Banner

Gert Keunen

Pop! Een halve eeuw beweging

Matthieu Van Steenkiste - 20 januari 2003

"Er zal wel een verschil zijn tussen grunge en techno", liet Boudewijn De Groot zich ooit ontvallen, "maar ik zie het niet." Hij zag het een beetje te simpel: je hebt klassieke muziek en je hebt populaire muziek. Maar zoals Van Gogh’s schilderijen van dichtbij uit duizenden stipjes bestaan, zo zijn ook beide grote stromingen maar een amalgaam van onderling soms sterk verschillende stijlen. Gert Keunen probeert in zijn boek Pop! Een halve eeuw beweging een historisch-sociologische inleiding te geven op het grote stijlenpalet dat de popmuziek na een halve eeuw is geworden. Warm aanbevolen aan Boudewijn De Groot dus.

Met Pop! is Keunen niet aan zijn eerste boek over het onderwerp toe. Eerder schreef de voormalige muziekjournalist al Surfing on popwaves, waarin hij vijfentwintig jaar popmuziek behandelde. Pop! Een halve eeuw beweging is daar meer een update en uitbreiding van geworden dan een echte opvolger. Keunen recycleert hier en daar volledige stukken uit Surfing on popwaves, maar gaat breder: nu krijgen ook drum ’n bass en triphop eigen hoofdstukken.

Pop! is een interessante introductie geworden tot het hele spectrum dat het veld van de niet-klassieke muziek — een halve eeuw na Elvis Presley — is geworden. In het begin is het éénvoudig: je hebt de rock ’n roll van Elvis Presley en de Merseybeat van de Beatles aan de ene kant, en aan de andere kant heb je de hitparademuziek van Tin Pan Alley en Motown. Maar dan begint de eeuwigdurende carrousel van vernieuwingsdrang en het teruggrijpen naar het verleden. Actie en reactie volgen elkaar op en elke zijstroming maakt op zijn beurt dezelfde stadia door.

Wat begint als een chronologische opbouw, wordt zo vanzelf een genrematige indeling en van de gitaren komt Keunen halfweg het boek bij de draaitafels en de danscultuur terecht. Sterk is dat Keunen over al die genres alles lijkt te weten. Of het nu reggae is of metal, geschiedenis en evolutie van het genre worden even duidelijk verteld, met een stortvloed aan namen ten bewijze. Het pleit voor Keunen dat hij werkelijk zowat elk mogelijk genre aan bod laat komen. Natuurlijk, fans van specifieke genres als gothic zullen vinden dat hij te licht passeert bij hun core business. Maar dat zijn details.Pop! komt zo dicht in de buurt bij de volledigheid als kan, zonder een Popencyclopedie te worden.

Het is een steeds herhalende evolutie die Keunen schetst: wat ooit vernieuwend was wordt al snel een formule, waar nieuwlichters zich op hun beurt tegen gaan afzetten, en dat duurt zo maar voort.. "De geschiedenis herhaalt zich, in een steeds sneller tempo bovendien.", schrijft hij daaromtrent in het hoofstuk over jungle, waar die hele evolutie zich op een paar jaar afspeelt, terwijl ze in de gitaarmuziek decennia in beslag nam.

Keunen is leraar popgeschiedenis aan de Fontys Rockacademie in Tilburg, waar ook de jongens en meisjes van Krezip vandaan komen, en het boek is dan ook de officiële popgids van de school. Dat laat zich voelen aan de vele voetnoten (waarom toch achteraan? Onderaan is zoveel handiger.) en de uitgebreide literatuur die Keunen doorploegde. Maar al bij al leest het boek soms uitermate boeiend, zeker het hoofdstuk over de rock avant-garde leest erg vlot weg en ook bij de stukken over dansmuziek merk je dat de schrijver hier iets meer mee bezig is dan met bijvoorbeeld Britpop.

Toch is Pop! geen boek voor de absolute leek. Het is erg abstract over muziek te praten als je in de verste verte niet weet hoe het verondersteld wordt te klinken. Best herken je dus toch een derde van de honderden artiestennamen die Keunen in zijn exposé laat vallen. Je hoeft niet alles van hiphop te weten, maar het is handig als je de tekst van "Rappers Delight" van The Sugarhill Gang herkent als hij die citeert. Anders blijf je ergens in het ijle lezen. Niettemin: voor wie enig historisch inzicht wil kweken in de onoverzichtelijke supermarkt die de popmuziek is, is dit een onmisbaar boek.

E-mailadres Afdrukken