Banner

Don DeLillo

Het punt omega

Hildegart Maertens - 10 september 2010

Drie mensen staan tegenover elkaar met een verschillende ingesteldheid jegens de samenleving. DeLillo beschrijft indringend, afwisselend in alinea’s en dialogen, de eenzaamheid van de mens en het onvermogen van de een om tot de ander door te dringen. En de tijd, die beestachtig blijft verder gaan, loopt als een zenuwslopende leidraad door de roman. Tik tak tik…

Een korte inhoud verzinnen bij een boek van Don DeLillo is geen eenvoudige klus. Zeker niet als die roman, in casu Het punt omega, slechts 118 bladzijden telt en zich niet in profane zinnen en alledaagse gedachten laat vatten. DeLillo’s universum is immers alweer erg abstract: de mens wordt ontdaan van het overtollige vlees en het skelet dat over blijft, hanteert DeLillo als "de naakte waarheid". Concreet krijgt de lezer te maken met Richard Elster, een 73-jarige academicus, die teruggetrokken leeft in een vervallen huis aan de rand van een woestijn ergens in Centraal-Amerika, ver weg van mens en machine, om voor zichzelf enkele essenties uit te klaren. In deze trieste, nimmer wijzigende omgeving denkt hij na over het leven, in heden en verleden. Hij is echter niet graag alleen en haat geweld, hoewel hij een veteraan is van de oorlog in Irak.

Op die manier speelt DeLillo duidelijk in op de actualiteit en krijgt zijn filosofische roman ook een sociaal-kritische dimensie. Deze ligt weliswaar voor de hand, maar DeLillo doet er werkelijk interessante dingen mee, dus het zij hem gaarne vergeven. Richard Elster krijgt even later bezoek van Jim Finley, een dertigjarige documentairemaker, die telkens opnieuw naar een vertraagde film van Hitchcock gaat kijken in een museum. In die installatie, toepasselijk getiteld 24 Hour Psycho (want het is de film Psycho — u weet wel, die van de schreeuw in de badkamer — die over een etmaal wordt uitgesmeerd), wordt hij geconfronteerd met de details van de traagheid. De traagheid die Hitchcock ontdoet van zijn griezel, maar een andere horror op de kijker af laat komen: de logheid die zich niet laat bekijken, het menselijke handelen dat eeuwig lijkt te duren, het knipperen met de ogen en de stille dialogen waar maar geen einde aan komt… Is die geluidsloze, inerte realiteit — de trein der traagheid, zoals Johan Daisne hem misschien zou noemen — niet de allerdiepste angst van elk mens? De indolentie als horror ultima?

Jim Finley is echter niet voor niets afgezakt naar de plaats waar Richard Elster zich bevindt. Finley wil zelf een film maken met Elster, maar deze weigert: hij wil namelijk niet praten over zichzelf. Na enkele dagen komt Jessie, de dochter van Elster, op bezoek. De eenzaamheid van de drie figuren stijgt ten top en ze worden geconfronteerd met verlies: ze raken elkaar kwijt, het laatste houvast dat ze hadden in een verlaten woestijn die steeds donkerder en obscuurder contouren begint aan te nemen.

De stijloefening die DeLillo finaal uit zijn pen schudt, slaat echt alles: Het punt omega krijgt effectief thrillerallures, maar de beschouwelijke ondertoon blijft de hoofdmoot uitmaken. DeLillo schrijft daarbij véél dat het niveau van de modale lezer te boven zal gaan — denk maar aan de complexe uiteenzetting, ergens in het midden van de roman, van wat dat "punt omega" nu precies is — maar het mysterie op zich is al fascinerend genoeg om Het punt omega terstond uit te roepen tot een van de betere romans van dit jaar.

E-mailadres Afdrukken