Banner

Matthijs van Boxsel

Domheid voor beginners. Een stoomcursus

Jurgen Boel - 08 oktober 2010

In 1986 publiceerde Matthijs van Boxsel een eerste maal zijn Encyclopedie van de domheid, twee werken later (een vertaling van Robert Musils Over de domheid en een reflectie op Gustave Flaubert en de methodische domheid) liet hij het thema tien jaar rusten. In de periode 1999 – 2006 volgde een nieuwe reeks boeken. Met Domheid voor beginners pikt hij de draad een derde keer op.

Nochtans was er nog voldoende stof voor het verder uitwerken van de tweede reeks: de lang beloofde topologie van de domheid bijvoorbeeld ontbreekt nog steeds en wordt ook in Domheid voor beginners opgelijst als in voorbereiding. Mogelijk vraagt het boek meer werk dan verwacht en heeft van Boxsel daarom eerst dit boekje gepubliceerd. Het is een wat vreemde zet voor wie van Boxsel al langer volgt, want zijn stoomcursus laat zich nog het best samenvatten als een beknopte versie van zijn “doorbraakboek” De encyclopedie van de domheid uit 1999.

Dat boek leverde hem niet alleen aardig wat publicatie op, maar ook de nodige faam als deskundige in de domheid, een zo goed als onontgonnen terrein. Uitstapjes in het lezingencircuit en later de titel van Régent du collège de Pathaphisyque vormden zijn deel. Naar alle waarschijnlijkheid mag deze Domheid voor beginners dan ook als een soort cursus opgevat worden voor zij die de tijd noch het geduld hebben om de al enige tijd uitverkochte encyclopedie bij de hand te nemen. Deze handzame handleiding vat gelukkig mooi de essentie van de domheid samen, al blijft het domein zo rijk aan bevindingen en anekdotes dat elk werk de facto tekortschiet.

Wie zich afvraagt waar meer literatuur over de domheid te vinden is, vindt in de eerste pagina’s al meteen een schat aan verwijzingen. Van Boxsels encyclopedische kennis is duizelingwekkend, waarbij hij zowel fictie als non-fictie aanhaalt als uitstekende bronnen en gidsen. Leerrijk is ook de achtergrond bij het domme blondje, die in de film -- oh ironie -- altijd gespeeld werd door geblondeerde brunettes (zo ook Marilyn Monroe) en haar oorsprong vindt in de Zwitserse theoloog Lavater (18e eeuw) die uit de bouw van het aangezicht meende te kunnen afleiden wie dom was en wie niet.

Dat domheid in alle cultuuruitingen zijn plaats kent, mag niet verbazen. Als wezenlijk onderdeel van mens en maatschappij vindt zij haar weg in (stichtende) afbeeldingen, muziekstukken en verhalen. Zo is er het verhaal van de Pools-Joodse Schlemiel die geheel volgens zijn eigen onwrikbare logica niet anders dan besluiten kan, dat er twee versies van hem bestaan. Hoe ridicuul het verhaal ook klinken mag, de realiteit volgt eenzelfde onwrikbare logica waarbij bijvoorbeeld steeds meer mensen hun kinderen met de wagen naar school brengen omdat er te veel wagens op de baan zijn.

De domheid is voor van Boxsel dan ook geen uitzondering op de regel maar net de regel zelf. Het is een tot het einde doordenken en –drukken van een logische ongerijmdheid, die men niet anders dan omarmen kan. Het boek eindigt dan ook met de oproep om de domheid als gegeven te aanvaarden en haar te erkennen, want een bewuste domheid is nog altijd beter dan een onbewuste. Het eerste is een triomf, het tweede een tragedie.

Domheid voor beginners. Een stoomcursus is opgebouwd als een lezing, in navolging van zijn voorbeeld Musil heeft nu ook van Boxsel zijn jaren studie naar domheid gecondenseerd in een vlot leesbare en humoristische tekst. Het werk benadert nergens de eerder uitgebrachte encyclopediedelen in volledigheid maar wat krachtig samenvatten en weergeven betreft, kent het zijn gelijke niet. Van Boxsel kent de domheid als geen ander.

E-mailadres Afdrukken