Banner

Judith Uyterlinde

De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is

Hildegart Maertens - 08 oktober 2010

Alweer een boek dat zichzelf verkoopt als “een familiegeschiedenis”, denkt de doorsnee lezer die Judith Uyterlindes De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is in handen krijgt. Wee echter diegenen die het genre op zich wantrouwen, want deze schrijfster heeft wel degelijk iets toe te voegen aan de kleine traditie waar de familiekroniek op kan terugkijken…

Het minste wat van De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is gezegd kan worden, is dat de titel origineel en zelfs nogal bot te noemen valt, zeker voor wat een boek zou moeten zijn voor het grote publiek. In plaats van pseudopoëzie, zoals bijvoorbeeld De eenzaamheid van de priemgetallen, kiest Uyterlinde resoluut voor een Brusselmans-aandoende benaming (denk uiteraard aan De man die werk vond) die de lezer helaas wat op het verkeerde been zet. Intrinsiek is de roman immers vrij conventioneel: Judith Uyterlinde beschrijft vier generaties sterke, levenslustige, intelligente, onafhankelijke vrouwen en hun omgeving, tegen een achtergrond van oorlog, verdriet, scheiding, kortom de tragiek die de liefde met zich meebrengt, nu en in het verleden.

Niet toevallig staat het boek dus aangekondigd als “een familiegeschiedenis”, maar zoals gezegd gaat Uyterlinde de typische clichés expliciet uit de weg. Dit doet ze door het levensverhaal van haar Joodse moeder, tante en grootouders (cliché) te verweven met haar persoonlijke ervaring in het adopteren van kinderen (anticliché?). Zowel enkele van haar voorouders als de kinderen die ze onder haar hoede neemt, werden of worden door “vreemde vrouwen” opgevoed en die parallel is voor Uyterlinde voldoende frappant om een volledige roman aan op te hangen.

Via gesprekken met haar opa en via brieven die ze van haar moeder krijgt (wanneer laatstgenoemde verneemt dat ze een hersentumor heeft), komt Judith veel te weten over haar voorouders. Blijkbaar werd haar grootmoeder op transport gezet naar Auschwitz met haar pasgeboren baby en dat Uyterlinde dat pas na zoveel jaar verneemt, komt aan als een zware klap. In haar jeugd werd immers nooit over het jodendom gepraat en dus voelt Uyterlinde zich nogal bedrogen, net zoals adoptiekinderen zich kunnen voelen als ze de volledige waarheid krijgen voorgeschoteld. Pas bij het krijgen van de brieven beseft Judith hoe weinig ze eigenlijk weet van haar familiegeschiedenis en ze besluit al schrijvende dieper te graven naar de roots van haar eigen bestaan. Het dramatische verleden van haar geslacht, met Auschwitz als uitgangspunt voor een portie stereotiepe sentimentaliteit (hoewel Uyterlinde verrassend koel en bijgevolg toch ontroerend schrijft), vormt daadwerkelijk genoeg stof om een kleine roman rond op te bouwen, die zeer nauwgezet inspeelt op de noden van een op emotie belust publiek.

De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is is eigenlijk best een aangrijpende autobiografische roman, voorzien van nostalgische foto’s en bovendien warm en met veel menselijke liefde geschreven. Alle vormen van relaties en welke gevolgen banale gesprekken daarop kunnen hebben, komen aan bod. De roman stelt bovendien prangende vragen rond adoptie en haar ethische toelaatbaarheid: zal het kind ooit kunnen aarden en wat als het eenmaal weet in welke “leugen” het leeft? Tot slot toont Uyterlinde dat bindingsangst en verlatingsangst gevoelens van alle tijden zijn. Door het gedrag van haar personages grondig uit te spitten, trekt ze interessante psychologische conclusies. Het subtiele spel met bepaalde terugkerende motieven over de verschillende generaties heen, zoals gevoelens van woede en rivaliteit, zich vernederd, afgewezen en tekortgedaan voelen, zorgt er eveneens voor dat De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is bijzonder consistent leest en krachtig over komt. Een aardige oefening in het genre dus, maar absoluut geen must voor iemand die zichzelf beschouwt als een meerwaardezoeker.

E-mailadres Afdrukken