Banner

Vasili Grossman

Alles stroomt

Jurgen Boel - 23 oktober 2009

Censuur hoort een woord te zijn dat niet ijdel gebruikt wordt. Het is een begrip dat een bittere nasmaak heeft en wijst op een regime dat de waarheid schuwt. Het ontkent de schoonheid van het woord omdat het de starheid van de ideologie boven alles verkiest. Het is de loden last die ook op Vassili Grossmans schouders lag.

Grossman, die in 1964 stierf, maakte nooit het succes mee dat hem te beurt zou vallen. Zijn werken werden weliswaar na enige correctie door de overheid gepubliceerd maar een grote bekendheid verwierf hij niet, zeker niet in het Westen. In het bijzonder zijn magnum opus Leven en lot (een eerste vertaling kwam er in 1980) kreeg pas vorig jaar dankzij een nieuwe vertaling eindelijk de erkenning die het verdiende. De roman, die ook door Grossman zelf als zijn meesterwerk beschouwd werd, raakte in 1961 niet door de censuur en werd zelfs in beslag genomen. Hierop anticiperend had de auteur enkele exemplaren aan vrienden bezorgd.

Het lot van zijn roman woog zwaar op Grossman, zijn misnoegdheid en bitterheid pende hij neer in het korte, zwartgallige Alles stroomt, een bittere aanklacht tegen het Sovjetregime alsook een genadeloze afrekening met de Russische natuur die niets is dan een knechten- en slavenziel die schreeuwt om onderdrukking. Het boek is een bijna ondraaglijke stroom van pessimistische gedachten en cynische bedenkingen die start als een verhaal en finaal niet alleen Stalin en Lenin maar ook de Russen zelf een spiegel voorhoudt.

Ivan Grigorjevitsj is na dertig jaar ontslagen uit de werkkampen en keert huiswaarts, naar zijn neef als enige nog levende familielid. Alleen is die neef niet gehaast om Grigorjevitsj te ontmoeten, hij is immers bang voor de verwijtende blikken en het schuldbesef dat hij zich wel onder het Stalin-regime wist te handhaven. Het is een gemoedstoestand die eenieder deelt die Grigorjevitsj gekend heeft voor zijn gevangenschap; de schaamte om het niet-handelen en om het zwijgen, om de lafheid en de overlevingsdrang ten koste van alles.

Hoe genadeloos en hard ook, Grossman stopt hier niet. Zijn oordeel is hard en meedogenloos doordat hij begrip toont voor de judassen en verklikkers die allen hun redenen hadden om de anderen te verraden, of het nu angst, geldgewin of geloof in een starre ideologie was. Ze zijn allen even schuldig als onschuldig, de aanklager heeft geen verhaal tegen hen want hoe kan hij de menselijke natuur veroordelen zonder zichzelf te kijken te zetten? "Iedereen heeft schuld, gij, verdachte, en gij, officier, en ik, die nadenk over de verdachte, de officier en de rechter." luidt het.

Er is weinig reden om te lachen bij dit boek, de mens is geen fraai wezen ondanks of net dankzij zijn deugden. Want zijn goede daden, zijn zorg voor en medeleven met de andere maken zijn lage handelingen nog verachtelijker, ze zetten hem in nog een kwader daglicht. Grossman lijkt zelf het antwoord niet meer te weten en laat zijn hoofdpersonage zelfs denken dat het beter was geweest te sterven in een ontsnappingspoging dan terug te keren naar het oude leven en te beseffen hoezeer het uit schijn is opgebouwd.

Maar ondanks alles schijnt er licht aan het einde van de tunnel. Grigorjevitsj is niet bitter, de stroom aanklachten van Grossman dienen een louterend doel. Er ligt een zekere troost in de zin "De mensen wensten niemand kwaad toe, maar deden hun leven lang kwaad.", hoe wrang ook. Grigorjevitsj heeft zich niet laten meeslepen door zijn vroegere kampmakker Aleksej Samojlovitsj wiens scherpe analyse leidden tot een onverschilligheid en een afwijzen van Grigorjevitsjs geloof in vrijheid. Het geloof in vrijheid is de strohalm waar Grigorjevitsj zich aan vastklampt en die hem finaal ook bevrijdt van alle verbittering, woede en lijden.

En zo biedt Alles stroomt finaal een mogelijkheid om te ontsnappen aan de grimmige overpeinzingen waarmee het zichzelf ingemetseld heeft. Het boek is Grossmans literaire testament: kort nadat hij het geschreven had, stierf hij aan kanker. Het is genadeloos en bitter maar het is ook meedogend en vergevingsgezind. In de figuur Ivan Grigorjevitsj giet Grossman niet alleen al zijn woede maar ook zijn hoop dat het mogelijk is om te ontsnappen aan de terreur. Alles stroomt is een harde slag in het gezicht maar ook een troostende schouder.

E-mailadres Afdrukken