Banner

Theo Kars

Memoires van een slecht mens (Deel 1

1940 – 1964)

John Cossement  - 18 juni 2010

Schrijver, vertaler, libertijn en volbloed non-conformist. Theo Kars is op zijn eigengereide wijze een uitgesproken amoreel levenskunstenaar. Met Memoires van een slecht mens krijgt de lezer een authentieke kijk in de ontwikkeling van een intrigerende persoonlijkheid en diens ongewone inzichten. Een uniek document voor wie uit rationele overwegingen niet in de pas wenst te lopen.

Het was tijdens die hittegolfzomer van 2003: we lazen de Zeven Hoofdzonden-reeks in Humo. Het interview met Theo Kars, naar aanleiding van zijn leidraad voor non-conformisten Praktisch Verstand, was een verademing. In plaats van TV-sterretjes van het dertiende knoopsgat die de waan van de dag uitmaken en platitudes, scheurkalenderwijsheden en esoterische prietpraat uitbraken of onbenullige sportvedetten en politici die het achterste van hun tong niet kunnen of willen laten zien was een ons onbekende Nederlander aan het woord die openlijk sprak over o.a. overspel (niet erg, zolang je je geliefde volledig inlicht), zelfmoord (waardig uit het leven stappen met een pilletje), idealisme (een idealist is een hobbyist met pretenties; eat this, sir Bob Geldof), politiek (je moet niet stemmen maar zelf spreken), nakomelingen (kinderen hinderen) of het doel van het leven (genieten, met seks met stip op één). We werden bevestigd in onze opvattingen, leerden bij en verslonden nadien het kraakheldere proza van Theo Kars.

Een excentriekeling is Kars niet, zijn anderszijn is rationeel en beredeneerd. Zijn particuliere moraal en levenscode strookt vaak niet met de gangbare wetten en maatschappelijke conventies en is oprecht en wars van elke vorm van wolligheid en betutteling. Boeiend is de ontwikkeling van zijn genotzucht, atheïsme, drang naar eerlijkheid en gebrek aan professionele ambitie en de conflicten die hij daardoor met zijn medemens uitlokt.

Niet op een babbelzieke of drammerige manier maar in een nuchtere, bedaarde, schrale en vrij zakelijke vertelstijl legt Kars een meeslepend en eigenzinnig levensverhaal met picareske allures vast. Memoires van een slecht mens weet ook te bekoren door rake observaties: de soms ongenadige beschrijvingen van mensen doen vaak Hermansiaans aan en de evocatie van de verstikkende, calvinistische jaren 40 en 50 is sterk. Kars weet ook spitsvondig te benoemen: dansen beschouwt hij als “gymnastische rederijkerij” en de meesterlijk geschreven en secure dialogen houden het verteltempo levendig. Het boek leest vlot maar ieder die zich al aan schrijven gewaagd heeft, kent de volgende paradox: makkelijk leesbaar schrijven is aartsmoeilijk.

Voor Kars zijn memoires geen onbekend terrein: hij vertaalde als casanovist de uitgebreide levensgeschiedenis (12 delen) van Giacomo Casanova en zijn eigen oeuvre, zowel de fictie als de non-fictie, kent een sterk autobiografische inslag. Wie met de hedonistische auteur en dus met diens scharniermomenten van het leven vertrouwd is, wordt wat met een déjà-lu-gevoel opgezadeld. Opnieuw fileert hij zijn gereformeerde ouders -- bloedbanden zijn totaal ondergeschikt aan geestesverwantschap -- en beschrijft hij zijn opvoeding door boeken (Quo Vadis van Henryk Sienkiewicz was een eye opener) en levenservaring. Zo diste de schrijver zijn afgebroken legerdienst al op in de novelle De eerste trein na half zes (1976) en werd de PTT-oplichtingszaak uitvoerig in De vervalsers (1967) uit de doeken gedaan. Vele andere autobiografische aspecten kwamen al aan bod in Losbandig leven (1988): de oprichting van het tijdschrift Tegenstroom waarin hij samen met Boudewijn van Houten in de jaren 60 de Nederlandse literatuur en Harry Mulisch, beschuldigd van literaire flessentrekkerij en tegenstrijdig theoretisch gewauwel, een fameuze veeg uit de pan gaf, is daarvan een voorbeeld.

Kars, op 70-jarige leeftijd nog steeds met guitig kwajongensgezicht (lees hoe hij zijn jeugd verdubbelt in De strijd tegen de tijd), pleit voor verstandig egoïsme en is wat hij zelf “goed slecht” noemt: natuurlijk en oprecht tegenover degenen die rond zijn persoonlijk kampvuur zitten, daarbuiten heerst enkel strijd en eigenbelang. Zo is hij als volleerd vrouwenverleider goudeerlijk over zijn seksuele avonturen, in de eerste plaats tegenover zijn geliefde.

Aan zet is een man doordrongen van nuchterheid en een ontembare dorst naar vrijheid. De roman heeft zoals de memoires van Casanova een tonische werking: hij is levenslustopwekkend en daagt de lezer uit na te denken over zijn vaak conformistische en vegetatieve levensingesteldheid. Kars is in alles een pragmatisch denker geïnspireerd door onder andere wijsgeren als Epicurus of de stoïcijn Seneca en schrijvers en notoire Einzelgänger als Baltasar Gracián, Somerset Maugham, Henry de Montherlant of Multatuli. Een mens heeft het geluk grotendeels in eigen handen: schuldafschuivers en reli-idioten jaagt Kars meedogenloos over de kling. Het individu doet te weinig aan zelfreflectie en het ontbeert hem vaak aan voldoende zelfredzaamheid. Kars drukt zijn afschuw uit over het sektarische denken van zowel links als rechts en zoals politiek filosoof John Gray of bioloog Midas Dekkers ziet hij wel technologische vooruitgang, maar geen zedelijke.

Hedonisten der Lage Landen, over twee jaar verschijnt deel twee van Kars’ memoires. En o ja, geinige tip van de auteur: als er een foto van u genomen wordt, denk dan even terug aan een vroeger erotisch avontuur. Op onze recente foto’s staat nu steeds een diabolisch lachje.

E-mailadres Afdrukken