Banner

Ludovico Ariosto

Orlando furioso - De razende Roeland

Frida Dewitte - 15 april 2010

De middeleeuwse ridderroman is eigenlijk nooit volledig gestorven, maar met Cervantes’ meesterwerk De Vernuftige Edelman Don Quichot van La Mancha uit 1605 leed het genre definitief gezichtsverlies. De renaissance telt echter nog drie grote ridderromans, die in middeleeuwse traditie de ridderdeugden verheerlijken en tegelijk een individualistisch ideaal prediken.

{image}

Orlando furioso, oftewel De razende Roeland, is daarvan veruit de interessantste. Hoewel het een vervolg is op Orlando innamorato, moet dat woord in niet al te strikte zin geïnterpreteerd worden. De schrijverstraditie die Ariosto uit de middeleeuwen had geërfd, impliceerde dat Orlando furioso verder moest gaan waar de mythologie — want de literaire verzinsels van de anonieme schrijvers hielden meestal totaal geen rekening met hoe het er in het echte leven aan toe ging qua gewonnen of verloren veldslagen — rond Karel de Grote in tientallen vorige romans en verhalen geëindigd was.

Het boek laat zich echter perfect onafhankelijk lezen en volgens het voorwoord van gerespecteerd schrijver Italo Calvino is dat ook de beste methode om dit pareltje uit de Renaissance-literatuur onder handen te nemen. "Onvoorbereid en zonder enige voorkennis van de materie, zodat de lezer lustig kan verdwalen in het kluwen van verhalen, die Ariosto met immens veel plezier heeft uitgetekend", aldus een mateloos enthousiaste Calvino. Orlando furioso bestaat integraal uit strofes van acht regels met stanza’s in een ABABABCC rijmstructuur. Wie dat stramien 1200 pagina’s lang interessant houdt, moet uiteraard beschikken over talent, en dat heeft Ludovico Ariosto. Hij werkte een goeie twintig jaar aan de definitieve versie, zonder dat de spontane toon verloren ging.

Eerdere publicaties waren reeds tijdens het werkproces vrijgegeven, maar Ariosto bleef de roman van binnenuit uitbreiden (dat was de enige mogelijke manier om het verhalen te laten uitdeinen, gezien het boek anders onoverzichtelijk zou worden) en ook wikte Ariosto tot op zijn sterfbed of bepaalde stanza’s wel goed zaten. In de meesterlijke vertaling, waar Ike Cialona maar liefst zes jaar van haar leven aan besteedde —terwijl meester-vertaler Peter Verstegen een kritisch oogje in het zeil hield —, blijft het taalwonder perfect voelbaar en leest Orlando furioso tegelijk bijzonder vlot.

Naast de taal is ook het verhaal meeslepend en grappig. Hoewel Ariosto de lezer om de oren slaat met namen van personages en hun totaal irrelevante familieleden, zijn de protagonisten eerder beperkt in aantal, en wat zij allemaal meemaken is zowel spannend als tragikomisch. Hun emotionele klaagzangen, hun aandoenlijke uitbarstingen van woede en hun melige hoofse liefde, het leest bijna 500 jaar na datum nog steeds even ontwapenend. Dat heeft misschien te maken met het feit dat Ariosto de vrouw hoger achtte dan de man, waardoor Orlando furioso gelukkig gespaard blijft van vulgaire Middeleeuwse platitudes. Aan de vele expliciete verwijzingen naar seks (in de trant van "na zijn paard bereden te hebben, bereed hij ook de jonkvrouw") en het gedweep met de katholieke godsdienst gaan we dan misschien voorbij, maar die middeleeuwse naweeën voelen vooral authentiek aan en zorgen bijgevolg voor een warme sfeer.

Is De razende Roeland nu nog de moeite waard? Daarover bestaat geen twijfel. Wie de prachtige Perpetua-editie ter hand neemt, wordt ogenblikkelijk meegesleurd in Ariosto’s universum en kan er vele dagen gezellig in verblijven. De sublieme vertaling en de bijna honderd bladzijden extra "noten van de vertaler" maken het bovendien mogelijk om het werk tot in de diepte te genieten.

Of Orlando furioso vandaag de dag nog relevant is, is een andere vraag, die met meer omzichtigheid beantwoord moet. In ieder geval vormt het boek een bijzonder goed geschreven curiosum waar te weinig mensen van op de hoogte zijn. Waar was De razende Roeland toen het in de lessen Nederlands destijds ging over ridder Walewein en de zijnen? Levens zal de onstuimige Orlando met zijn avontuurlijke geestdrift misschien niet veranderen, maar onder meer de hoofse liefde wordt door Ariosto prachtig bezongen en daar waren wij als pubers toch vatbaar voor? Het is overigens nooit te laat om gemiste kansen aan te grijpen… wie weet zult u het zich nog beklagen dat u dit boek nu pas ontdekt.

E-mailadres Afdrukken