leeft, hoe meer het ecosysteem in gevaar is; hoe meer we echter het ecosysteem in evenwicht houden, hoe meer dit gepaard gaat met mateloze menselijke ellende en armoede.

Vermeersch doet op een rationele manier, niet zwartgallig, maar ook niet met ongegronde hoop en optimisme, en met oog voor feiten en hun langetermijngevolgen, zijn ecofilosofie uit de doeken en onderneemt een eerlijke zoektocht naar een totaalverklaring voor de huidige milieumiserie. De ogen van de panda is een essentieel en hoogst urgent essay voor wie zich oprecht zorgen maakt over de blindheid van het zoogdier ’mens’.

E-mailadres Afdrukken