Banner

Yves Petry

De laatste woorden van Leo Wekeman

Peter Mangelschots - 02 februari 2004

Een journalist, zijn vrouw, een collega en zijn baas. Dat zijn de ingrediënten waarmee Yves Petry een tragedie in vijf bedrijven ontvouwt. Meer heeft hij niet nodig, meer is er ook niet, want het bestuderen van deze karakters en de filosofische uitdieping van hun gedragingen zijn datgene wat het boek uitmaakt.

Yves Petry is een bewonderenswaardig dapper man. Hij is een dertiger die er al enige tijd heeft voor gekozen zich helemaal te wijden aan de literatuur. De laatste woorden van Leo Wekeman is al zijn derde boek. Stuk voor stuk werden zijn creaties positief onthaald. Petry heeft als schrijver veel "adem", hij slaagt er in om zijn verhaal body mee te geven. Soms zelfs teveel, want de plot op zich is in enkele woorden samen te vatten.

Leo Wekeman is journalist bij de kwaliteitskrant De Stem. Hij stond bekend als de grote Amerikadeskundige, maar is in die hoedanigheid de laatste tijd voorbijgesneld door de nieuwe mooie jonge god van de redactie, Xavier Kingston. Het is dan ook Kingston die van hoofdredacteur Karel Schurmans de eer krijgt toebedeeld om de president van de Verenigde Staten te interviewen wanneer die op bezoek is in het land. Voor Wekeman komt deze klap hard aan, zeker nu zijn vrouw hem net verlaten heeft en hij raadselachtige gevoelens voor Xavier Kingston is gaan koesteren. De druk op Wekeman verhoogt zodanig dat uiteindelijk het deksel van de ketel vliegt.

De techniek die Petry gebruikt om dit verhaal te vertellen, is die van de verschillende gezichtspunten. De vier hoofdpersonages vertellen elk hun (overlappende) deel van de (of beter van hun) waarheid. Uiteindelijk neemt Wekeman afsluitend het woord in een verwoede poging om "de hele wereld de wereld uit te praten". Veel nieuwe wendingen worden er dus niet gegeven aan het verhaal zodat dat verhaal — zonder enige afbreuk te doen aan de soms verbazende vlotheid waarmee het is geschreven — vaak bijkomstig lijkt. Petry, die overigens wiskunde en filosofie studeerde, lijkt er meer om te geven zijn ideeën en zijn filosofische kennis kwijt te kunnen, dan om een verhaal te vertellen. Dat is zijn goed recht natuurlijk, maar het is wel een beetje zonde van een overduidelijk verteltalent.

Petry draait de feiten en de personages rond als een kristal waar het licht op alle mogelijke manieren moet invallen. Het klinkt gemakkelijk om van iemand die filosofie gestudeerd heeft te zeggen dat hij alles filosofisch wil benaderen, maar er zit toch meer dan een grond van waarheid in. Het allemaal precies omschrijven is onbegonnen werk, daar moet je het boek voor lezen.

Eén bedenking is interessant genoeg om er uit te pikken. Na de grote crisis van Wekeman komt zijn katharsis. Bij de lezer lijkt die samen te vallen met Wekemans drama, maar voor het personage zelf moet die dan natuurlijk nog komen met enige vertraging. Petry bouwt dan aan de hand van een psychiater theorieën op die vrij overbodig lijken, maar uiteindelijk culmineren in een opmerkelijk slot. Het lijkt een happy end, maar in de context van het geschetste wereldbeeld, kan het eerder beschouwd worden als een verderzetting zowel van allerlei illusies, als van het besef dat het maar illusies zijn. Misschien is Wekeman dan toch de softie die zijn naam laat uitschijnen. Het is in goede filosofische traditie allemaal heel dubbel. Een dubbelheid zoals het laatste stuk van het boek: qua verhaal eerder overbodig, qua idee over de wereld als kooi een aardig slot. En dat is een beetje typerend voor de hele roman: niet geschikt voor wie van verhaaltjes houdt, wel voor wie een mens in crisis vanuit alle hoeken wil bekijken. Een voyeurisme waar Petry grif aan toegeeft.

E-mailadres Afdrukken