Banner

Hadewijch

Liefdesliederen

Hildegart Maertens - 17 september 2010

Het is voor de meesten onder ons wellicht geleden van de middelbare schoolbank dat we nog hoorden spreken over ene Hadewijch. Wie is deze illustere dame en waarom verdient ze volgens de jury van de prachtige Perpetua-reeks een plaatsje bij de 100 grootste auteurs aller tijden?

Het concept van de Perpetua-serie die bij Uitgeverij Athenaeum – Polak en Van Gennep verschijnt, is intussen welbekend: iedere maand wordt een boek uitgebracht dat volgens een strenge jury, bestaande uit onder meer Arnon Grunberg, Kristien Hemmerechts en Hella S. Haasse, tot de 100 belangrijkste boeken ooit behoort. Het plekje dat de Liefdesliederen van Hadewijch, die haar schrijfsels zelf Ritmata doopte, inneemt tussen Dickens, Cervantes, Austen, Dostojevski, Rilke en andere groten, doet wenkbrauwen fronsen. Zijn deze Liefdesliederen werkelijk een must voor elk zichzelf respecterende lezer?

Inspelend op de noden van een 21e-eeuws publiek, lieten de bazen van Athenaeum – Polak en Van Gennep deze gedichten (of beter: liederen) hertalen naar de huidige taalkundige standaarden. Dat werkt op zich al drempelverlagend genoeg om Liefdesliederen tot bij een breed publiek te brengen: de taal begrijpen is op zich geen lastige opgave meer, terwijl dat in het Middelnederlands van Hadewijch zelve vaak niet zo voor de hand lag. De innerlijke samenhang van de woorden en zinnen blijft echter een zaak waarvoor de lezer bij de pinken moet zijn, maar wie de moeite doet om bepaalde wendingen in enkele keren te herlezen, ontdekt al snel dat Hadewijch heel wat meer tussen de regels schrijft dan aanvankelijk gedacht.

De grote kracht van deze Liefdesliederen is dat de overgave waarmee Hadewijch haar liefde voor God te kennen wil geven, maar liefst 8 eeuwen later nog steeds even krachtig en overtuigend aankomt. Hadewijch schrijft zoals alleen een vrouwelijke furie schrijven kan: smeuïg en beeldend, soms zelfs met een haast fysiek voelbare erotiek. Dat klinkt misschien contradictorisch in het aanschijn van de katholieke boodschap, maar Hadewijch was nu eenmaal geen non. Als begijn, wat betekent dat ze er bewust voor koos om samen met andere vrouwen te wonen in het teken van God, zonder echter met Hem te huwen en zodoende geheelonthouder te moeten worden, kon ze het zich permitteren om haar teksten van een stevige seksuele lading te voorzien. Expliciet is die erotische lading niet aanwezig, maar wie de Liefdesliederen in een ruk uitleest, krijgt er misschien toch rode oortjes van.

Over de ontstaansgeschiedenis van de Ritmata doen verschillende verhalen de ronde, maar algemeen neemt men aan dat Hadewijch haar gedichten schreef op de tonen van authentieke Franse liederen. Deze zijn niet bewaard (gezien de muziekschriftuur toen nog in haar kinderschoenen stond), maar we merken effectief dat het mogelijk is om Hadewijchs teksten te zingen. De schrijfster kwijt zich bovendien hartstochtelijk van haar taak, en neemt de haast onmogelijke klus op zich om het Franse rijmschema van de oorspronkelijke liederen ook in haar teksten door te voeren. Dat maakt het voor de auteur zelf extra moeilijk, maar de vlotheid waarmee deze Liefdesliederen lezen pleiten des te meer voor Hadewijchs immense talent.

Ook in zijn vertaling koos Jan Kuijper ervoor om het metrum van de originele teksten boven het inhoudelijke te laten primeren, wat zich echter niet wreekt op de intellectuele boodschap van de teksten. Zodoende krijgt deze hertaling een bijzonder gevoel van evenwicht, wat de Liefdesliederen extra eenvoudig te pruimen maakt. Tel daar een fascinerend nawoord van Rosita Steenbeek en de mooie uitgave bij op, en u weet wat gekocht met Valentijn volgend jaar.

E-mailadres Afdrukken