Banner

Staf Nimmegeers

Chagrijne en charme. Verhalen uit Brussel

Peter Mangelschots - 02 juni 2003

De Brusselse priester Staf Nimmegeers, is een publieke figuur geworden. Naast zijn evangelisch werk is hij ook medewerker van De Morgen en Knack en bij de recente verkiezingen kwam hij op voor de SP.a. Nimmegeers is Brussel-kenner bij uitstek en weet er 'begenadigd' over te schrijven. Na Aantekeningen van een stadspriester heeft hij met Chagrijn en Charme een tweede verhalenbundel uit.

Nimmegeers heeft niet de allure van een Geert Van Istendael -- die andere grote verteller over Brussel -- maar minstens zoveel mededogen. Zijn verhalen raapt hij op van de straat, in de schaduw van zijn Finisterraekerk. Finis Terrae betekent letterlijk Einde van de Wereld, de buitenste grens van de maatschappij dus. Een grens die niet achter de verste oceaan ligt, maar ironisch genoeg in het hartje van het centrum van de navel van Europa. Het is de plek waar tussen de pendelende ambtenaren de echte Brusselaar -- de chique bourgeoismadam of de arme drommel -- tot stilstand komt.

Geen stad zo veelzijdig als Brussel. Je vindt er de zwervers, de vereenzaamde vrijgezel, het uitbundige Joegoslavische restaurant, de groene weduwen achter hun ijskreem, de verdwaalde nonnekens, maar ook de dorpeling die soms zijn redenen heeft om de anonimiteit van de grootstad op te zoeken. Nimmegeers ontsluiert voor een stukje die anonimiteit, maar met veel respect en begrip voor zijn personages. Vijftig kleine mensen en situaties laat hij als de bedels van een rozenkrans door zijn vingers glijden. Ze worden even vastgepakt, zachtjes gewreven en weer verder geschoven. Want Chagrijn en Charme geeft een korte caleidoscopische en openhartige blik op Brussel en zijn kostgangers, maar eens de pagina omgeslagen is, worden zij weer teruggezet in de anonimiteit.

Even verschillend als de mensen die Brussel bevolken, zijn hun verdriet en passies, hun teruggetrokkenheid en hun feestgedruis. Er is veel misère in de grootstad, maar het komt ook allemaal weer goed; zo lijkt het althans in de verhalen van Nimmegeers. Het is een beetje een onderhuids bevrijdingsgeloof: doe goed voor anderen, schik je in je lot en de goede kant die er steeds aan de dingen is, zal zich openbaren.

Door de bril van Nimmegeers ziet Brussel er op zijn aparte manier aantrekkelijk uit. Hij leert ons Brussel kennen op een manier die de meesten - als forensen of dagjesmensen — niet kennen. Het is evenzeer het Brussel achter de gevels als het Brussel van de terrasjes. Je loopt er al eens een minister tegen het lijf, maar vaker Jan met de pet. Ze gaan af en aan, treden even in de spotlights en zijn weer weg. De figuren uit Chagrijn en Charme haasten zich verder. De vlotte schrijfstijl van Nimmegeers leent zich goed tot het beschrijven ervan. De verhalen lezen daardoor even snel als de stad waaruit ze stammen.

Nimmegeers heeft niet de allure van een Geert Van Istendael -- die andere grote verteller over Brussel -- maar minstens zoveel mededogen. Zijn verhalen raapt hij op van de straat, in de schaduw van zijn Finisterraekerk. Finis Terrae betekent letterlijk Einde van de Wereld, de buitenste grens van de maatschappij dus. Een grens die niet achter de verste oceaan ligt, maar ironisch genoeg in het hartje van het centrum van de navel van Europa. Het is de plek waar tussen de pendelende ambtenaren de echte Brusselaar -- de chique bourgeoismadam of de arme drommel -- tot stilstand komt.

Geen stad zo veelzijdig als Brussel. Je vindt er de zwervers, de vereenzaamde vrijgezel, het uitbundige Joegoslavische restaurant, de groene weduwen achter hun ijskreem, de verdwaalde nonnekens, maar ook de dorpeling die soms zijn redenen heeft om de anonimiteit van de grootstad op te zoeken. Nimmegeers ontsluiert voor een stukje die anonimiteit, maar met veel respect en begrip voor zijn personages. Vijftig kleine mensen en situaties laat hij als de bedels van een rozenkrans door zijn vingers glijden. Ze worden even vastgepakt, zachtjes gewreven en weer verder geschoven. Want Chagrijn en Charme geeft een korte caleidoscopische en openhartige blik op Brussel en zijn kostgangers, maar eens de pagina omgeslagen is, worden zij weer teruggezet in de anonimiteit.

Even verschillend als de mensen die Brussel bevolken, zijn hun verdriet en passies, hun teruggetrokkenheid en hun feestgedruis. Er is veel misère in de grootstad, maar het komt ook allemaal weer goed; zo lijkt het althans in de verhalen van Nimmegeers. Het is een beetje een onderhuids bevrijdingsgeloof: doe goed voor anderen, schik je in je lot en de goede kant die er steeds aan de dingen is, zal zich openbaren.

Door de bril van Nimmegeers ziet Brussel er op zijn aparte manier aantrekkelijk uit. Hij leert ons Brussel kennen op een manier die de meesten - als forensen of dagjesmensen — niet kennen. Het is evenzeer het Brussel achter de gevels als het Brussel van de terrasjes. Je loopt er al eens een minister tegen het lijf, maar vaker Jan met de pet. Ze gaan af en aan, treden even in de spotlights en zijn weer weg. De figuren uit Chagrijn en Charme haasten zich verder. De vlotte schrijfstijl van Nimmegeers leent zich goed tot het beschrijven ervan. De verhalen lezen daardoor even snel als de stad waaruit ze stammen.

E-mailadres Afdrukken