Banner

Yves Petry

Mijn leven als foetus

Hildegart Maertens - 02 juli 2010

Uitgeverij Voetnoot brengt tegenwoordig simultaan met de Perlouse (het beste uit de Franse literatuur) en de Moldaviet (de meest in het oog springende Tsjechische kortverhalen) een nieuwe reeks uit. Onder de naam Belgica wil de uitgeverij in de toekomst bekende en minder bekende Belgische auteurs aan het woord laten in het interessante, tot op heden vaak onderbelichte genre van het kortverhaal.

Om meteen met een sterk fundament te starten, bracht Voetnoot ineens drie Belgica’s in een keer uit: Yves Petry, Paul Van Ostaijen en Stefan Hertmans mogen van wal steken in wat een fraaie serie lijkt te worden. Later zullen ook Franstalige auteurs opgenomen worden, wat in deze tijden van politieke versplintering en Vlaams-nationalisme een hartverwarmend teken is.

Mijn leven als foetus is niet toevallig het eerste deel van een serie kortverhalen. Als essay is het boekje immers een grondige en speelse reflectie op het groeiproces van een volwaardige roman. Op krachtige wijze en met een sprankelende taal beschrijft Petry vol zelfironie zijn eigen literaire bestaan. De filosoof in Petry komt ook rijkelijk aan het woord, wat op een metaniveau een interessante bespiegeling levert op de literatuur via de literatuur. Petry is de eerste om daar de humor van in te zien en de oefening bijgevolg te relativeren.

Petry’s basisidee berust in essentie op twee grote pijlers: eerst vergelijkt hij het ontstaan van een roman met een groots bouwproject, daarna met een zwangerschap. Petry verwacht van literatuur dat ze de aandacht van de lezer vestigt op de complexiteit van het menselijke bestaan en de humane gedragingen. Zo benadrukt hij tegen de “versimpeling” te zijn van het schrijven, wat zich in zijn moeilijke en door sommigen “onleesbaar” genoemde romans ook daadwerkelijk laat voelen. Geen paniek echter, want de stijl van Mijn leven als foetus is bijzonder toegankelijk, net als de ideeën die Petry op verstaanbaar niveau ontwikkelt.

Petry zegt van zichzelf dat hij schrijft voor “wakkere mensen”. Hij vraagt zich af wat een roman nog kan betekenen in de 21e eeuw, welke functie het lezen nog heeft of kan hebben voor de toekomstige mens. Eigenlijk is Mijn leven als foetus meer essay dan roman, gezien de stem van Petry in elke zin heel duidelijk naar voor komt. Op een luchtige, maar tegelijk ook sombere toon tracht Petry het schrijverschap te vatten via het schrijven. Wie op die manier echter op zoek gaat naar de zin van dingen, komt vroeg of laat in een spiraal terecht waar men niet meer uitkomt. Petry geeft zich daar op magistrale wijze rekenschap van.

Ook heel persoonlijk is Petry’s stokpaardje: het belang van een verzorgde stijl. Wat Petry wil lezen, mag niet boertig of plat zijn, maar moet getuigen van verfijning, humor en ironie. Een dergelijke uitspraak is misschien niet geheel onbescheiden, gezien de lezer meteen beseft dat Mijn leven als foetus (en Petry’s volledige oeuvre bij uitbreiding) eigenlijk geconcipieerd is rond een dergelijke stijl.

In een interessante nabespreking van Dirk Leyman leren we de mens, de wetenschapper en de filosoof achter Petry wat beter kennen. Ook over de auteur als auteur heeft Leyman boeiende dingen te zeggen. Zo zouden Petry’s lichtende voorbeelden Beckett, W.F. Hermans en Vladimir Nabokov geweest zijn. Niet toevallig; dus daar heeft Petry zijn hermetiek (Beckett) en zijn ironie vandaan!

E-mailadres Afdrukken