Banner

Knut Hamsun

Pan

Jurgen Boel - 10 september 2010

Zinnelijk. Als een woord de eerste werken van de Noorse schrijver Knut Hamsun dient te omschrijven, dan is het dit wel. In het bijzonder voor Pan (1894), dat samen met Mysteriën (1892) en Honger tot Hamsuns beste (vroege) werken beschouwd wordt, lijkt de term wel uitgevonden te zijn.

Hamsuns schrijfstijl is dan ook nergens beheerst te noemen, maar verliest zichzelf geregeld in uitvoerige beschrijvingen, lyrisch taalgebruik en beladen uitspattingen - alsof het verhaal en in het bijzonder de gemoedstoestand van het hoofdpersonage zich middels de taal van de auteur kenbaar wensen te maken, meer nog dan door het vertellende zelf. Sommige lezers zal deze aandachtopeisende manier van schrijven en vertellen tegen de borst stuiten, voor anderen daarentegen onderstreept het nog meer Hamsuns strijd met de beschaving en de "getemde" mens.

Ook Luitenant Glahn, het hoofdpersonage uit Pan, mag als een archetypisch Hamsun-personage gelden: een door impulsen en emoties voortgedreven wezen wiens continue strijd met sociale conventies en omgangsvormen tezelfdertijd tragikomische en bewonderenswaardige momenten oproept. Daardoor ontstaat er hoe dan ook sympathie voor de verdoemde figuren, zelfs al gedragen ze zich meer dan eens als kleine kinderen die weigeren de andere te erkennen als een gelijkwaardige. Een belangrijke reden hiervoor is dat Hamsuns mannen een soort oprechtheid nastreven, terwijl de vrouwen vaak zwakke of manipulatieve wezens zijn.

Hieruit afleiden dat Hamsun de facto een misogyn schrijver is, is evenwel een brug te ver. Veeleer is het zo dat hij zich van bepaalde archetypes bedient om een beelden- en ideeënstroom op gang te brengen waarbij het noodlot nooit veraf is. Toch gebeurt er weinig in de verhalen; er wordt gelachen, gedronken en veel gepraat, waarbij het hoofdpersonage zich nu eens van zijn charmantste kant laat zien, terwijl hij zich op andere momenten tot een haast onuitstaanbare praatjesmaker en salonmisantroop ontwikkelt, vaak zelfs zonder dat hier enige aanleiding toe is.

In Pan is het niet anders. Luitenant Glahn is enerzijds de eenzaat die samen met zijn hond Aesopus teruggetrokken leeft in het bos en leeft van de jacht, maar anderzijds ook een graag geziene gast op de uitstapjes en soirees in het dorp. Zijn verdoemde liefde is de jonge Edvarda, dochter van de rijke koopman Mack, een wereldwijs en wispelturig meisje dat de ene keer gretig op Glahns toenaderingspogingen ingaat om ze niet veel later hooghartig af te wijzen. Al kan haar dit vreemde gedrag niet ten volle verweten worden: per slot van rekening lijkt ook Glahn zelf niet duidelijk te weten wat hij wil.

De grillige relatie tussen Glahn en Edvarda vormt de rode draad doorheen het verhaal, waarbij de andere dorpelingen als figuranten optreden om het verhaal vorm te geven. Conform Hamsuns andere romans blijven zij dan ook oppervlakkig getekend, zonder weliswaar tot bordkartonnen karikaturen gereduceerd te worden. Hun plaats is duidelijk afgelijnd, hun rol beperkt. Alles staat in dienst van de emotionele wervelstormen die Glahn en Edvarda (die tot op zekere hoogte ook slechts in functie van hem staat) doormaken. Zelfs zij zijn niet meer dan middelen gebruikt door Hamsun om zijn ideeën te vertolken.

De stream of consciousness en getroebleerde hoofdfiguur (arrogant maar onzeker, onbeschoft maar beleefd,…) zijn slechts twee van de kenmerkende eigenschappen die Hamsuns eerste verhalen zo bepalend maken en boven de middelmaat uittillen. Zijn stijl en obsessies zijn zeker niet voor iedereen weggelegd, en hoewel het verhaal op zich relatief kort is, kan de dwingende en vitale manier van schrijven als langdradig aangevoeld worden. Wie zich hier echter niet aan stoort, begrijpt waarom Pan met recht en rede tot Hamsuns beste werken gerekend wordt.

E-mailadres Afdrukken