Banner

Jef Aerts

De Nadagen

Jan Bleyen - 01 december 2003

Sinds zijn tweede roman Vertezucht en enkele geslaagde kortverhalen heeft Jef Aerts een vaste stek onder de jonge wolven van het Vlaamse schrijverslandschap. Met zijn nieuwste boek gooit Aerts met succes het anker uit. De Nadagen is zoveel meer dan een bevestiging.

De ambities van Aerts’ derde werk lijken nochtans heel wat bescheidener dan die van zijn tweede boreling. Terwijl Vertezucht een verhaal over het catastrofale doordrijven van verlangens door drie hoofdpersonages bracht, wordt in De Nadagen het gezichtsveld via een ik-verteller beperkt tot de persoonlijke Apocalyps van een jonge kerel en zijn liefdesillusie.

Net in die sterk geconcentreerde blik schuilt de meeslepende kracht van De Nadagen: het sobere maar misvormende perspectief van de hoofdpersoon trekt de lezer bij de haren in een spiraal binnen van misleidend geluk. Geluk dat uiteindelijk in onhoudbare miserie uitmondt. Aerts weet perfect het midden te houden tussen het camoufleren en het naar voren halen van de bedrieglijke eigenschappen van het gebruikte vertelstandpunt waardoor er tegelijkertijd afstand en toenadering ontstaat.

Het ik-verhaal is dat van Alas, een late twintiger die zich uit de stad teruggetrokken heeft op het platteland nadat zijn relatie met Laos op de klippen gelopen is. De innerlijke en uiterlijke rust die hij als schapenherder denkt te vinden, de zielzalving die de buitenlucht teweeg zou moeten brengen, worden echter in steeds toenemende mate ontmanteld via allerlei gesprekken, herinneringen, en confrontaties. Erger zijn echter Alas’ eigen interne roerselen tot uiteindelijk de stilte van het herdersbestaan een ondraaglijk geroezemoes van Alas’ interne vragen en antwoorden wordt. Een crisis op de tonen van Schönberg is onafwendbaar: "Klapp! Die Falle zugemacht!".

Aerts laat het gelukkig niet bij die crisis of bij een al te optimistisch herstel van oude waarden en zekerheden via het persoonlijke herstel van zijn hoofdpersonage. Integendeel, het lichamelijke en geestelijke herstel van het laatste hoofdstuk lijkt tegelijk geen herstel te zijn, maar eerder een verplaatsing van mogelijke situaties uit het verleden in een "andere tijd" die minstens even hopeloos is als voordien. Alas’ leven doet zijn naam eer aan: het eerste woord van bijna elke nieuwe paragraaf zou ’helaas’ kunnen zijn. (Ongelukkig) toeval speelt uiteindelijk de hoofdtrom in De Nadagen, waardoor begrippen als genezing, dood, liefde, vergeving steeds op een onverwachte manier ingevuld geraken.

Bijzonder opvallend is dat Aerts het Verhelst-achtige mythische sfeertje van Vertezucht volledig achterwege laat. Die soberdere inslag mist allerminst zijn effect en komt Aerts’ muzikale taalgevoel zeker ten goede. Enkele van zijn gevestigde hoofdthema’s blijven echter wel aanwezig: de ’vervleesing’ van metafysica en het geestelijke, de misleiding van de blik (hier versterkt door het vertelperspectief), en een buitengewone zintuiglijkheid. Zo wordt bijvoorbeeld bidden voor Alas een spirituele masturbatie waarbij hij de "oerenergie" des te sterker door zich voelt vloeien, en worden emoties ’ruikbaar’.

Jef Aerts weet met De Nadagen zijn pen nog beter aan te scherpen dan in zijn vorige (en ook al geslaagde) roman, en dat kan een hele prestatie genoemd worden. Zowel technisch, als inhoudelijk, als emotioneel zit De Nadagen vreselijk knap in elkaar. Net door de eenvoudigere aanpak en door gewoon een boeiend verhaal te willen vertellen slaagt Aerts er in nog zoveel krachtiger en overtuigender uit de hoek te komen.

E-mailadres Afdrukken