Banner

Jan Mulder

De vrouw als karretje

Peter Mangelschots - 01 juli 2002

Dubbeltalenten — mensen die uitblinken in twee verschillende zaken — zijn uiterst zeldzaam. Een schrijver als Hugo Claus of een politicus als Mark Eyskens pleegt wel eens te schilderen. Er is ook het geval Simen Agdestein die tot de wereldtop van schaakgrootmeesters behoorde en daarnaast ook nog uitkwam voor het Noorse nationale voetbalteam. Maar dik gezaaid zijn ze niet. Onze Noorderburen hebben ook zo’n dubbeltalent: Jan Mulder, in een vorig leven profvoetballer en nu een succesvol schrijver.

De Nederlander Jan Mulder speelde in de jaren ’60 en ’70 voor het Nederlandse elftal. Eigenlijk is hij een halve Belg: hij vierde zijn grootste successen bij Sporting Anderlecht en bleef na zijn sportieve carrière in België hangen. Af en toe schreef hij een stukje voor kranten en tijdschriften. Die stukjes gingen aanvankelijk vooral over sport, maar al snel werd duidelijk dat hij meer in zijn mars had. Jan Mulder werd columnist, met groeiend succes. Lezers van Humo zullen ongetwijfeld al veel genoegen beleefd hebben aan zijn scherpe analyses van sportieve en andere zaken.

Maar het bleef niet bij columns. De schrijfmicrobe kreeg Mulder totaal in haar greep en hij stortte zich met overgave op andere genres als betrof het de finale van een Europacup. Zijn verhalend proza is nu gebundeld in De vrouw als karretje, waarin ook een heleboel nieuwe verhalen, toespraken en songteksten zijn opgenomen. In het titelverhaal put Mulder uit eigen ervaring. De gracieuze voetballer van weleer is er naar eigen zeggen namelijk nooit in geslaagd om deftig gearmd met zijn vrouw over straat te lopen. Het lukt hem gewoon niet, het gaat houterig en geeft hem het gevoel dat hij een karretje aan het voortduwen is.

Dergelijke fijne observeringen zijn typisch voor het proza van Mulder. Wat aan het oog van anderen ontsnapt, registreert hij haarfijn. Bovendien kan hij het ook nog eens goed onder woorden brengen. Meer moet dat niet zijn om een fijn schrijver te worden. Uiteraard is Mulder geen Mulisch of Claus. Een sterke plot is aan hem ook niet besteed. Hij is de meester van het detail, het vergrootglas dat in onze plaats werkt. Zijn inspiratie vindt hij overal. In het proza van De vrouw als karretje is dat hoofdzakelijk zijn eigen ervaringswereld en dan in het bijzonder zijn verleden. De jongen uit Winschoten, de Noord-Hollander, schrijft over zijn vader en moeder, de plaatselijke toneelvereniging, eigenzinnige boekhandelaars en andere vreemde dorpelingen.

Voor wie nooit iets van Mulder gelezen heeft, zal deze bundel een frisse ontdekking zijn. Wie al vertrouwd was met zijn columns, zal hier nog een veel persoonlijker Mulder leren kennen. Een Mulder ook die verrast door de veelzijdigheid van zijn schrijverij. Zelf heb ik het boek niet in één ruk uitgelezen, maar het is zeker een aangename gast op het nachtkastje.

E-mailadres Afdrukken