Banner

Jef Aerts

Vertezucht

Jan Bleyen - 01 oktober 2002

Vertezucht, Aerts’ nieuwste werk, is een heel project geworden. Sinds zijn optreden op De Nachten is het boek uitgegroeid tot een heus toneelstuk. De roman kan alvast op zijn minst boeiend genoemd worden.

Een bezige bij, Jef Aerts: verslaggever podiumkunsten bij Tijd Cultuur en verschillende tijdschriften, dramaturg en acteur bij o.a. het Vlaamse toneelgenootschap De Roovers, zanger-gitarist bij de bands Tydal en Kolinsky, en tussendoor publiceert de man ook nog eens verschillende verhalen en twee romans in drie jaar. Het recente Vertezucht draait rond drie hoofdpersonages: Lode, een marinier die nooit op zee geraakt, Matin, een vissenkind dat in liefdesverlangen verdrinkt, en Henri, een grote mensenleider die nooit aan de macht zal komen. Deze karaktertekening verraadt veel: het is een roman van verlangens, zichzelf vernietigende tegenstellingen en illusies. Bovendien oefenen randpersonages niet zelden meer invloed op de protagonisten dan zijzelf kunnen.

De hoofdpersonages ontmoeten elkaar schijnbaar toevallig in de kapperszaak Mex & Martha, en raken op verschillende manieren aan elkaar gebonden. Deze openingsscène is het begin van hun zoektochten die drijven op verlangens, machtshonger, liefde en pijn. Alledrie verlangen ze naar iets anders: Lode verlangt naar verre zeereizen die nergens beginnen en nergens aankomen (vertezucht), Henri naar autonomie, voor zijn eigen flatgebouw, zijn geboortestad X/SS (Bruxelles/Brussel?) en uiteindelijk gewoon voor zichzelf; en Matin naar samensmelting met haar marinier, Lode. De eerste ontnuchtering laat niet lang op zich wachten. Henri&146;s eerste onafhankelijkheidsverklaring loopt in het honderd, Lode wordt door Henri verblind, en Matin moet afscheid nemen van haar marinier, waarvan ze denkt dat hij naar zee vertrokken is. Gedurende vijf jaar blijven ze hun verlangens koesteren en blijven ze gefrustreerd op zoek gaan. In het laatste deel van de roman komen ze gepast op een letterlijk hoogtepunt samen en eindigen hun zoektochten. Of eerder: lijken hun zoektochten te eindigen. In die vijf jaar zijn grenzen zo vervaagd, de realiteit en de waarheid zo geperverteerd, dat een einde even goed weer een volgende (des)illusie kan zijn.

In feite zijn de drie hoofdpersonages elk op hun eigen manier dictators: ze proberen vanuit hun extreme verlangens alles en iedereen naar hun hand te zetten. Wanneer de realiteit niet voldoet, verzinnen ze geduldig een eigen werkelijkheid. Zo worden rotsvaste opposities gekraakt en verpulverd tot er niets meer overblijft. De dood is bijvoorbeeld voor Matin "maar een ingesteldheid" en het leven "een leugen", en Henri kan zichzelf tot god uitroepen voordat de werkelijkheid zich voor de laatste keer aan hem opdringt. Zo werkt het meestal, op net die momenten waarop de personages hun geduld verliezen of denken dat ze hun doel bereikt hebben, worden ze terug met hun voeten op de grond gemokerd.

Vanuit hun verlangens vormen ze alledrie een soort kristallisering van een aantal thema’s die per personage behandeld worden: politieke machtswellust en hoogheidwaanzin en de retoriek van imperatieven à la Bush en Fortuyn die tot dergelijke uitspraken leiden: "Zijn jullie gelukkig, zoals ik gisteren bevolen heb?", (Henri). De invloed van leugens op de waarheid en niet-visuele perceptie (Lode), liefde, leven en dood, de vervlechting van het lichamelijke en het geestelijke (Matin). Op deze manier kom je als lezer geregeld interessante gedachteconstructies tegen die niet zo abstract en filosofisch zijn als ze op het eerste gezicht lijken. Het politieke thema rond Henri en zijn partij Excess komt de gemiddelde Belg wellicht onmiddellijk herkenbaar over: "Excess mag dan de tweede grootste partij in de stad zijn en hij de meest begeerde politicus, een rechtstreekse deelname aan de macht zit er voorlopig nog niet in. Hoe populair hij ook is, alle ander politieke strekkingen weigeren met hem te onderhandelen. […] Daarom hebben ze hem vervloekt en ermee gedreigd dat elk partijlid dat met hem contact zoekt, aan de deur wordt gezet."

Daarnaast blijft de roman de lezer voortdurend verrassen en boeien. Door een mooi gemaskeerde retardering kan Aerts de spanning er makkelijk bladzijdenlang inhouden, zonder aan vlotheid in te boeten. In de trant van Peter Verhelst, nog een onvermoeibaar veelschrijver, wordt het hele verhaal tegen een achtergrond met gematigde mythische dimensies (hoofdzakelijk Griekse) geplaatst en wordt het geestelijke tot op zekere hoogte vervleesd, verzintuiglijkt, maar dan wel op een geheel eigen manier. Aerts’ taalgebruik is vaak poëtisch maar tegelijkertijd zuiver, waardoor er slechts heel zelden verwarrende constructies ontstaan. Daarenboven weet hij zijn woorden te kiezen en hij doet er nog wat mee ook. De doorgewinterde lezer zal zich vast en zeker met regelmaat op een grijns laten betrappen. Dat ook de uitgeverij van deze mooie jongen opgezet is met zijn geschrijf, blijkt trouwens uit de prachtige vormgeving van Vertezucht.

E-mailadres Afdrukken