Banner

Remco Campert

Een liefde in Parijs

Peter Mangelschots - 05 april 2004

Groot nieuws: Remco Campert heeft een roman geschreven. Voor de bijna 75-jarige Campert -- zich doorgaans literair uitlevend in gedichten, columns en kortverhalen -- is dit een niet-alledaagse gebeurtenis, iets dat, om precies te zijn, alweer veertien jaar geleden was. Het boek, dat naar Campertiaanse maatstaven gerust een turf mag genoemd worden (160 blz), is getiteld Een liefde in Parijs en vormt een afrekening van (of met ?) vijftig jaar schrijverschap.

Hoofdpersonage van Een liefde in Parijs is ook een schrijver; Richard Sanders. Zijn laatste werk, De kunst van het vergeten, verschijnt in Franse vertaling en wordt voorgesteld op een tentoonstelling van zijn jeugdvriend Tovèr. Sanders reist voor die gelegenheid nog eens terug naar Parijs, de stad waar hij als beginnend schrijver een tijdje op een kamer heeft gewoond die hij deelde met Tovèr. Maar waar Tovèr het helemaal gemaakt heeft en een rijk en gevierd schilder is geworden, beperkt Sanders' beroemdheid zich tot de Lage Landen. De ontmoeting die Sanders op pagina één heeft met een spook uit het verleden, geeft de aanzet tot een terugblik op zijn leven en zijn kunstenaarschap.

Bij die terugblik is het bijna onmogelijk om in Sanders nergens Campert zelf te zien, daarvoor zijn bepaalde gelijkenissen (de tijd in Parijs bijvoorbeeld) te frappant. Het is dan natuurlijk interessant om te lezen hoe Campert de discussie hierover duidelijk aanzwengelt door zijn hoofdpersonage (alter ego?) Sanders de bedenking te laten maken: "Interviewers gingen ervan uit dat je zelf de beste bron van inlichtingen was over je werk of, erger nog, je persoon. Over je persoon schrijven was erg in de mode - - klakkeloos werd aangenomen dat jij model had gestaan voor de hoofdpersoon in je boek. Dat zielige jongetje, die man met grootheidswaanzin, dat was jij" (p.143). Maar het blijft natuurlijk de opmerking van een fictieve figuur die - - als je de lijn consequent doortrekt - - helemaal niet de mening van de auteur hoeft te vertolken. Campert zelf noemde de roman wel "een afrekening met zichzelf", en als afrekening kan het wel tellen: de analyse van een schrijverspsyche is van een scherpte die niet anders dan pijnlijk kan zijn wanneer ze in je eigen vel gedrukt wordt.

De titel van Sanders’ boek De kunst van het vergeten is (zoals alles in deze roman) evenmin toevallig gekozen. Sanders heeft (niet ’is’: het lijkt een bewuste daad) heel wat vergeten. De ontmoeting in Parijs werpt hem genadeloos terug in zijn eigen verleden. Willens nillens moet hij zich weer één en ander herinneren. Mooi, maar hier komt de fictie duidelijk om de hoek kijken, want van een gereputeerd schrijver als Campert mag aangenomen worden dat hij niet zelf met dergelijke gaten in het geheugen kampt. Het geeft de plot uiteindelijk een wat ongeloofwaardige wending.

Maar dat kleine euvel weze Campert vergeven, want hij is er in geslaagd om een boek te schrijven dat leest als - - het zou een belabberd schrijver zijn die het zo uitdrukt - - de TGV naar Parijs. Groots is het allemaal niet. Daarvoor is Campert misschien net als Sanders te veel een "willoos slachtoffer van het Hollands realisme", realisme dat zijn stijl kenmerkt en zijn stempel op het boek drukt. En uiteindelijk heeft Campert dàt alleszins met Sanders gemeen: weinig verhevenheid, een rimpelloos vakmanschap, de voeten slechts een weinig boven de aarde zwevend.

E-mailadres Afdrukken