Banner

Georges Perec

‘t Manco

Jurgen Boel - 25 juni 2010

Amateurcryptologen zullen u allemaal hetzelfde zeggen: wie een code kraken wil, zoekt eerst naar de tekens en symbolen die het vaakste voorkomen en laten deze corresponderen met de letter die het vaakste voorkomt in het alfabet. In verschillende (Europese) talen is de “e”, de vijfde letter van het Latijnse alfabet, de prominente letter waardoor meteen een zwakke schakel blootgelegd wordt.

Probeert u immers maar eens enkele zinnen neer te schrijven zonder dat u eenmaal de letter e gebruiken moet. En beeld u nu eens in dat u het niet tot enkele zinnen beperken moet maar er zowaar een heel boek aan wijden wil, eentje dat ook nog leesbaar moet zijn en het vormelijke overstijgt. Dat was de uitdaging die de Franse auteur Georges Perec aanging met zijn in 1969 gepubliceerde roman La Disparition. In de roman bant Perec de e volledig -- in 1972 zou hij met Les Revenentes net het omgekeerde doen en louter de klinker e gebruiken -- zonder een onleesbaar werk te publiceren.

Bij dat laatste mag echter wel een kanttekening geplaatst worden, want vlot leest het boek allerminst. Het ontbreken van de letter e is daar een reden voor, de rijke taal en de vele verwijzingen, dubbele bodems en taalspelletjes vormen de andere reden. Perec is namelijk een literaire duivel die het hele boek opvat als een gigantisch, in zichzelf gekeerd bouwwerk waarbij zelfs het verhaal ondergeschikt is, een Tien kleine negertjesachtige plot waarbij het ene na het andere personage sterft nadat hij of zij het manco op het spoor komt.

Het is een bonte stoet en kleurrijk allegaartje dat Perec opvoert, waarbij de banden tussen hen onderling en de link met Perec zelf met mondjesmaat duidelijk wordt, zoals het een goede detective betaamt. Agatha Christie duikt onmiddellijk op als referentie maar zoals vertaler Guido van de Wiel in het nawoord opmerkt, vallen er wel meer referenties te rapen. Via Poe over Borges naar reclame en journaalteksten, het is zo gek niet te bedenken of Perec heeft het er wel ergens in gesmokkeld. Geen wonder dat het boek onvertaalbaar heette te zijn en dit ook jarenlang was. Pas in 1994 verscheen een eerste, Engelstalige vertaling.

Af en toe zijn door het bos de bomen niet meer te zien, wat jammer is want op zich is dit metaverhaal net zo goed een huzarenstukje waar Perec zijn virtuositeit in uitleven kan. Het verhaal is zoals vermeld eenvoudig samen te vatten: na de verdwijning van de door ziekte en twijfel geplaagde Anton Vocalis besluiten zijn vrienden naar hem op zoek te gaan, maar naarmate ze dichter bij de waarheid komen, sterft de ene na de andere. De romanwerkelijkheid keert zich tegen hen, het manco is meer dan de titel alleen.

’t Manco wil alles samen en slaagt daar op schitterende wijze in waardoor het tegelijkertijd fascineert en afstoot. Het talent, humor en genie van Perec kan niet ontkend worden, evenmin als de schitterende vertaling van van de Wiel, maar wie na de eerste drie hoofdstukken nog steeds niet meegesleurd werd in het verhaal, zal ook later niet meer willen inpikken. Voor hem is de roman niet meer dan een uiting van vormexperimenten en literaire spielereien, intellectuele krachtpatserij die onnodig en te overvloedig zijn kunsten vertoont. Het is de keerzijde van de medaille, een waarheid die het manco van het boek voor sommigen blootlegt.

E-mailadres Afdrukken