Banner

Nicola Lecca

Het laatste concert

Hildegart Maertens - 20 augustus 2010

Nicola Lecca (1976) is een gevierd auteur en muziekcriticus in Italiëë. Met enkele van zijn vorige romans won hij diverse prijzen in eigen land. In Het laatste concert pakt Lecca dankbaar uit met zijn kennis over de klassieke muziek, zodat liefhebbers van het genre hun hart zeker zullen kunnen ophalen.

De centrale figuur is Alexander Norberg, een wereldberoemde (fictieve) orkestdirigent die besluit uit de muziekwereld te stappen. Zijn “"laatste concert”" moet echter bijblijven, en daarom wil hij het beroemde Stabat Mater van Pergolesi uitvoeren. Ook de locatie en de toeschouwers zijn niet willekeurig: in een oude kathedraal in IJsland zullen 52 mensen, die lukraak uit een telefoonboek werden geselecteerd, samenkomen om van Norbergs laatste concert te genieten.

Geloof het of niet, maar dat bizarre uitgangspunt levert een spannende roman. In het eerste deel leren we de drie hoofdpersonages kennen, telkens aan de hand van een treffende titel. De eerste is “"Verveling”", waarin de lezer kennis maakt met Oscar, een Zweedse jongen die uitwijkt naar London en daar hotelbode wordt. In “"Vrijheid”" ontmoeten we Alexander Norberg zelf, de dirigent die beslist om een laatste concert te geven en “"Reykjavik”" leert ons Hakon Petursson kennen, de zogezegd knapste jongeman van IJsland, die (uiteraard) een van de 52 genodigden is voor het concert.

Het absurde van het verhaal, trekt zich door in de keuze van de personages. Juist doordat de auteur zo consequent aan de slag te gaat, zal Het laatste concert ongetwijfeld bijblijven als een ontzettend consistente roman. Na de voorstelling van de drie personages en hun entourage, begint het eigenlijke verhaal in een razend tempo. Het laatste concert is opgevat als een prozaïïsche roman, maar taalkundig doet Lecca af en toe een klein wonder ontstaan. Zijn proza wervelt en bruist, om maar te zeggen dat de voelbare spanning zich ook doorzet in de taal.

Toch zit de roman niet van A tot Z goed: aanvankelijk de lezer ervaart de logische opvolging van de feiten als vervelend en het geheel komt nogal voorspelbaar over. Maar Lecca herpakt zich: plots krijgt het verhaal een verrassende wending, waarna de roman weer vaart krijgt en de lezer makkelijk opslorpt. De kracht van Het laatste concert is bovendien dat Nicola Lecca niet schrijft voor alleen maar kenners. Een interesse in klassieke muziek helpt natuurlijk, maar Lecca geeft genoeg duiding. Lecca’’s grote bagage zal zowel de leek als de doorgedreven liefhebber weten in te pakken.

Een illustratie van hoe zwierig het proza van Lecca soms kan worden, vinden we in zijn beschrijving van het Stabat Mater. De warmte, de kleuren, de schoonheid: Lecca steekt het er gewoon allemaal in. Anderzijds durft de auteur iets te veel te overdrijven. Bijvoorbeeld het feit dat alle uitgelote genodigden absoluut het concert willen bijwonen, is wat overdreven. Maar eigenlijk, en dat is toch verbazingwekkend voor een prozaïïsche roman, doet de inhoud er niet toe. De stijl is vlot en helder en de lezer wordt eenvoudigweg meegesleurd in het verhaal, of dat nu geloofwaardig is of niet. Lecca schrijft zoals het Stabat Mater van Pergolesi: helder en transparant, zonder overdreven sentiment maar toch bijzonder emotioneel. Bovendien zit er een aangenaam ritme in het verhaal en de vlotte wissel tussen heden en verleden werkt aanstekelijk. Wie nog niet overtuigd is: Lecca kan er wat van. Dit smaakt naar meer…

E-mailadres Afdrukken