Banner

Yann Martel

Beatrice en Vergillius

Jurgen Boel - 24 september 2010

Een slordige acht jaar heeft het geduurd vooraleer Man Booker Prize winnaar Yann Martel met een nieuw boek op de proppen kwam. Op het vreemde kortverhaal We Ate The Children Last (2004) na, heeft de Spaans-Canadese schrijver voornamelijk op zijn lauweren gerust, alsof hij met Het leven van Pi alles gezegd had.

Een denkbeeld dat bij veel critici en recensenten leeft, getuige de vaak scherpe en giftige kritieken op het boek. Een belangrijke reden hiervoor is dat Martel ditmaal niet gekozen heeft voor een indrukwekkend ontplooiend verhaal over enkele schipbreukelingen waarbij feit en fictie door elkaar lopen, maar het aangedurfd heeft de Holocaust op een gelijkaardige manier te beschrijven. Net als in zijn befaamde meesterwerk speelt hij me allegorieën en is het aan de lezer om achter de symboliek de waarheid te ontdekken.

Toegegeven, waar hij dit in Het leven van Pi op een ingenieuze wijze wist te bewerkstelligen, blijft de symboliek in Beatrice en Vergillius vlak onder de oppervlakte en kunnen ook bij het einde wel enkele terechte vraagtekens geplaatst worden. Toch is de vernietigende kritiek waaronder het boek te lijden heeft, verre van terecht want Martels aanpak zorgt wel degelijk voor een aangename leeservaring waarbij de tweede verhaallijn zelfs smeekt om een verdere uitwerking.

Centraal in het verhaal staat de auteur Henry wiens tweede boek zo succesvol geworden is dat het Henry niet alleen verzekert van een luilekkerleventje maar ook de kans geeft om aan een nieuw en imposant werk over de Holocaust te beginnen. Hierbij kiest hij voor het formaat van het flipbook waarbij de roman en het daarbij horende essay elkaar op zo een manier zouden aanvullen dat het aan de lezer zelf is om te beslissen met welk deel hij wenst te beginnen, dan wel of hij ze door elkaar leest.

Jammer genoeg voor Henry stuit zijn verzoek op zoveel weerstand bij zijn uitgever dat hij zich wel genoodzaakt ziet het idee te laten varen. Teneergeslagen door de afwijzing besluit hij samen met zijn vriendin te verhuizen naar Berlijn, waar hij opgaat in het leven van elke dag en trouw zijn fanmail beantwoordt. Tussen de vele brieven die hij ontvangt, zit er een bijzondere. De briefschrijver in kwestie heeft niet alleen Flauberts verhaal "La Légende de Saint Julien l’Hospitalier" uit Trois Contes gereduceerd tot de wreedheid jegens dieren die in het verhaal veelvuldig aan bod komen, maar ook een fragment van zijn eigen toneelstuk toegevoegd.

Dat laatste (de tweede verhaallijn) is een aan Becket verwante parabel waarbij een ezel (Beatrice) en een aap (Vergillius) tot elkaar gedoemd zijn in een wrede wereld. Geïntrigeerd door de brief en het toneelstuk gaat Henry op zoek naar de briefschrijver, een enigmatische taxidermist wiens afstandelijke en bijna asociale gedrag Henry niet alleen tot wanhoop drijft maar ook fascineert. In die mate zelfs dat hij het op zich neemt om het toneelstuk van de man te helpen (her) schrijven. Een toneelstuk dat — ondanks Henry’s ontkennen — zich overigens heel vlot als een allegorie voor de Holocaust laat lezen.

Het vraagt weinig verbeelding om in Henry en zijn obsessie voor de Holocaust Yann Martel te herkennen. De schrijver heeft zelf in interviews erkend dat Beatrice en Vergillius geschreven werd nadat zijn voorstel voor een flipbook over de Holocaust afgewezen werd. Maar in tegenstelling tot zijn hoofdpersonage bleef Martel niet bij de pakken zitten en herwerkte hij zijn "obsessie" tot een ander verhaal. Dat dit niet de kracht heeft van zijn doorbraakroman is een feit maar de vaak giftige commentaren zijn evenmin terecht. Het mag duidelijk zijn dat Martel zijn ei kwijt wou en ook al werpt dit een schaduw over Beatrice en Vergillius, het vergalt vooralsnog niet het leesplezier.

E-mailadres Afdrukken