Banner

Bernard Dewulf

Kleine dagen

Hildegart Maertens - 09 juli 2010

Bernard Dewulf (°1960) is dichter-essayist, en sedert kort ook romancier én Libris Literatuurprijs-winnaar. Hij kijkt rondom zich naar de dagelijkse dingen des levens en maakt via zijn rijke taal een emotionele documentaire over zijn eigen leven.

Toegegeven, zonder de Libris Literatuurprijs zou er weinig heisa geweest zijn rond deze roman van Bernard Dewulf. Geheel terecht ware dat niet geweest, want Dewulf schrijft in zijn bloemrijke, prachtige vocabulaire wel degelijk op maat van een literair verwend publiek. Dat Dewulf zijn sporen verdiend heeft als essayist, draagt Kleine dagen overigens duidelijk in zich: het boek bestaat volledig uit korte stukjes zonder titel, tekstjes van maximum twee bladzijden. Die stuurloze vorm is de grote "bevrijding" van het emotionele in de roman: juist omdat Dewulf zijn gevoelens ten opzichte van zijn dierbaren niet in rigide verhaalstructuren moet gieten, kan hij ze ongebreideld over de bladzijden laten sijpelen.

Niemand zal tegenspreken dat Kleine dagen een emotionele roman is, maar het stuurloze wreekt zich uiteindelijk op het boek in zijn geheel. Ongeveer na een tiende ervan te lezen, is al duidelijk waar dit boek om gaat en vanaf dan herhaalt Bernard Dewulf steeds hetzelfde kunstje. Zowel letterlijk als figuurlijk, want ook taalkundig is de "herhaling" een substantieel onderdeel van de roman geworden. Dewulf goochelt met korte zinnen en spuwt non-stop dezelfde woorden, wat Kleine dagen als stijloefening bijzonder in de verf zet. De lezer voelt zich echter gevangen in het perpetuum mobile van "de schrijver die niets te doen heeft en dus voor zijn kinderen zorgt", wat in Kleine dagen helaas nergens doorbroken wordt.

Waarom de jury juist dit boek bekroond heeft ligt voor de hand: de stijl is uitdagend en tegelijkertijd erg toegankelijk. Kleine dagen leest als een lange verzameling odes aan de auteurs vrouw en kinderen: een prachtig gegeven, maar geen roman die de lezer in één ruk wil uitlezen. In tegendeel, na verloop van tijd moet een gefrustreerde lezer het boek gewoon wegleggen, uit kwaadheid om zoveel dromerige taal die in essentie nergens over gaat.

Er zijn anekdotes over Dewulfs vrouw, maar in de eerste plaats gaat Kleine dagen over kinderen, huis, tuin en leven. Het zijn banale gebeurtenissen die Dewulf met verbluffende taal als poëzie neerzet, maar extra diepte krijgt het gewone in zijn roman niet. Eerder het tegenovergestelde is waar: de immense leegte ervan trekt als een donkere schaduw over de roman naarmate die vordert. De schoonheid zit kortom niet in de naar sentiment ruikende inhoud, maar enkel in de stijl, in de elegante verwoording waarin de lezer duidelijk een dichter ervaart.

Wie Kleine dagen alsnog wil aansnijden, leest beter niet ineens te veel. Ervaar het als een Bijbel: een leidraad voor het leven, maar eigenlijk te mooi om waar te zijn. Met die nuance dat dit boek werkelijk door een begenadigd auteur is geschreven…

E-mailadres Afdrukken