Banner

Knut Hamsun

Mysterieën

Jurgen Boel - 13 november 2009

Elke kleine, gesloten gemeenschap heeft zijn gewoontes en geheimen. Eenieder kent elkaar en weet welke katten de andere in het donker geknepen en gegeseld heeft. Wanneer echter plots een vreemde opduikt die alle waarden op zijn kop zet en de waarheden open en bloot op straat gooit, gaan de poppen aan het dansen.

Het idee van een vreemdeling die in een slaperig dorpje beroering opwekt, is een oud verhaal dat door menig schrijver met wisselend succes toegepast is (met Albert Camus’ L’ étranger als een zeldzaam hoogtepunt). Bij het verschijnen van Knut Hamsuns Mysterieën in 1892 was het thema en vooral de manier waarop het uitgewerkt werd echter nog relatief nieuw. De jonge auteur (hij debuteerde in 1890 met Honger) stond met zijn eerste verhalen mee aan de wieg van de moderne literatuur waarbij onder meer de stream of consciousness-techniek geïntroduceerd werd.

In Mysterieën is de lezer meermaals getuige van de niet te stoppen gedachtenvloed van hoofdpersonage Johan Nilsen Nagel, een dertigjarige agronoom, wiens flamboyante levensstijl de bewoners van een Noors kuststadje verontrusten en verbazen. Nagels entree mag dan ook opzienbarend heten; niet alleen wandelt hij rond in een opvallend geel pak, daarenboven gooit hij met geld en tracht hij met iedereen vriendschap te sluiten. In het bijzonder de "dorpsgek" Minuut kan daarbij op zijn belangstelling rekenen.

Via Minuut tracht Nagel immers te weten te komen hoe de verhoudingen in het dorp zijn en waarom een zekere Karlsen zelfmoord pleegde (al noemt iedereen het een ongeluk) terwijl hij toch op het punt stond om tot dominee benoemd te worden en — zo vermoedt Nagel althans — zich verloven zou met Dagny Kielland, een jongedame die door menigeen begeerd werd en ook Nagel niet onberoerd laat. Vreemd genoeg echter is hij zelf de voornaamste reden dat Kielland, verloofd met een jonge officier, ondanks haar verlangen naar hem toch afwijzend staat tegenover zijn avances.

Kielland en Nagel vormen volgens de kritiek dan ook de twee prototypes die in Hamsuns vroeger werk meermaals naar voor zullen treden waarbij Kielland symbool staat voor de door passie en ambitie gedreven vrouw, terwijl Nagel een Nietzscheaanse "Übermensch" is, die gekenmerkt wordt door moed, inzicht, mededogen en eenzaamheid. Toch is het te eenvoudig om beide personages hiertoe te reduceren. Door moderne ogen kan Kielland net zo goed als een sterke vrouw beschouwd worden die zich binnen een door mannen gedomineerde wereld staande weet te houden, terwijl Nagel veeleer als labiel en onberekenbaar gepercipieerd zal worden.

De innerlijke drijfveren van beide personages worden evenwel, ondanks de vele monologen van Nagel, alsook de verschillende interacties tussen hem en de andere personages uit het verhaal (niet alleen Kielland), nooit echt eenduidig verklaard. Het is aan de lezer zelf om uit te maken waarbinnen de maalstroom van gedachten, dubbelzinnige uitspraken en de onduidelijk gemotiveerde handelingen de verschillende personages zich bevinden en in welke mate hun gedrag overeenstemt met het beeld dat van hen opgeroepen wordt.

Hoewel er zeker een verhaallijn in Mysterieën zit en deze een logische afwikkeling krijgt, is die niet primair. Het boek is in de eerste plaats een psychologische roman die een excentriek en uitgesproken hoofdpersonage temidden van een (gesloten) dorpsgemeenschap plaatst en daarbij van deze hond in het kegelspel gebruik maakt om bepaalde stenen op te lichten en de dorpsbewoners nader te bestuderen zonder hen daarom in hun hemd te zetten.

Hamsun is geen post-ironisch schrijver die zijn personages karikaturaal benadert noch hen op voorhand in een verloren positie plaatst. Elk van hen toont gebreken en deugden, een duidelijke partij wordt althans door de auteur niet getrokken. De manier van schrijven, de thematiek en de onderliggende humor (nu eens zwart, dan weer zelfreflecterend ironisch) ogen evenwel zo hedendaags dat het verbazingwekkend mag heten dat de roman meer dan honderd jaar oud is.

E-mailadres Afdrukken