Banner

Paul Auster

Onzichtbaar

Guy Peters - 13 november 2009

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Auster ooit nog zal verbazen zoals hij dat midden jaren tachtig deed met zijn eerste romans, cerebrale experimenten die hoofden deden tollen met onderkoeld proza en literaire spelletjes waarbij fictie en werkelijkheid steeds in gevecht zijn. Het voorbije decennium zag het er vooral naar uit dat Auster minder geslaagde variaties op zijn alom bekende thema’s bedacht. Met Onzichtbaar keert hij echter terug naar het vormpeil dat we steeds van hem verwachtten.

Natuurlijk waren er sinds die eerste grote golf romans, die stokte na Mr. Vertigo (1994), wel nog stukken bij die de moeite waren. Oracle Night haalde voor tweederde zijn oude niveau en The Brooklyn Follies was plezante Auster Light, maar beklijven deed het niet, het bedje waar ook voorganger De man in het duister ziek was. Als vanouds bulkte het boek van de intrigerende ideeën, maar het was slordig, geschreven terwijl de innerlijke eindredacteur uitgeschakeld stond en daardoor een nieuwe teleurstelling.

Niet zo met Onzichtbaar, opnieuw een staaltje van Austeriaans ongemak, spielereien, zelfreferentiële knipogen en provocatieve kenteringen waarbij de lezer opnieuw gedwongen wordt om stil te staan bij de manier waarop feiten en fantasie in elkaar opgaan, afbreuk doen aan elkaar of zich regelrecht tegenspreken. Zelden kan je een passage in een van Austers boeken zomaar voor waar aannemen. Steeds duikt er een nieuwe stem (een personage, een auteur, Auster zelf) op die een ander verhaal vertelt, het voorgaande op losse schroeven stelt, de verwachtingen én conclusies van de lezer onderuit haalt. Deze keer laat je je gewillig meeslepen.

In Onzichtbaar zijn vorm en inhoud zo sterk aan elkaar gekoppeld dat het haast onmogelijk is om niets van het verhaal vrij te geven zonder toch te laten proeven van zijn eclectische kern (wie een schone lei verkiest is bij deze gewaarschuwd). Het begint allemaal met het verhaal van Adam Walker (het bulkt weer van de geladen namen in de roman), een student die in de late jaren zestig kennis maakt met Rudolf Born, een excentrieke hoogleraar die de jongen uit het niets de kans geeft om een ambitieus project aan te vatten. Maar meteen scheelt er iets en Born blijkt een complexe geweldenaar te zijn die uiteindelijk een moord begaat.

In het tweede deel blijkt dat het eerste een manuscript was van Walker, die een driedelige roman voorbereidde op z’n sterfbed en contact opnam met een voormalige studiegenoot, Jim Freeman, die de tweede stem van het boek is. Freeman is degene die het tweede deel van Walkers boek inluidt, dat in de jij-vorm geschreven is. Hij zal zelf degene zijn die Walkers telegramnotities voor het derde deel zal uitschrijven. Het verhaal mag dan wel aangereikt zijn door Walker, het idee van het schrijverschap wordt onderuit gehaald, en je kan meteen ook al de vraag stellen in welke mate er sprake is van (doelbewuste) manipulatie.

Freeman krijgt immers te horen van Walkers zus dat het ophefmakende tweede deel, waarin Walker/Freeman/Auster in verrassend openhartige taal een incestueuze liefdesaffaire uit de doeken doet, verzonnen is en dat hij het enkel mag uitbrengen als hij de namen aanpast en fictionaliseert waar nodig. Het derde deel van Walkers verhaal verschijnt uiteindelijk in de hij-vorm en maakt gewag van zijn studieperiode in Parijs en de ontmoeting met Borns vrouw en stiefdochter. Het is die stiefdochter, een adolescente die verliefd wordt op Walker, die uiteindelijk het laatste woord krijgt, door haar dagboeknotities aan Freeman te bezorgen.

Onzichtbaar is door en door Auster: je hebt een verhaal dat dicht aanleunt bij een traditie van misdaadliteratuur (maar het net niet is), je hebt de verrassende wendingen die wat je wist eigenlijk volledig onderuit halen, plus er zijn de spelletjes met meervoudige vertellers en vertelniveaus en de referenties aan ouder werk. Enerzijds wordt constant de nadruk gelegd op het artificiële aspect van de literatuur, het feit dat het de waarheid steeds geweld aandoet en verpakt volgende de grillen van een auteur die er al dan niet een verborgen agenda op na kan houden. Anderzijds heeft die ook gewoon een goed verhaal te vertellen.

Het bijzondere aan Austers beste boeken is dat je je ondanks deze informatie, het besef dat niets van wat je leest is wat het is, toch kunt laten meeslepen. Het is lang geleden dat Auster nog eens zo’n sterk verhaal wist te vertellen als in Onzichtbaar, waarin dialogen overtuigen en personages queesten ondernemen waarvan je getuige wil zijn van de eerste tot de laatste regel. Het herinnert je eraan wat een plezier ’s mans boeken kunnen schenken, en hoe de invulling van de ene, ook al is ze verschillende van de andere, evenveel genoegdoening kan schenken of vragen oproepen. In Onzichtbaar gaan experiment en puur leesgenot overtuigend hand in hand. Dat het de start van een nieuwe reeks kleppers mag zijn.

E-mailadres Afdrukken