Banner

Haruki Murakami

1q84 (Boek twee)

Jurgen Boel - 13 augustus 2010

Wie het eerste boek nog niet gelezen heeft, doet er goed aan om niet verder te lezen, want noodgedwongen zullen hier enkele plotwendingen uit deel 1 vermeld worden.

Hoewel de eerste twee delen van 1q84 in een band verkocht worden, verdient het tweede boek apart aandacht te krijgen. Terwijl in het eerste boek de schaakstukken overlopen werden en de eerste (voorzichtige) zetten geplaatst, krijgt elk stuk in dit tweede deel zijn definitieve plaats toegewezen, vooraleer de beslissende zetten in het derde deel aan bod zullen komen.<

Met het afsluiten van het eerste boek, heeft Murakami weliswaar al enkele vragen beantwoord, maar tezelfdertijd heeft hij er een hoop nieuwe gecreëerd. Zo is er de vraag waarheen Fukaeri heen gevlucht is en in welke mate haar verhaal Een pop van lucht gebaseerd is op feiten. En wat is er gebeurd met Fukaeris ouders en de commune die zij mee gesticht hebben? Daarnaast blijft het vraagstuk van de twee manen en de veranderde geschiedenis onbeantwoord: is Aomame werkelijk de enige die de overstap van de wereld uit 1984 gemaakt heeft naar die van 1q84 of zijn ook anderen op de hoogte van deze parallelle werelden.

In dit tweede boek weeft Murakami verder aan de wereld van 1q84, waarbij hij de thema’s uit het eerste boek verder uitdiept. De opvallendste verandering hierbij is de rol die Tengo inneemt: in het eerste boek onderging hij veeleer de feiten, terwijl hij nu actief deel uitmaakt van het verhaal. Door zijn anonieme bijdrage aan Een pop van lucht hebben bepaalde groepen namelijk interesse gekregen in zijn activiteiten en willen ze hem op slinkse en subtiele manieren het zwijgen opleggen. Niet alleen is er de belofte van zwijggeld maar ook het mysterie van zijn verleden, meer bepaald dat van zijn ouders, wordt als pasmunt gebruikt.

Maar ook Aomame komt voor hete vuren te staan, nu de uitschakeling van de Leider, het hoofd van de commune/sekte waar ook Fukaeri en haar ouders deel van uitmaken, dichterbij komt. Over verschillende hoofdstukken verspreid, neemt Murakami de tijd om de confrontatie tussen Aoamame en de Leider uit te spitten, waarbij hij handig gebruik maakt van de dialoog tussen hen beiden om verschillende zaken verder te duiden. Toch voelt dit gesprek nergens geforceerd aan, net zo min als zijn beschrijvingen van 1q84 en hoe deze parallelle wereld ontstaan is.

Murakami hoedt zich voor al te grootse metafysische theorieën maar kleurt toch hier en daar de werkelijkheid bij. Hierdoor wordt deze nieuwe wereld niet alleen geloofwaardig, maar wordt ook duidelijk waarom niemand — op enkele personages na — zich bewust is van de gebeurde veranderingen en waarom de levens van Tengo en Aomame zo met elkaar verweven zijn. Binnen de wereld van 1q84 lijkt alles een bepaald doel te hebben, met dien verstande dat toeval steeds een niet te onderschatten rol speelt.

Net als bij boek 1 weet Murakami van dit tweede boek een afgerond geheel te maken dat het mysterie weliswaar intact laat, maar nergens de bereidheid van de lezer om mee in het fantastische te stappen op de proef stelt. Als een volleerd schaakspeler weet Murakami perfect waar hij heen wil en denkt hij steeds enkele stappen vooruit. Ook al roept het tweede boek nog vele vragen op, toch maakt het ook duidelijk dat er een duidelijke marsrichting is die in het derde boek tot de enige mogelijke finale zal leiden. In 2011 verschijnt deel drie, maar in afwachting daarvan weet boek 2 de honger meer dan te stillen.

E-mailadres Afdrukken